Kankedang – kankedang, het geluid van de trein vanuit een akelig kamp in Drenthe

Oorlogsherinneringen deel 2 

tekening van groene barakken

Van Westerbork herinner ik me vooral dat het er enorm druk was. De ‘administratieve afwerking van het Jodenvraagstuk’ in dit akelige kamp was voortdurend in beweging.

De regels van de Duitsers en de Joodsche Raad veranderden de hele tijd en het gaf heel wat gedoe om ervoor te zorgen dat je de goede papieren had, met de juiste stempels erop. Soms sprong of ‘platzte’ er plotseling een lijst met namen van mensen die ‘bis auf Weiteres’ waren vrijgesteld van deportatie naar Polen en dat gaf grote verslagenheid dan wel opwinding.

Boulevard van zand en modder

Midden door het kamp liep de ‘Boulevard’ waar de spoorlijn overheen liep. Het was een brede onbebouwde strook, maar net als overal in het kamp lag er geen bestrating, maar Drents zand. Als het geregend had, veranderde het zand in modder en moesten de barakken geveegd worden. Het rook er dan naar lysol. Aan de ene kant van de boulevard stonden kleine eengezins-noodwoningen van de eerste Duitse Joden die hier al voor de oorlog terecht waren gekomen, dankzij het ‘ruimhartige’ vluchtelingenbeleid van de Nederlandse regering. 

De mensen die er woonden hadden bijzondere voorrechten omdat zij de oudste inwoners van het kamp waren. We gingen een keer op bezoek bij een echtpaar dat in zo’n, in deze nare omstandigheden, luxe huisje woonde. Het waren Duitse Joden en ze hadden een grammofoon waar ze het recalcitrante Jiddische lied op speelden ‘sjikker iz a goi’. In Westerbork was ook een schooltje, en hoewel ik nog maar net vijf jaar was ging ik ernaartoe, want ik kon al lezen en een beetje schrijven.

Het gezin Salomons uit Nijmegen met rechts nichtje Sprins

Weeshuis

Er was ook een weeshuis, in een barak met valse, opgewekte tekeningen van Jo Spier aan de muren. 

Dat vond ik eng, want de kinderen die daar op doortocht waren hadden geen ouders. Zij waren helemaal alleen. Elke week dinsdag vertrok de trein naar Polen. Als kinderen vonden we het leuk om het geluid van de locomotief na te doen: ‘kankedang – kankedang’, maar dat mocht niet van de grote mensen. Ze vertelden niet waarom. Was het omdat de trein angstaanjagend was, of mocht je het woord ‘kanker’ niet zeggen? 

Ons nichtje was eigenlijk al een beetje van de aarde verdwenen.

Op een van de onheilspellende maandagen vóór een transport tikte ons nichtje Sprins uit Nijmegen tegen het raam van onze barak om afscheid te nemen. Zij was de enige van het gezin van oom Alex die nog niet op transport was gesteld. Ik denk dat ze ons geen hand kwam geven om ons niet met geelzucht te besmetten. Het is een wazige herinnering, ze was eigenlijk al een beetje van de aarde verdwenen.

Zuid-Amerikaanse pas

Toen we nog in Amsterdam waren, was mijn moeder een van haar vriendinnen tegengekomen die net als zij uit Zürich kwam en in Holland was gaan wonen. Ze was verbaasd dat mijn ouders nog niets van Zuid-Amerikaanse passen afwisten en gaf de raad om een brief aan haar broer in Zürich te sturen met de pasfoto’s van alle gezinsleden, ook van de baby die nog in aantocht was. 

De foto’s werden afgegeven bij het Peruaanse consulaat dat voor paspoorten zou zorgen. 

Links de Palestinalijst’ voor het gezin Salomons van de Joodsche Raad Amsterdam, rechts het document van het Peruaanse consulaat in Genève

De Zwitsers hadden begrepen wat de bedoeling was en met geld dat mijn ooms en tantes leenden, lukte het allemaal. Ze kregen daar tijdens de oorlog geen bevestiging van en zijn al die tijd in grote onzekerheid gebleven over hoe het met ons zou gaan. Maar op de momenten dat het nodig was bleken we inderdaad als Peruanen te worden erkend. Dat gaf weliswaar geen garantie dat je niet op transport hoefde, maar het bleek toch zijn waarde te hebben.

Kamp in Duitsland bij Celle

Nadat de Palestinalijst was geplatzt en wij als Peruanen op de Zuid-Amerikalijst verder leefden, was er op een gegeven moment plotseling een nieuw probleem. De mensen die op de Zuid-Amerikalijst stonden, zouden naar een kamp in Duitsland bij Celle (tussen Hannover en Hamburg) worden gestuurd. De vraag was nu of je dat wel moest doen, want wat was erger: het lugubere Polen of het land van de vijand zelf? 

Mijn ouders besloten toch maar naar Duitsland te gaan (het is de vraag of ze eigenlijk wel echt invloed op de keuze hebben gehad). Op een dag begin 1944 stond de trein naar Celle klaar. Geen goederentrein maar een personentrein met echte coupés. Dat leek een gunstig voorteken.

wordt vervolgd 


Dit is het tweede deel voor De Vrijdagavond van de ingekorte tekst van ‘IN BLAUWE TRAMS EN GROENE BARAKKEN’  (ISBN 978-1-38-851856-1)

Deel 1 van de Oorlogsherinneringen van Izak Salomons: April 1943 hoorden we het vertrouwde geluid van de tram.

cover: tekening kamp Westerbork door Otto Birman, met dank aan het Herinneringscentrum Westerbork

Over Izak Salomons 4 Artikelen
Izak Salomons (1938), architect, was architectuurmedewerker van Het Parool en docent aan de T.U. Delft. Hij restaureerde samen met zijn onlangs overleden vrouw Cootje Salomons onder andere de Gerard Dousjoel in Amsterdam en de sjoel in Alkmaar. Zijn herinneringen als kind publiceerde hij in eigen beheer in het boekje ‘In blauwe trams en groene barakken’ (Engelse editie ‘In blue trams and green barracks’).

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*