Hoe de briljante fotograaf Francis Wolff het jazzlabel Blue Note haar fameuze gezicht gaf

een donkere saxofonist met sigaret en bladmuziek en witte man daarachter

In het eerste deel van dit tweeluik schetst jazz- en fotografiekenner Will de Jong de kunstzinnige sfeer in het Berlijn van de Weimarrepubliek waarin fotograaf Francis Wolff de jazzliefhebber Alfred Lion ontmoet.  

Van Berlijn naar New York

Berlijner Alfred Lion, die oorspronkelijk Loew heette, zag het gevaar vroeg aankomen. Hij vluchtte in 1933 naar Zuid-Amerika en later naar New York. In januari 1939 maakte hij aldaar de eerste Blue Note opnames. 

Francis Wolff was in Berlijn vooral bekend als modefotograaf. In zijn werk is de invloed te zien van Bauhaus fotografen als László Moholy-Nagy (1895-1946), Lucia Moholy (1894-1989) en Paul Citroen (1896 -1983).

In hetzelfde jaar dat de eerste Blue Note grammofoonplaat uitkwam met de boogie woogie pianisten Albert Ammons en Meade Lux Lewis, wist Alfred Lion ervoor te zorgen dat zijn vriend Wolff via Zweden naar New York kon vluchten. 

Volgens de legende was het de laatste mogelijkheid voor joden om weg te komen uit het Derde Rijk. Broer en zus Wolff wisten te ontsnappen naar het Verenigd Koninkrijk, maar zijn ouders en overige familie vonden de dood in concentratiekampen.

Bud Powell, foto Francis Wolff, courtesy Blue Note

Overdag choepa’s en bar mitswa’s

Wolff ging in de avonduren werken voor Blue Note wat op dat moment nog weinig opleverde. Overdag fotografeerde hij choepa’s en bar mitswa’s om in zijn levensonderhoud te voorzien.

In december 1941, na de Japanse aanval op Pearl Harbor, werd de VS bij de oorlog betrokken.

Wolff werd afgekeurd, maar Lion werd opgeroepen voor het Amerikaanse leger waardoor Wolff zich steeds meer met Blue Note ging bezig houden. 

Lion werd in 1943 eervol uit dienst ontslagen, vanwege het snel verminderde zicht in een van zijn ogen. Vanaf dat moment werkten beide mannen fulltime voor het Blue Note label.

Foto’s Francis Wolff

A bit of an irony

“It’s a bit of an irony that the Blue Note label – synonymous with jazz, the seminal American music form – was created by two German immigrants,” zegt Richard Cook in Blue Note Records, The Biography uit 2004.

Wolff nam daarbij steeds meer de zakelijke kanten op zich, zijn vriend Alfred had weinig aanleg en belangstelling voor die kant van het werk. Lion legde contacten met musici en leidde de opnamesessies.

Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Bij elke opname nam Wolff zijn camera, een Rolleiflex 3.5, mee. Volgens de verhalen had hij camera’s altijd onder handbereik of om zijn nek hangen. 

Geschat wordt dat hij tijdens Blue Note sessies meer dan 30.000 foto’s heeft gemaakt.

Geen studiowerk

Anders dan bij collega-fotografen poseerden de musici niet. Hij fotografeerde hen ‘candid,’ buiten de studio op spontane momenten, vooral al spelend of tijdens een opnamepauze. 

In zijn linkerhand de camera, de Rolleiflex geladen met de beroemde zwart-wit Kodak Tri X film, de flitser ‘off camera’ in zijn rechterhand. 

Aanvankelijk gebruikte hij alleen zwart-wit films na de opkomst van de kleurenfotografie, rond 1960, schakelde hij over op kleur.

De eerder aangehaalde Richard Cook beschrijft de kracht van Wolffs fotografie: 

What was extraordinary about Wolff’s black and white photography, aside the candor which seems to lie in the expression of every musician, is the sensitivity to light and dark..”

Sommige fotocritici vergelijken zijn werk met dat van de van oorsprong Armeense fotograaf Yousef Karsh, de man die schitterende portretten maakte van onder meer Churchill en de jonge koningin Elisabeth. Maar waar Karsh werkte met gewillige modellen en uren de tijd had, had Wolf niet meer dan hoogstens een paar minuten voor zijn ‘candid’ fotografie. 

  • in 'n out grafische tekst
  • teksthoes happy frame of mind, horace parlan

Van boogie woogie pianisten tot iconen van de moderne jazz

Wolff beschouwde zich overigens niet als kunstenaar. De vrouw van compagnon Lion vertelt dat hij het niet prettig vond wanneer hij erop geattendeerd werd dat zijn foto’s in een museum thuis hoorden: “Hij was een uiterst bescheiden man …”

De artiesten die Wolff en Lion contracteren voor Blue Note vertegenwoordigen aanvankelijk verschillende genres. Van de eerder genoemde boogie woogie pianisten tot iconen van de moderne jazz als John Coltrane, Miles Davis, Eric Dolphy, Sonny Rollins en Thelonious Monk. In de loop van de jaren vijftig en zestig werd Blue Note in toenemende mate het label van de (hard) bop en de avantgarde.  

Tot de jaren ’50 waren de foto’s van Wolff vooral bestemd voor het archief en soms voor een tijdschrift.

Langspeelplaat met kunstzinnige hoezen van Reid Miles

Dat veranderde toen in 1950 de langspeelplaat werd geïntroduceerd waarvoor men kunstzinnige hoezen ging ontwerpen. De eerste Blue Note hoezen werden ontworpen door de (in 2015 overleden) ontwerper Paul Bacon, later vooral bekend geworden door zijn boekontwerpen.

Bacon, evenals zijn opvolger John Hermansader (1915-2015), maakte voor hun ontwerpen voor de hoezen voor Blue Note gebruik van de foto’s van Wolff. Het was uiteindelijk Hermansader die in 1955 de toen 28-jarige Reid Miles bij Wolff en Lion introduceerde. 

Zijn abstracte, minimalistische artwork met de schreefloze letters, vaak zwart-wit, met spaarzaam gebruik van kleur en gebruikmakend van de foto’s van Wolf zou het kleine en op dat moment weinig bekende label Blue Note, met hun unieke hoesontwerp, een eigen gezicht geven. 

En dat voor een verdienste van niet meer dan vijftig dollar per hoes.

Er is geen studie kunstgeschiedenis voor nodig om te zien dat de jonge Reid Miles beïnvloed is door de grafisch ontwerpers van het Bauhaus.

Richard Havers schrijft in Blue Note, Uncompromising Expression uit 2014, het standaardwerk over de historie van het label: 

“..given that Blue Note album sleeves have become the benchmark against which all modern jazz covers- and those of just about another album- are measured.” 

Richard Havers relateert dit aan het feit dat Miles als liefhebber van vooral klassieke muziek afstand kon nemen van de muziek en hij beschikte over “Francis Wolff’s brilliant photographs”. 

Overigens: het verhaal gaat dat Wolff soms weinig gelukkig was met de uitsnedes die Reid Miles van zijn foto’s maakte.

Respect voor de musici

Wat maakt Wolffs foto’s nog steeds relevant?

Wolff en Lion hadden liefde voor de muziek – en respecteerden de musici waarmee zij werkten. 
Blue Note was in die tijd het enige label dat musici betaalde voor repetities – en hen volledige artistieke vrijheid gaf. Zowel Wolff als Lion onderhielden vriendschappelijke banden met zwarte-musici, men kwam over en weer bij elkaar thuis: in de jaren ‘50 en ‘60 was dat zeer ongewoon.

Wolffs liefde voor de muziek en bewondering voor de artiesten maakt de foto’s meer dan een gewoon portret. 

Tijdsdocumenten

De foto’s zijn ook ‘tijdsdocumenten’. We zien intieme portretten van musici als John Coltrane of Art Blakey aan het werk, in rust, of in gesprek met andere musici.

Zijn portretten, meestal in close-up vanuit een laag perspectief, hebben door het geraffineerde gebruik van licht niets van hun oorspronkelijke kracht verloren. 

Overigens: in geen enkel artikel over Blue Note mag de naam ontbreken van een andere beroemdheid die dit label groot maakte: de fameuze geluidstechnicus Rudy van Gelder (1924-2016), zoon van Nederlandse immigranten. Zijn ouders: Louis van Gelder en Sara Cohen …

Wie belangstelling heeft voor de foto’s van Francis Wolff mag ik graag verwijzen naar de Blue Note website en naar de website van het Moma waar een aantal van Reid Miles’ mooiste ontwerpen te zien zijn.

Photo’s: by courtesy of Blue Note

Over Will de Jong 3 Artikelen
Oud-Haboniemer Will de Jong is geboren in Amsterdam en groeide op in Den Haag. Hij studeerde psychologie en was - als specialist psychotrauma behandeling - werkzaam in binnen en buitenland onder meer Centrum '40-'45 en Artsen zonder Grenzen. Hij heeft van jongs af aan een passie voor jazz en fotografie. Portret Will de Jong door Jan Banning.

1 Comment

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*