April 1943 hoorden we weer het vertrouwde geluid van tramlijn 8

oorlogsherinneringen deel 1

Tram 5A en lijn 8 in groen - geel

Een van de belangrijkste data in ons leven was 20 juni 1943, de zondag dat Amsterdam-Zuid werd leeggehaald. 

Mijn vader had zich heel lang verzet tegen het aanschaffen van de gehate rugzakken. Hij had als veel mensen heel lang optimistisch geroepen ‘kop-op-de-Engelsen-zijn-er-binnen-zes-weken’, maar mijn moeder was zoals veel vrouwen in de oorlog praktischer van aard en de rugzakken waren er op het moment dat we ze nodig hadden toch.

 Zij kon m’n vader ook tegenhouden toen hij bij het begin van de deportaties vrijwillig naar Westerbork wilde gaan ‘om de mensen te troosten’.

Vredig Amsterdam-Zuid 

Het vredige Amsterdam-Zuid van voor de oorlog was voor mij de normale wereld geweest. Aan ‘voor de oorlog’ kon ik echter geen herinneringen hebben, ik was tenslotte nog niet eens twee jaar toen de oorlog begon. Zuid was een prachtige buurt, met rustige brede lanen, de Noorder- en de Zuider-Amstellaan, de Wolkenkrabber en de ‘Galerij’ aan het Daniël Willinkplein. 

Het was, meteen al vanaf de bouw, een joodse buurt. Mijn leven speelde zich voornamelijk in huis af, op geregelde tijden onderbroken door de korte wandeling naar de sjoel in de Lekstraat en de Montessori kleuterschool op het Daniël Willinkplein. 

De familie Salomons in 1941, met Izak tweede van rechts, foto auteur

Bensjen

Thuis was het rustig en vredig. Als mijn vader na het eten bij het bensjen een andere melodie koos voor sjier hamangalous (dat we samen zongen voor de ‘dankzegging’ na de maaltijd) dan was dat voor mij een ernstige verstoring van de huiselijke rust. Ik zette een keel op en hij moest beloven dat de volgende keer alles weer normaal zou zijn. 

Dit lied (psalm 126) op sjabbat na elke maaltijd hield in dat het nu weliswaar een moeilijke tijd was, maar dat de volkeren op aarde ooit zouden erkennen dat God met de Joden iets groots had verricht.

Je wist precies welke kruidenier en melkboer er fout waren.

Zuid was een samenleving van middenstanders, met aan de ene kant keurige Joden, en – in dezelfde straten en op dezelfde trappenhuizen – keurige NSB’ers. Je wist precies welke kruidenier en melkboer er fout waren. Wij leefden aan het plein in de Roerstraat, boven het poortje van Zuigelingenzorg. In onze straat was het (joodse) schooltje van meester Elte waar mijn zusje Mirjam op zat. 

Joodse Montessorischool

Ik ging elke dag als grote jongen helemaal alleen naar de kleuterschool op het Daniël Willinkplein dat nu Victorieplein heet. Het was een van oorsprong gemeentelijke Montessorischool, toen alleen voor Joodse kinderen. Het was er eerlijk en streng zoals het op een Montessorischool hoort, en ik leerde er als vierjarige in de kortste keren lezen en schrijven, door met lichtblauwe en roze letters een woord op een plank te leggen. 

Als je het woord goed had, mocht je van de juffrouw een nieuw woord proberen. Het was voor de jaren erna een goede investering.

Een tijdlang reed lijn 8 niet meer over de Zuider-Amstellaan. Maar in april 1943 was het vertrouwde geluid van de tram er plotseling weer, zodat het leven weer een beetje meer normaal leek. 

Lijn 8 werd tram nummer 5A

Het was trouwens maar een eenzaam trammetje met een enkele wagen in plaats van de normale twee wagens en het was ook niet meer lijn 8, maar een tram met nummer 5A, wat de indruk gaf dat dit toch ook maar tijdelijk zou zijn. ‘sOchtends vroeg op zondag 20 juni waren er geruchten dat heel Zuid was afgezet, en om zeven uur werd er aangebeld door de zwarte politie (NSB-ers die nog meer gehaat waren dan de Duitse Groenen, want dat waren dienstplichtigen uit het boerenland die het allemaal misschien ook niet konden helpen). 

Mijn moeder had een geniale, bijna bijbelse inval: een koek voor onderweg. 

We moesten om elf uur ‘aantreden’ – eindelijk konden de rugzakken die al die tijd hadden klaar gelegen worden gebruikt. Mijn moeder had een geniale, bijna bijbelse inval: ze gooide alle etenswaren die nog in huis waren op een bakplaat en bakte er in grote haast een koek van voor onderweg. Ze sneed er vierkante stukken van, de kleur was grauwroze, het smaakte vooral naar havermout. Maar naar omstandigheden was het redelijk lekker. 

Het leek op de matzes die de kinderen Israëls in haast hadden moeten bakken bij de uittocht uit Egypte.

wordt vervolgd


Dit is het eerste deel van de voor De Vrijdagavond ingekorte tekst van mijn herinneringen: ‘IN BLAUWE TRAMS EN GROENE BARAKKEN’ (ISBN 978-1-38-851856-1)


coverfoto’s van O.K. Brahn

Over Izak Salomons 4 Artikelen
Izak Salomons (1938), architect, was architectuurmedewerker van Het Parool en docent aan de T.U. Delft. Hij restaureerde samen met zijn onlangs overleden vrouw Cootje Salomons onder andere de Gerard Dousjoel in Amsterdam en de sjoel in Alkmaar. Zijn herinneringen als kind publiceerde hij in eigen beheer in het boekje ‘In blauwe trams en groene barakken’ (Engelse editie ‘In blue trams and green barracks’).

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*