Joodse leiders zijn nooit perfect 

Parasjat Wa’era

beeldmerk Parasja

In deze parasja, de tweede van het boek Sjemot, pikken we het verhaal van Mosje weer op. Mosje is in Midjan en wordt opgedragen om terug te keren naar Egypte om het volk Israël uit de slavernij te bevrijden. 

Wederom stelt hij de vraag aan de Eeuwige: waarom ik? Ik kom moeilijk uit mijn woorden en kan toch niet met de Pharao praten? Wederom komt de Eeuwige met de oplossing: Aharon, je broer, zal voor jou spreken (letterlijk: zal je profeet zijn, Sjemot 7:1). 

Onderscheid tussen het menselijke en goddelijke 

Voor mij schuilt hier een heel belangrijke boodschap die de Tora ons meegeeft en wat het Jodendom anders maakt dan de twee andere monotheïstische godsdiensten, namelijk dat perfectie in mensen niet bestaat. Waar in het christendom Jezus van Nazareth als de zoon van God wordt gezien en in de islamitische traditie de profeet Mohammed als de perfecte mens wordt neergezet, zijn de Joodse leiders nooit perfect en wordt daarmee heel duidelijk het onderscheid gemaakt tussen het menselijke en het goddelijke. 

Het mooie is dat Mosje dit zelf onderkent en zichzelf eigenlijk helemaal niet zo geschikt vindt om het volk te leiden, dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld Jezus van Nazareth en de profeet Mohammed. Dit geldt overigens niet alleen voor Mosje, maar ook bijvoorbeeld voor de eerste koning van Israël, Shaul. 

Toen de profeet Sjmoeël hem als de eerste koning van Israël wilde zalven was zijn antwoord: 

“Maar ik hoor bij Binjamien, één van de kleinste stammen van Israël. In die stam is mijn familie weer de onbelangrijkste (Sjmoeël I 9:21).” 

Volgens de overlevering is juist die nederigheid en het besef dat ze het volk moeten leiden in dienst van de Eeuwige, één van de voornaamste redenen dat Mosje en Sjaoel door de Eeuwige gekozen werden als leiders van het volk. 

Om verder te benadrukken dat er maar één God is en dat perfectie alleen het goddelijke toebehoort, zien we niet alleen dat de zonden van onze leiders in de tekst van de Tanach benadrukt worden, maar ook dat ze daarvoor worden gestraft. Mosje mocht het land Israël niet in omdat hij de rots geslagen heeft, Aharon idem vanwege zijn rol rond de gouden kalf, Sjaoel heeft de buit van Amalek gespaard en verloor de troon, koning David zondigde met Bat Sheva, verloor hun eerste kind en mocht de tempel niet bouwen enzovoort. 

Zelfs de sterkste leider moet de regels volgen en zal verantwoording moeten afleggen.

Leiders zijn niet alleen mensen van vlees en bloed met alle imperfecties die daarbij horen, ze komen ook niet weg met hun zonden. Zelfs de sterkste leider moet de regels volgen en zal verantwoording moeten afleggen als hij of zij die overtreedt. Een belangrijke boodschap richting het huidige leiderschap van de staat Israël, lijkt mij.

Mosje, unieke profeet

Dat alles wil niet zeggen dat Mosje niet wordt neergezet als een bijzonder persoon, wellicht zelfs uniek. Aan het begin van de parasja zegt de Eeuwige tegen Mosje: “Ik ben de Eeuwige. Ik ben aan Avraham, Jitschak en Ja’akov verschenen als God, Sjadai, maar mijn naam Eeuwige (jod – he – waw – he) heb ik niet aan hen bekendgemaakt (Sjemot 6:2)”. 

Hierin laat de Eeuwige aan Mosje weten dat Hij hem zelfs hoger heeft staan dan onze voorouders. Aan het eind van de Tora wordt dit ook benadrukt: “Nooit meer heeft Israël een profeet gekend als Mosje, met wie de Eeuwige zo vertrouwelijk omging (Dewariem 34:10)”. Mosje was de persoon die het dichts bij de Eeuwige stond, de grootste leider uit onze geschiedenis, maar zoals hierboven beschreven was ook hij maar een mens. 

Ik moest hieraan denken in het vervolg van de parasja van deze week, waar Mosje, in opdracht van God, de eerste zeven van de tien plagen over Egypte uitstort. 

Het doel is overduidelijk: de Pharao de macht van God laten inzien en te overtuigen het volk Israël te laten gaan. Ik interpreteer het middel hier om het Egyptische volk zo te laten lijden dat ze de druk op de Pharao zouden opvoeren om Mosje zijn zin te geven. 

Wat ging er door Mosje heen, iemand die aan het Egyptische hof is opgegroeid, toen hij al die ellende over het Egyptische volk stortte? Twijfelde hij? Of was hij ervan doordrongen dat dit de enige manier was om de bevrijding van het volk voor elkaar te krijgen? 

Had hij überhaupt een optie met de Eeuwige in discussie te gaan, zoals Avraham voor de vernietiging van Sedom en Amora (Beresjiet 18)? Of was de situatie zo nijpend dat de collateral damage geaccepteerd moet worden? 

We erkennen jaarlijks het lijden van de Egyptenaren.

Het lijkt mij een hels dilemma, een dilemma waar veel mensen in de geschiedenis mee te maken kregen. Feit is dat wij elk jaar tijdens de Seider dit nog steeds herdenken door voor elke plaag een druppel van onze wijn weg te nemen. Wij zijn blij dat we bevrijd zijn, maar erkennen ook het lijden van de Egyptenaren. Persoonlijk vind ik dit nog steeds actueel, zeker na 7 oktober. Ja, Israël is terecht ten strijde getrokken. Hamas moet en zal vernietigd worden. 

Onze menselijkheid

Maar we mogen nooit vergeten dat dit gepaard gaat met ongelooflijk veel lijden aan de andere kant van het hek. Dit mogen we niet uit het oog verliezen. Dit is onze menselijkheid.  


cover collage Bloom

Over Yotam Bar-Ephraim 1 Artikel
Yotam Bar-Ephraim (40) is in Israël geboren en verhuisde op z’n elfde met zijn ouders naar Den Haag waar hij de middelbare school doorliep. Na vijf jaar in Israël keerde Yotam terug naar Nederland waar hij zijn studie biomedische wetenschappen afrondde aan de UvA. Yotam (1983) woont in Bussum, is de zoon van rabbijn Ruben Bar-Ephraim, getrouwd met Roos en vader van Eyal, Ella en Noam. Yotam is actief lid van de LJG Amsterdam.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*