Vertrouw er op dat er een groter verhaal is waarvan we het einde nog niet kennen

Mikets 5784

beeldmerk Parasja

Parashat Mikets wordt bijna altijd op Chanoeka gelezen. Het is een bijzondere parasha – een van de weinige die niet echt een verhaal van het begin tot het einde vertelt, maar alleen maar een middenstuk. 

Aan het einde van de parasha van vorige week troffen wij Josef aan in de gevangenis, waar hij zich dienstig maakte bij het uitleggen van dromen aan een tweetal hooggeplaatste medegevangenen.

Eén daarvan, de drankmeester, kon hij goed nieuws brengen – diens droom betekende dat hij snel uit de gevangenis verlost zou worden. Dit gebeurde inderdaad, maar helaas vergat de drankmeester de smeekbede van Josef om voor hem bij Pharao te bepleiten dat hij onterecht in de gevangenis zat.

Keten van gebeurtenissen

Aan het begin van Mikets heeft Pharao zelf een droom die niemand kan verklaren, waarop, twee jaar later, de drankmeester zich het bestaan van Josef herinnert en hem naar het hof haalt. Dat zet een keten van gebeurtenissen in werking die ertoe leidt dat Josef het schopt tot eindverantwoordelijke voor de voedselverdeling in tijden van hongersnood zodat zijn broers inderdaad, conform zijn droom aan het begin van WaJesjew voor hem moeten buigen. Maar het verhaal is daarmee bepaald niet af.

De parasha eindigt met een onvervalste cliffhanger. Pas volgende week zullen we lezen over de verzoening van Josef met zijn broers en het weerzien met zijn oude vader.

Het belangrijkste thema van Bereshiet is de manier waarop Gd zich mengt in de geschiedenis en uiteindelijk een band aangaat met het Joodse volk. Opvallend is dat de manier waarop dat gebeurt elke keer bijna terloops is. Gd vertoont zich wel aan onze aartsvaders, maar lijkt niet direct in te grijpen in de keuzes die ze maken (met misschien als uitzondering de Akeda van Jitschak, als het gruwelijk mis dreigt te gaan).

Als Awraham de opdracht krijgt om naar Erets Jisraeel te gaan, dan zegt de pasoek met nadruk “לך לך” “ga voor jezelf” (Bereshiet 12:1) (“להנאתך, לטובתך” “voor je eigen genoegen en voordeel” zoals Rashi daar zegt). Hetzelfde geldt voor de andere aartsvaders: ze kiezen hun eigen pad.

Birkat Awraham

Paradoxaal genoeg betekent dat niet dat de uitkomst van hun handelen er niet toe doet. Alles staat uiteindelijk in het teken van het vervullen van de Birkat Awraham – het verkrijgen van Erets Jisraeel en het ontvangen van de Tora.

Dit is kenmerkend voor de manier waarop Jodendom aankijkt tegen de relatie tussen Gd en mens. In The Emergence of Ethical Man schrijft Rav Joseph B. Soloveitchik (door zijn leerlingen, waaronder mijn rabbanim in Jesjiewa, de “Rav” genoemd – een gewoonte die ik maar zal volgen) over de aard van wonderen.

De Rav schrijft: “Het bovennatuurlijke wonder is niet erg welkom in de gemeenschap van het verbond. Wij geven de voorkeur aan de normale gang van het leven.” Uiteraard erkent ook de Rav de centrale plek die de sturing door Gd in de wereldgeschiedenis inneemt. Hij vervolgt: “Op wat voor een manier komt de unieke plek van wonderen tot uiting? In de manier waarop de natuurlijke en de historische orde der dingen samenhangen. …  Een wonder is (…) een natuurlijke gebeurtenis die een historische metamorfose veroorzaakt.” (p. 187) Gd bemoeit zich met de wereld vooral door de natuurlijke gang der dingen. Schijnbaar toeval speelt daarin een belangrijke rol. Pas voor wie na afloop het resultaat van die toevalligheden bekijkt, wordt de scheppende hand van de geschiedenis duidelijk.

Het juiste op het juiste moment

In een wat mysterieuze passage suggereert de Midrash Rabbah aan het begin van Mikets dat Josef twee jaar langer in de gevangenis moest blijven omdat hij zijn vertrouwen had gevestigd op de drankmeester in plaats van op Gd (Bereshiet Rabbah 89:3). Het is onduidelijk waarom de Midrash Josef lijkt te verwijten dat hij zichzelf inspande om zijn vrijheid te herkrijgen. Maar wat zeker is: het resultaat van dit langere verblijf pakte bepaald gunstig uit.

Als Josef eerder uit de gevangenis was gekomen, was hij niet op het juiste moment op de juiste plek geweest. Dan had hij de droom van Pharao niet verklaard en was hij zijn broers misgelopen. De Midrash suggereert dat Josef door zijn eigen toedoen ervoor zorgde dat het verhaal verliep zoals het moest verlopen. De wonderlijke geschiedenis van het Joodse volk verloopt zelden door middel van wonderen.

Het verhaal van Chanoeka houdt verband met de gebeurtenissen van de Parasha.

Chanoeka

De Rambam opent zijn beschrijving van Chanoeka als volgt:

בבית שני כשמלכו יון, גזרו גזירות על ישראל, וביטלו דתם, ולא הניחו אותם לעסוק בתורה ובמצוות, ופשטו ידם בממונם ובבנותיהם, ונכנסו להיכל ופרצו בו פרצות וטימאו הטהרות, וצר להם לישראל מאד מפניהם, ולחצום לחץ גדול. עד שריחם עליהן אלהי אבותינו והושיעם מידם, וגברו בני חשמונאי הכהנים הגדולים והרגום, והושיעו ישראל מידם, והעמידו מלך מן הכהנים, וחזרה מלכות לישראל יתר על מאתים שנים עד החורבן השני

“Ten tijde van de Tweede Tempel, toen de Grieken heersten, vaardigden ze decreten uit over het Joodse volk, hieven hun geloofsoefeningen op, stonden hen niet toe om zich met Tora en mitswot bezig te houden, strekten hun hand uit naar hun bezittingen en hun dochters, gingen ze de Tempel binnen, gingen ze zich te buiten aan uitspattingen, en maakten ze onrein wat rein was. De Joden hadden het moeilijk vanwege hen – [de Grieken] onderdrukten ze zeer. Totdat de Gd van onze voorouders zich over hen ontfermde en hen van ons redde, en de Chashmonaïm, de hogepriesters, de overhand kregen en [de Grieken] doodden, en Israël van hen werd gered, [de Chashmonaïm] een koning vanuit de priesters instelden, en het koningschap gedurende een periode van meer dan tweehonderd jaar terugkeerde naar het Joodse volk, tot aan de vernietiging van de Tweede Tempel.” (Mishne Tora, Megilla veChanoeka 3:1)

Subtiele kritiek

Op het eerste gezicht lijkt deze passage een bondige samenvatting van de geschiedenis van Chanoeka (zij het dat het verhaal van het kruikje olie ontbreekt – dat staat in de volgende paragraaf). Maar de formulering van de Rambam bevat een subtiele boodschap, vervat in vetgedrukte en gecursiveerde woorden. Elk van deze uitdrukkingen bevat namelijk subtiele kritiek: (i) het feit dat het de kohaniem waren die het gevecht voerden, terwijl zij zich beter met de dienst in de tempel bezig hadden kunnen houden (ii) het feit dat de Chashmonaïm (die koheen waren) uit hun midden een koning benoemden, terwijl dat voorbehouden was aan de stam Jehoeda en (iii) het feit dat het koningshuis van de Chashmonaïm 200 jaar duurde, waarvan het merendeel bestond uit despoten en afgodendienaars.

De overwinning van de Chashmonaïm was, op zijn best, een imperfecte overwinning. En toch had deze een belangrijke plek in onze geschiedenis. Dit zorgde ervoor dat op een kritiek moment in onze geschiedenis de Tempel en onze Tora niet verdwenen, dat het vlammetje van de menora bleef branden. Ook hier was de sturende hand van Gd pas na afloop zichtbaar. 

Vertrouwen dat er meer is

Voor ons die de geschiedenis van nu leven is het niet eenvoudig om te zien waar we heen gaan. In een moeilijke tijd als deze is het verleidelijk om te denken dat er niet meer is dan een serie incidenten, een rij van koppen in de krant. Zowel het verhaal van Mikets als het verhaal van Chanoeka roepen ons op om verder te kijken en erop te vertrouwen dat er meer is dan dat – een groter verhaal, waarvan we het begin misschien niet meer weten, maar het einde zeker nog niet kennen.

In de Parasha zegt Jehoeda tegen zijn vader dat Josef heeft gezegd “לא תראו פני בלתי אחיכם אתכם” “Julie zullen mijn aangezicht niet zien, zonder dat jullie broer bij jullie is” (Bereshiet 43:5).

De uitdrukking פנים ראיית kennen we van de feestdagen. Het betekent daar: “naar de Tempel gaan”. De pasoek zegt: שלוש פעמים בשנה יראה כל זכורך את פני ה אלקיך … ולא יראה את פני ה ריקם “Drie keer per jaar moeten alle mannen het aangezicht van Gd jouw Gd zien [=naar de Tempel gaan] … zij mogen mijn gezicht niet zien zonder iets [mee te brengen].” (Dewariem 16:16).

Laten we davvenen dat we bij het volgende feest dat we vieren dat wij als trotse Joden in vrede het aangezicht van Gd mogen begroeten en dat, de woorden van Jehoeda parafraserend, datgene wat wij meebrengen al onze broers en zusters zijn.

Shabbat shalom

Over Joel Erwteman 5 Artikelen
Joel Erwteman is getrouwd met Natalya Godschalk en vader Avigdor, Joeda, Froukje en Shai. Hij spreekt wekelijks in AMOS op vrijdagavond over de parasja. In een grijs verleden haalde hij een graad aan het Nederlands Israëlitisch Seminarium, tegenwoordig vult hij zijn dagen met het bestuderen van de Daf Yomi. In zijn vrije tijd is hij advocaat ondernemingsrecht bij een internationaal advocatenkantoor.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*