Voor vrede pleiten zonder naar Palestijnse wensen te luisteren is als een mezoeza zonder perkament: geen inhoud

overzichtsfoto debat De Balie 07:12:23

De redactie van De Vrijdagavond vroeg de jonge filosoof Esha Guy Hadjadj het boek te bespreken Wie over vrede spreekt, heeft moed. Esha woonde eveneens het debat bij in de Amsterdamse Balie waar dit boek werd gepresenteerd op 7 december jl.

Enkele weken na 7 oktober wist uitgeverij Prometheus een bundel samen te stellen van Nederlands schrijvers over de oorlog in Israël en Gaza, genaamd Wie over vrede spreekt, heeft moed

De meeste auteurs zijn joods, sommigen niet. Geen enkele is Palestijns of moslim. De presentatie werd in de Balie gehouden op de eerste nacht van Chanoeka. De kaarsen op de Chanoekia schiepen geborgenheid in de zaal, en voor de gelukkigen was er zelfs een soefgania te verkrijgen.

Verweesd in eigen land

De avond verliep enigszins warrig, maar dat was te verwachten. In een paar uur moesten welgeteld zes panelleden en één columnist zich buigen over zowel de situatie in Israël-Palestina als het antisemitisme in Nederland. Eenzaamheid overheerste, zowel als thema als qua emotie. Velen worstelen met het nieuwe gevoel verweesd te zijn in eigen land. Er zijn nog maar weinigen die geduld opbrengen voor andermans verdriet. Er spelen nu immers prangendere zaken.

De bundel bespreekt de uiteenlopende wijzen van hoe de oorlog afgeeft op joodse Nederlanders. Elma Drayer bekritiseert de berichtgeving, Judith Zilversmit constateert een verharding in Nederland en roept op tot barmhartigheid, Gideon Querido van Frank en Esther Porcelijn benoemen de botte houding van linkse sympathisanten, en velen vermengen holocaustverhalen en persoonlijke anekdotiek met reflecties over antisemitisme. De bundel is een momentopname en een dwarsdoorsnede van wat er nu speelt, met alle contradicties en spanningen van dien.

Haatzaaiende algoritmes

Porcelijn pleit voor oorlog tegen Tiktok en Meta, de tech-monopolisten die hun zakken vullen met haatzaaiende en ontmenselijkende algoritmes. Ze stipt hiermee een belangrijk onderwerp aan. Ik heb me de eerste maand vooral begeven in gesprekken en debatten op sociale media, geprinte media en op podia. Gedreven vanuit het gevoel dat niemand begrijpt wat er aan de hand is – maar ik in ieder geval meer dan de meesten – sprak ik over de noodzaak deze oorlog zo snel mogelijk te stoppen en de gijzelaars terug te krijgen.

De slachtoffers van 7 oktober krijgen we niet meer terug, redeneerde ik, maar voor die van Gaza konden we nog iets betekenen.

Ik noem dit om duidelijk te maken dat ik ondergedompeld was in wat Elma Drayer en Paul Brill in hun stukken, in navolging van Abram de Swaan, het ‘anti-Israëlisch enthousiasme’ noemen. Dat enthousiasme spatte vooral de eerste dagen van mijn scherm. Het zal aan mijn bubbels liggen, en de ongezonde drang om de meer antisemitische personen in de gaten te houden, maar ik zag enkel lofuitingen op 7 oktober voor wat Hamas uitvoerde. 

Een klimaat waarin haat gedijt

Na een paar dagen sloeg de stemming in mijn enthousiaste cirkels om in verdriet, angst, woede en ontsteltenis. Het leed van Israëli’s soms aangestipt, maar met gemak terzijde geschoven of zelfs ontkend, omdat het in hun ogen enkel een casus belli lijkt en niet een bloedbad. Een klimaat waarin haat gedijt.

 Met de komst van sociale media is er een nieuw soort massapsychologie ontstaan die we nog nauwelijks lijken te bevatten.

Niet dat ik geloof, zoals zovelen op mijn socials beweren dat we Israël de toename aan antisemitische incidenten in de diaspora moeten aanrekenen. Want als Israël er niet was geweest, zouden ‘ze’ nu niet zo boos op ‘jullie’ zijn. Een gemakzuchtige omkering. De antisemiet is altijd verantwoordelijk voor zijn antisemitisme.

Ondertussen ben ik al een tijdje van alle kanalen af. Toen de rust terugkeerde, besefte ik pas hoe al dat geschreeuw uitingen van anti-Israëlisch enthousiasme ook uitingen van onmacht zijn. Tijdens de avond en in de bundel kwam vaak ter sprake hoe beangstigend dat geschreeuw is. Er is een nieuw soort online massapsychologie ontstaan die we nog nauwelijks lijken te bevatten. Zeker niet degenen die er in opgaan.

Maar laten we wel wezen: het komt van een publiek dat feitelijk geen inspraak heeft in deze kwestie. Wilders won, Bij1 verloor haar enige zetel, en de Nederlandse regering staat nog altijd achter Israël.

Geschiedenis als prikbord voor ieders boodschap

Marcel Möring, Hans Fels en Jessica Durlacher pleiten in de Balie voor distantie en een bewustzijn van de geschiedenis. Mensen moeten de Shoah niet vergeten, de millennialange aanwezigheid van joden in historisch Palestina, en de noodzaak voor een joodse staat. 

Ach ja, de geschiedenis, dat prikbord waar iedereen zijn eigen boodschap op vastpint, desnoods over die van de vorige. Steeds meer mensen laten de geschiedenis bij de etnische zuivering van Palestijnen in 1948 beginnen, een misdaad die de Israëlische journalist Ari Shavit terecht ‘onvergeeflijk’ noemde, en die op geen enkel moment in de Balie ter sprake kwam. Andere rekken het liever op naar 1945, en zien de Shoah als de ultieme bewijsgrond voor het bestaansrecht van Israël. 

Geen enkele staat op deze aardbol geniet een intrinsiek bestaansrecht. 

Weinigen durven toe te geven dat geen enkele staat op deze aardbol een intrinsiek bestaansrecht geniet. Wanneer je geschiedenis enkel door de paardenkleppen van de nationale grenzen bekijkt, zul je deze oorlog niet doorgronden. Lenin verweet Rosa Luxemburg ooit dat ze verstrikt raakte in de wereld van ‘de kat en de rat’ door alleen Pools nationalisme te bestrijden. Voor de rat bestaat er geen groter, gevaarlijker, zelfs kwaadaardiger dier dan de kat – geen leeuwen, olifanten of wolven. Voor de kat is niets smakelijker dan een rat. Beiden sluiten zich af voor het hele dierenrijk zodra ze bij elkaar in de buurt komen. 

Hoeveel mensen zijn de laatste tijd niet verstrikt geraakt in de wereld van de kat en de rat? Wie zijn land wil begrijpen, moet de landen eromheen bestuderen, en zich afvragen waarom zij de grenzen respecteren – althans voorlopig.

Vestigingskolonie

Toch valt het op dat de vele pleidooien voor historisch bewustzijn één element buiten beschouwing laten: het kolonialisme. In het boek wordt de aanklacht van kolonialisme enkel opgevoerd om het meteen als belachelijk te diskwalificeren. 

Natuurlijk, Israël is geen koloniale staat zoals Frans-Algerije of Nederlands-Indië dat was. Maar het blijft een ‘vestigingskoloniale’ staat – zij het een aparte – die al aanwezige bewoners verdreef en dorpen verwoestte om ruimte te maken voor de vestiging van een nieuwe gemeenschap, maatschappij, taal en cultuur. Het land dat nog het dichtst bij Israël in de buurt komt is Liberia, gesticht in 1847 als thuishaven voor zwarte Amerikanen die wegens slavernij en discriminatie ‘terugkeerden’ naar hun voorouderlijke thuisland. Zij richtten een staat op aan de westkust van het continent en begonnen daar opstanden van al aanwezige bewoners neer te slaan met militaire steun van de VS.

Volgens Poetin is Oekraïne een nepstaat

Gideon Querido van Frank, Robert Vuijsje en Marcel Möring beweren ieder dat je niet kunt koloniseren waar je vandaan komt, maar het geval van Liberia (of de Westelijke Sahara) laat zien dat dat onjuist is. Voor wie dat nog niet overtuigend genoeg is, is er altijd nog Poetin. De Russische leider concludeerde in zijn essay ‘over de historische eenheid van Russen en Oekraïne’ (2021) dat Oekraïne een nepstaat is die historisch Russische gebieden bezet. Ook hij beweert dat je niet de Krim of de Donbas kunt koloniseren, aangezien het altijd al Russisch gebied was.

Israël is als bastaard van het Westen de perfecte zondebok. 

Israël is dus lang niet de enige of de laatste koloniale staat zoals velen aan de linkerkant beweren. En het is inderdaad frustrerend dat in de linkse verbeelding enkel de misdaden en wreedheden tellen die door Westerlingen zijn begaan (waarmee Israël als bastaard van het Westen de perfecte zondebok is). Maar dat neemt niet weg dat we Israëlische misstanden gemakzuchtig kunnen wegrelativeren.

Vergt vrede moed?

Vrede vergt geen moed, zoals de titel veronderstelt. De meeste mensen zijn voor vrede, hoewel auteurs Jessica Durlacher, Femmetje de Wind en Gideon Querido van Frank in het debat en de bundel aangaven voor de oorlog te zijn. Maar voor vrede pleiten zonder naar Palestijnse wensen te luisteren is als een mezoeza zonder perkament: geen inhoud. We kunnen naast ons eigen verdriet op z’n minst onder elkaar de Nakba en haar gevolgen erkennen, waaronder het recht op terugkeer van miljoenen Palestijnen in diaspora. 


cover: boekpresentatie in de Balie, 7 december 2023, met onder meer Shura Lipovski, Marcel Möring, Jessica Durlacher, Gideon Querido van Frank en publiek. Foto Bloom

Over Esha Guy Hadjadj 3 Artikelen
Esha Guy Hadjadj is zelfstandig schrijver en journalist. Hij schrijft regelmatig over de manier waarop we ons verhouden tot een al dan niet gedeeld verleden. Zijn werk verscheen o.a. in de Nederlandse Boekengids, de Revisor, Hard//hoofd, de Groene Amsterdammer en OneWorld.nl Portret Esha Guy door Marianne Hommersom

1 Comment

  1. Het recht van een staat om te bestaan is eenvoudig gebaseerd op de macht van die staat om zichzelf te handhaven. Heel eenvoudig. Israel heeft die macht getoond. De Oekraine nog niet.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*