Tijdens de Anschluss is Clara Joachimsthal in Wenen

cover deel 7 Joachimsthal

Als nazi-Duitsland Oostenrijk binnenvalt, woont Clara Joachimsthal in Wenen. Spoorslags keert zij terug naar Nederland waar ze Joodse vluchtelingen probeert te helpen. Talma Joachimsthal, cultuurredacteur van De Vrijdagavond, vertelt over de familiegeschiedenis van de bekende boekhandel en uitgeverij.  

‘Het spijt me dat ik u alweer moet lastigvallen, maar daar ik in Wenen heb gewoond word ik overstroomd met alle mogelijke brieven’, schrijft Clara Joachimsthal aan het Nederlandse Comité voor Joodse Vluchtelingen.

Fotografe en zeer betrouwbaar

Na de Anschluss stuurden Joodse vrienden en kennissen haar allerlei verzoeken om met haar hulp naar Nederland te kunnen komen. ‘Schrijfster van inliggende brief ken ik’, gaat Clara verder. ‘Is fotografe en zeer betrouwbaar. Wat moet ik hier doen, het schijnt zeer dringend te zijn’. Zelf kan ze geen vluchtelingen opvangen. 

Ze huurt een kleine woning in de Amsterdamse Slaakstraat waar ze de zorg opneemt voor de tienjarige Joop van Dijk. Joop is een angstige jongen die tijdelijk niet door zijn eigen moeder kan worden verzorgd. Daardoor heeft ze geen ruimte om Oostenrijkse vluchtelingen bij haar in huis te nemen: ‘Geeft u mij svp raad en als het kan zo spoedig mogelijk. We moeten maar alles doen wat we kunnen’. 

Interbellum

Clara en haar zus Lou en broer Sal Joachimsthal groeien op tijdens het Interbellum: de periode van de opwindende jaren twintig en dreigende jaren dertig. Wat drijft en beroert hen in deze roerige periode? Hoe gaan ze om met het donkere monster dat steeds groter wordt, terwijl het hen tegelijkertijd voor de wind lijkt te gaan? 

De kinderen Joachimsthal groeien ze op in een warm, traditioneel Joods nest. Vader Meijer is (mede) directeur van de boekenfirma. Moeder Rebekka is een lieve, sterke vrouw die actief is in het bestuur van de Joodse Vrouwenraad. Dochters Clara en Lou studeren en werken, wat niet gebruikelijk is voor vrouwen in die tijd. Sal wordt in 1938 al op 26-jarige leeftijd directeur van het familiebedrijf.

Clara, Sal en Lou, Zandvoort aan zee, 1928

Sara Clara Joachimsthal (1907-1945)

Clara kent in haar tienerjaren veel gezelligheid. Vanaf haar 24ste komt daar verandering in. Begin jaren dertig komen er berichten over de slechte behandeling van Joden in Duitsland en het Oosten van Europa. Vader Meijer drukt politieke pamfletten en brochures over antisemitische ontwikkelingen. Door deze zorgelijke berichten wordt voor de jonge generatie het zionisme en de oprichting van een Joodse staat steeds aantrekkelijker. Clara en haar jongere zus Lou sluiten zich aan bij de NZSO, de Nederlandse Zionistische Studenten Organisatie. 

Clara doet in december 1931 samen met de voorzitter van de NZSO een dringende oproep in het NIW. Joodse studenten en andere geïnteresseerden worden opgeroepen om naar Hotel Américain aan het Leidseplein te komen om de erbarmelijke behandeling en mishandeling van Joodse studenten aan universiteiten in Polen en Centraal-Europa te bespreken. 

Professor Klassieke Talen David Cohen (later voorzitter van de Joodsche Raad) en Fritz Bernstein, voorzitter van de Nederlandse Zionistenbond, voeren het woord. 

Weensche brieven

Na haar studie werkt Clara als psychologisch pedagoge en correspondeert ze onder meer met Helena Deutsch, de Pools-Amerikaanse psychoanalytica en collega van Sigmund Freud, evenals met Freuds dochter Anna. Eind 1936 is ze van plan om haar expertise uit te breiden en gaat naar Wenen waar ze in januari 1937 aankomt. 

In Wenen schrijft Clara twee artikelen in het NIW onder de kop ‘Weensche brief’. Vooral de brief met de titel ‘Waar moet dat heen’ laat duidelijk zien hoe de situatie van de Oostenrijkse Joden op dat moment is. 

‘Op een mooie maartdag zat ik op een bankje van de warme zon te genieten, in een der vele parken van de stad Wenen’, schrijft Clara. ‘Naast mij nestelden zich al spoedig twee oude mensen, die een krantje gingen lezen.’

Het duurt niet lang voor ze in gesprek komt met ‘de twee oudjes’ en het wordt haar al snel duidelijk dat zij zich ernstig zorgen maken over de toekomst van de Joden in Oostenrijk. Het leven wordt alsmaar zwaarder. Joden worden steeds vaker uit intellectuele beroepen geweerd. Assistent-artsen aan de universiteit worden allemaal vervangen door niet-Joden. Hoe zal het gaan met Joodse studenten? Studeren kunnen ze nog, maar wat zal er met hen gebeuren wanneer ze hun studie afronden?

En zakenmensen, vooral de kleine man, krijgen het steeds moeilijker. ‘Een gemeente van 170.000 zielen ruim’, sluit Clara haar artikel af, ‘voor een groot deel bestaande uit mensen die instemmen met de verzuchting van mijn oudjes, op het bankje in het park: Waar moet dat heen?

Anschluss

Half maart 1938 wordt het Oostenrijkse leven voor haar als Jodin onhoudbaar en te gevaarlijk. Op 12 maart 1938 trekken troepen van de Duitse Wehrmacht Oostenrijk binnen en het duurt nog geen dag of de Anschluss is een feit. 

Twee dagen later spreekt Hitler vanaf een balkon aan de Heldenplatz – op nog geen kwartier wandelen van Clara’s appartement – twintigduizend uitzinnige Weense toeschouwers toe: ‘Als Führer en kanselier van het Duitse volk en Reich maak ik nu voor de geschiedenis bekend dat mijn vaderland zich bij het Duitse rijk heeft aangesloten.’

Stoep schoonmaken

Al op de dag van de Duitse inval wordt het heersende antisemitisme met publieke vernedering en sadisme in de praktijk gebracht. Joden worden de straat op gesleurd, mishandeld en gedwongen met tandenborstels of zelfs hun tong de stoep schoon te maken, iets wat zelfs in nazi-Duitsland nog niet is voorgekomen. De gewelddadigheden gaan nog wekenlang door. Naar alle waarschijnlijkheid krijgt Clara van dichtbij te maken met het nationaalsocialistische, anti-Joodse geweld. Vrijwel meteen na de inval van de Wehrmacht besluit Clara haar koffers te pakken en gaat terug naar het dan nog veilige Amsterdam. Daar tracht ze haar Joods-Weense kennissen die willen vluchten zo goed als mogelijk te helpen. 

Oorlogsjaren 

Tot begin 1943 blijft Clara actief binnen haar vakgebied psychologische pedagogie. Ze houdt lezingen, publiceert artikelen en werkt bij het Joods Medisch Opvoedkundig Bureau. In haar onderduikperiode vertaalt Clara zelfs nog een boek voor Uitgeverij Contact. 

Nadat ze is verraden is en naar Bergen-Belsen wordt gedeporteerd, blijft ze zich in het concentratiekamp inzetten voor kinderen die haar hulp nodig hebben. 

Clara overlijdt op 15 mei 1945, na dertien dagen onder de meest afschuwelijke omstandigheden te hebben gereisd met de beruchte deportatietrein genaamd ‘Het Verloren Transport.’

Sal, vader Meijer, moeder Rebekka en Lou

Sal overlijdt op 12 februari 1945 in Bergen-Belsen door honger, uitputting en ziekte. Over Sal is meer te lezen in het volgende artikel in deze serie.

Vader Meijer en moeder Rebekka werden beiden vermoord in Sobibor op 23 juli 1943.

Lou emigreerde na haar studie in 1935 naar het toenmalige Palestina. Dankzij haar emigratie was Lou de enige van het hele gezin die de Tweede Wereldoorlog overleefde. 


Deze tekst is geschreven door Talma Joachimsthal. Een deel van deze tekst komt uit het boek en is geschreven door Gerben Post. 

kaft boek Joachimsthal

Joachimsthal. Familie en Firma 1823-1945 van Bart Wallet, Gerben Post en Talma Joachimsthal. 256 pagina’s, gebonden, groot formaat (23 x 28 cm); €34,95; uitgeverij WBOOKS, Zwolle, 2023 Vormgeving: Talma Joachimsthal, WAT ontwerpers, Utrecht

Cover: Clara, Lou en Sal Joachimsthal, Amsterdam, 1935

Serie Joachimsthal in De Vrijdagavond

​​deel 1
Sara Clara’s succesvolle toetreding tot de familie Joachimsthal 

deel 2
Joachim Lazarus Joachimsthal strijkt neer in het boekeneldorado Amsterdam

deel 3
Marketing avant la lettre bij Joachimsthal 

deel 4
Saartje Paardepoot en Mesjoggene Gans, sjnorrers in de buurt van Joachimsthal

deel 5
Stervormgevers bij het kleine media-imperium Joachimsthal

deel 6
Opvang Duits-Joodse vluchtelingen en waarschuwingen tegen het nationaalsocialisme

Over Talma Joachimsthal 9 Artikelen
Talma Joachimsthal (1966) is grafisch ontwerper en sociaal ondernemer. Als directe nazaat van het familiebedrijf is zij vanaf haar twintigste bezig met verzamelen van informatie over, en drukwerk van het familiebedrijf. Talma groeide op met de verhalen die haar vader Albert Joachimsthal haar vertelde.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*