Niets is onmogelijk, aldus Abraham Tuschinski die nog steeds mensen inspireert

rond laag beeld met de tekst Niets is onmogelijk

Op 9 en 10 september vond in Rotterdam het Tuschinski-festival plaats ter gelegenheid van de oplevering van de nieuwe woonwijk Little C waar enkele straatnamen zijn vernoemd naar Joodse filmondernemers zoals Abraham Tuschinski.

Aanleiding was de onthulling van een Ode aan Tuschinski, een kunstwerk ontworpen door Anne-Mercedes Langhorst. Het festival was georganiseerd door bewoners samen met het Stadsarchief Rotterdam en het Rotterdams Centrum voor Beeldende Kunst.

Iconische bioscoop

Bij de naam Tuschinski denken we natuurlijk aan het iconische bioscooptheater in de Reguliersbreestraat in Amsterdam. Het gebouw dat in 1921 werd geopend is nog altijd een opvallende schoonheid onder de theaters. In 2021 werd het uitgeroepen tot het mooiste bioscooptheater van de wereld. 

Het gebouw is zowel aan de binnen- als de buitenkant duidelijk het werk van een bevlogen opdrachtgever. Abraham Tuschinski huurde de beste ontwerpers in en bemoeide zich tot in de kleinste details persoonlijk met alle onderdelen. 

Abraham Tuschinski – still uit documentaire The Greatest of the Greatest – The Life of Abraham

Jugendstil en Art Deco

In het interieur domineren de toen modieuze Jugendstil en Art deco. Het exterieur is duidelijk beïnvloed door de stijl van de Amsterdamse School en de opvallende voorgevel met zijn twee torens doet weer Oosters aan met keramische sculpturen, glas in lood en smeedijzeren hekken. Alles bij elkaar had het de perfecte uitstraling om in de twintiger jaren het publiek te verleiden om binnen te treden in de toen nog nieuwe, illusionaire wereld van het witte doek. Het was zijn persoonlijke meesterwerk. 

Toch voelde Tuschinski zich op-en-top Rotterdammer, de plaats waar hij zijn eerste schreden in het bioscoopvak zette en in totaal vijf theaters zou bouwen. 

Van Lódz naar Rotterdam

Abraham Tuschinski, in 1886 geboren in het Poolse Lódz, was opgeleid als vestenmaker. In 1904 reisde hij op veertienjarige leeftijd naar Rotterdam waar hij aan de slag ging bij de kleermakerij van landgenoot Ephraim Dobrocitcki, waar al meerdere Joodse kleermakers uit Lódz werkten. Het ging hem goed en al snel voegde Abrahams vrouw Manja Ehrlich zich bij hem in Rotterdam. 

In 1908 wordt Tuschinski naast zijn baan als kleermaker ook exploitant-eigenaar van het Joods landverhuizers logement hotel Polski dat eerder aan zijn schoonvader toebehoorde. Maar het aantal Poolse landverhuizers stokt als Duitsland rond 1911 hen niet langer toestemming geeft om via Duitsland naar Rotterdam te reizen. Het hotel raakt in moeilijkheden en Tuschinski moet, inmiddels vader van drie zoons, op zoek naar een nieuwe inkomstenbron. 

Thalia in leegstaand kerkje

In de havenstad Rotterdam is de behoefte aan amusement en vertier groot en zo opent hij nog datzelfde jaar in een leegstaand kerkje zijn eerste bioscoop ‘Thalia’. 

Hij heeft succes, het bedrijf groeit gestaag. 1920 bezit Tuschinski, samen met zijn uit Polen overgekomen zwagers Hermann Ehrlich en Hersch Gerschtanowitz, vier bioscopen en een filmverhuurkantoor in Rotterdam, in 1923 volgt nog het Grand Theater aan de Pompenburgsingel bij. 

Ook na de opening van het paradepaardje Grand Theater Tuschinski in Amsterdam in 1921 blijft Rotterdam zijn woonplaats en de thuisbasis van het bedrijf.  

Bio Vacantieoord

Tuschinski was een ondernemer pur sang, had ook een neus voor artisticiteit en een perfect gevoel voor marketing. Daarnaast verloochende hij zijn afkomst nooit. Met evenveel enthousiasme zette hij zijn talenten in om de noden van de minderbedeelden onder de aandacht te brengen. Met hulp van de bioscoopbond riep hij de collecte voor het Bio Vacantieoord in het leven dat nog steeds bestaat. De prijzen in zijn theaters hield hij laag zodat arm en rijk van het aanbod gebruik konden maken en van de luxe en bijna museale omgeving in zijn theater konden genieten. 

In één klap verwoest

Dat wij nu niets meer weten over Tuschinski’s activiteiten in Rotterdam komt door het bombardement op Rotterdam. Op 14 mei 1940 werden al zijn bioscopen in één klap verwoest. Naar verluidt weigerde Tuschinski onder te duiken. Een telefoontje dat hij pleegde bij een buurman werd hem fataal. Samen met zijn vrouw, hun drie zoons waren op jonge leeftijd overleden, werd hij naar Auschwitz gedeporteerd. Enkele jaren geleden is voor zijn huis aan de Rochussenstraat een struikelsteen geplaatst.  

Joodse bioscoopexploitanten

Toen bij de Coolhaven in Rotterdam een nieuw woonproject, Little C, werd gebouwd zagen de medewerkers van het stadsarchief en de straatnamencommissie van Rotterdam dat als een gepaste omgeving om Tuschinski te eren. Little C. is een ambitieus project vormgegeven met uitzonderlijk veel aandacht voor detail. Behalve een straat werd ook het naastgelegen park naar Tuschinski vernoemd. 

De overige straten in het complex kregen de namen van twee andere Joodse bioscoopexploitanten: Karl Weisbard en Samuel Soesman. De commissie stelde een prachtig boekje samen over het leven en werk van deze drie Joodse bioscoop ondernemers in het vooroorlogse Rotterdam. 

Kunstwerk van Anne-Mercedes Langhorst

Anne Mercedes: “Ik heb 9,5 jaar met hem geleefd. Hij heeft me laten zien wat er kan gebeuren als je doorzet.” 

Anne-Mercedes Langhorst voor haar Ode aan Tuschinski, foto Wil de Jong

Het eerbetoon aan Tuschinski in de vorm van een rond podium dat 5 september jl. op het plein voor de Hogeschool Rotterdam op de G.J. de Jonghweg werd onthuld is een persoonlijk initiatief van de Rotterdamse kunstenares Anne-Mercedes Langhorst. 

Op aanraden van haar man bezocht zij in 2014 de presentatie van het boek “Het grootste van het grootste: leven en werk van Abraham Tuschinski.”

Verwantschap

Anne-Mercedes, geboren in Lima, voelde meteen verwantschap. “Ik kende hem niet, ik hoorde toen voor het eerst over zijn leven en geschiedenis, wat me zeer ontroerde. Nederland kwam net uit de economische crisis en ik kwam tot de conclusie dat ik als kunstenaar wel wat meer ondernemerschap kon gebruiken. Als Tuschinski nu nog had geleefd was ik meteen naar hem toe gegaan om advies te vragen.”

“Hij was ondernemer met gevoel van artisticiteit, inclusiviteit, een heel inspirerende man. Ik dacht meteen ‘ik wil hem eren, niet met een borstbeeld maar met een podium’. Hij bouwde theaters met podia waarop niet alleen sterren werden gelauwerd, maar ook gewone Rotterdammers die buitengewone prestaties leverden.” 

Grote zaal Tuschinski Amsterdam, foto Fabio Bruna, Wikimedia Commons

Pak het podium, pak het licht

Anne-Mercedes vervolgt: “Net als hij ben ik niet geboren in Rotterdam, maar voel ook veel verwantschap met deze stad. Wij met elkaar, met onze diverse achtergronden kunnen iets bijdragen om van deze stad een mooiere plek te maken. Voor hem was iedereen gelijk, pak het podium, pak het licht, ga je gang. Daarom is de locatie voor de Hogeschool een uitstekende plek.” 

“Ik ben me door hem ook gaan verdiepen in de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog. Tuschinski is vermoord in Auschwitz. Tuschinski’s motto ‘niets is onmogelijk’ heeft voor mij een dubbele betekenis. De moord op de Joden hielden we niet voor mogelijk. Ook nu gebeuren er verschrikkelijke dingen waarvan we niet begrijpen dat het zich weer voordoet.

Voetsporen van Tuschinski

Ik wil een laag van bewustwording meegeven: en als ik dat kan doen in de voetsporen van Tuschinski: dat ontroert me zeer.” 

Joodse bioscoopondernemers in het Straatnamenboek, Stadsarchief Rotterdam

cover: beeld Ode aan Tuschinski, foto Fred Ernst

Over Anita Frank 20 Artikelen
Anita Frank initieerde en participeerde, na haar studie theaterwetenschap en kunstgeschiedenis, in talloze projecten in het theater, de openbare ruimte en op het terrein van cultureel erfgoed onder andere voor de Gemeente Amsterdam. Daarnaast adviseert zij kunstenaars en culturele initiatieven. Voor het Joods Museum maakte zij onder meer de foto installatie Joods Leven. Levensmotto: van cultuur krijg je nooit genoeg!

1 Comment

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*