Maimonides als Ketter?

Ekev

beeldmerk Parasja

Ekev begint met een waslijst aan beloningen die men kan verwachten als men God’s wetten volgt1: Hij zal het verbond met je instandhouden, van je houden, je beschermen, je zegenen op allerlei gebieden, je zult niet meer ziek worden en je vijanden overwinnen.

In de tweede paragraaf van het Sjema2, wat twee keer per dag door orthodoxe Joden wordt gezegd en ook in onze parasja voorkomt, wordt er regen, een goede graanoogst, wijn, olie en gras voor de dieren beloofd.

Natuurlijk, want zo rechtvaardig is God wel, worden ook straffen beloofd voor diegenen die zich niet netjes aan de regeltjes houden: zoals complete vernietiging.3 Veel mensen zijn gemotiveerd door deze beloningen en straffen.

Deze denkwijze wordt al in de tijden van de Misjna4 (tweede en derde eeuw) afgeraden:

Antigonus, een man uit Socho…placht te zeggen: wees niet als dienaren die de meester dienen in de verwachting een beloning te ontvangen, maar wees als dienaren die de meester dienen zonder de verwachting een beloning te ontvangen.

In Awot deRabbi Natan5 (zevende – negende eeuw) wordt hier nog een saillant detail onthuld: Antigonus had twee leerlingen die:

…in twijfel trokken wat ze hadden geleerd en zeiden: Waarom zeiden onze vaders [zoiets]? Is het mogelijk dat een arbeider de hele dag moet werken en ’s avonds zijn vergoeding niet ontvangt? Als onze vaders hadden geweten dat er [een andere] wereld was en dat de doden weer tot leven zouden worden gewekt, zouden ze dit niet hebben gezegd. Dus besloten ze zich af te scheiden van de weg van de Thora.

Maimonides (1138-1204) brengt verschillende benaderingen voor de beloning en straf die in de Tora voorkomt.

Zo zijn er mensen die geloven dat er fysieke geneugten zijn voor rechtvaardigen en hellevuur voor zondaars. Anderen geloven dat beloning en straf in deze materiële wereld worden gegeven in de vorm van lichamelijke genoegens en wereldse prestaties. Sommigen geloven dat de beloning pas plaatsvindt als de Masjie’ach zal komen, dat hij de doden zal doen herleven en we dan het Gan Eden binnengaan, “waar we voor altijd gezond zullen eten en drinken”.

Onvolwassen en kinderachtig

Maimonides verwierp al deze posities. Hij vond ze onvolwassen en kinderachtig. Mensen die afhankelijk zijn van beloningen en straffen zijn als het kind dat voor het eerst naar school wordt gebracht en alleen gemotiveerd wordt om te leren door omgekocht te worden met snoepjes. 

Naarmate hij ouder wordt en snoep ontgroeit (dit is hypothetisch!) wordt de omkoping opgewaardeerd tot mooie kleding. Als hij nog ouder is, is de motivatie geld. Als hij dan echt ‘volwassen’ wordt, wordt hij aangemoedigd om te leren zodat hij een rabbijn of een rechter zal worden die door anderen geëerd zal worden.

“Dit alles”, zegt Maimonides, “is beschamend. Het is alleen nodig vanwege de onvolwassen aard van mensen die steekpenningen nodig hebben.”

Gids voor de dolenden

Maimonides legt op verschillende plaatsen in de Moreh Newoechiem (‘Gids voor de dolenden’) uit dat er twee soorten van geloofspunten zijn:

  1. ‘noodzakelijke’ geloofspunten zijn bedoeld voor de ‘gewone’, minder intellectuele bevolking, en
  2. ‘ware’ geloofspunten, voor mensen die zich verdiept hebben in de filosofie en intellectueel begaafd zijn

Als er in de Tora beloningen en straffen worden gegeven, dan is dit ‘noodzakelijk’ voor het gewone gepeupel. Ze houden mensen in toom en zo leiden ze een godvruchtig leven. De filosofen weten echter dat deze beloningen en straffen niet voor hen bedoeld zijn en dat de waarheid is dat alle ge- en verboden in de Tora leiden tot een betere samenleving en morele vooruitgang.

Het genot wat een intellectueel mens ontleent aan een goed functionerende maatschappij, filosofie en wetenschap is de ware, Goddelijke beloning.

Natuurlijk verpakte Maimonides dit in heel ingewikkeld taalgebruik, zodat alleen de intelligentsia dit konden begrijpen.

In zijn boek De ketterijen van Maimonides (‘Kfirotav shel haRambam’) legt Dr Yisrael Netanel Rubin uit dat Maimonides, ondanks zijn 13 Geloofspunten, Maimonides zelf niet geloofde in een aantal geloofspunten. Hij stond onder de invloed van Aristoteles die bijvoorbeeld van mening was dat de wereld géén begin had. Maimonides ontkende in zijn Moreh Newoechiem verbloemd het idee van creatio ex nihilo (schepping uit het niets). Zo geloofde hij ook niet dat God boos wordt, straft, beloont en luistert naar de kreten van de onderdrukten.

Hij zag het als een soort ‘heilige leugens’ die bijdragen tot de vervolmaking van de mens en een betere maatschappij voor allemaal.

Heimelijk

Waar de leerlingen van Antigonus van Socho zich van hun leraar afkeerden omdat zij vonden dat men wél gemotiveerd moest worden door beloning en straf, beschouwde Maimonides dit als kinderlijk en keerde zich hiermee heimelijk af van het orthodoxe gedachtengoed.


1 Dewariem 7:12-24
2 11:13-12
3 8:19-20
4 Awot 1:3
5 5:2
6 Introductie tot Misjna Sanhedrin, hoofdstuk 10

Over Igra Ramma 19 Artikelen
Igra Rammah (een nom de plume) woont thans in het buitenland maar is oorspronkelijk afkomstig uit Nederland. Hij heeft vier jaar in jesjiewes geleerd en laat zich graag uitdagen voor een pittige discussie over onze Joodse traditie. Met zijn voorliefde voor bijbelkritiek bekijkt hij de zaken graag van de minder traditionele kant en vindt zo diepgang in zijn eigen cultuurgoed.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*