Jeugdiger en krachtiger handen op Muiderberg – een lang gekoesterde wens van Samuel Israel Mulder

getekende grafzerken in blauwtinten

Eind april van dit jaar was ik aanwezig bij een bijzondere, misschien wel historische, bijeenkomst op de Joodse Begraafplaats Muiderberg. Het bestuur van Het Stenen Archief had hun comité van aanbeveling uitgenodigd voor een rondleiding over het oudste gedeelte van het gutort*.

De aanleiding daarvoor lag in de plannen die zich vormden voor een verantwoord herstel van met name het oudste grafveld, vak A. Die plannen werden uit de doeken gedaan, waarop uiteraard een discussie volgde over het voors en tegens. Maar eerst de rondleiding.

Vanuit de aula volgen we het pad naar het metaheerhuis, dat net achter de oorspronkelijke ‘berg’, op een kruispunt van paden ligt. Daar bevindt zich ook de laatste rustplaats van Samuel Israel Mulder (1792-1862), een van de belangrijkste krachten achter de negentiende-eeuwse Emancipatie. Als vertaler van Tenach en tefille is hij van grote betekenis geweest voor de taalkundige vorming van minstens drie generaties Nederlandse Joden. Maar hij had grotere ambities: hij beijverde zich ook voor wat je een Hollandse tak van de ‘Wissenschaft des Judentums’ zou kunnen noemen. In die zin is hij in mijn ogen nog altijd een baken, dus ik leg een steentje op zijn matseiwe.

een steentje op de matseiwe van Samuel Israel Mulder (foto auteur)

Het Boek der Levenden

Mulder had iets met Muiderberg. Hij heeft er een beknopte geschiedenis van geschreven, die later achterin zijn Sefer Hachajiem (Het Boek der Levenden, bevattende Gebeden en Smeekingen op de Begraafplaatsen en op de graven van Dierbare Afgestorvenen) uit 1851 werd opgenomen. Ik citeer daaruit:

De voorouderlijke begraafplaats te Muiderberg is om meer dan eene reden merkwaardig: alle vreemdelingen erkennen dit.  Zij toch biedt den geschiedvorscher, den strever naar wetenschap, en den liefhebber van oudheden een naauwelijks te bevroeden schat van zeldzame voorwerpen aan. Terwijl het dan ook een door mij lang gekoesterde wensch is, dat jeugdiger en krachtiger handen dan de mijne zich aan eene uitvoerige verslaggeving daarvan mogen wijden, bepaal ik mij tot de mededeeling der opschriften van enkele zarken.

In de loop der tijden is meermalen geprobeerd  deze uitdaging op te pakken. Ik denk daarbij met name aan Abraham Frank z”l (1904-1943) die kort voor de oorlog afschriften heeft vervaardigd van alle destijds nog leesbare zerken in vak A. Die zijn later nog een keer nagelopen door een anonymus en meer recent heeft Jelka Kröger zich er nog mee bezig gehouden. Maar die uitvoerige verslaggeving, waar Samuel Israel Mulder zo vurig op hoopte, is er nog altijd niet. Momenteel wordt hieraan gewerkt door Marius Heemstra, met hulp van ondergetekende.

Indrukwekkend woud

De tand des tijds is ondertussen niet opgehouden met malen. Veel van de zerken die Abraham Frank nog heeft gezien zijn inmiddels gebroken of omgevallen en er is een indrukwekkend woud ontstaan op de oude heuvel. Voor zover dat vak C onbegaanbaar maakte hebben de inspanningen van de vrijwilligers van Het Stenen Archief al veel opgeleverd. In de eerste plaats een rijke oogst aan foto’s op de website. Die zijn er overigens ook van vak A al in honderdtallen. Toch moet er nog veel gedaan worden, want het kreupelhout in voornoemd bos is op veel plaatsen behoorlijk ondoordringbaar en vaak worden de grafschriften door klimop onleesbaar gemaakt.

grafveld A op Muiderberg (foto Wikimedia Commons)

Terwijl wij de beboste heuvel vanaf de westkant beklimmen, ergens op de grens tussen vak C en vak A, ontstaat hierover een belangrijk punt van discussie: dat verval is namelijk van een schilderachtigheid die bij veel mensen een – volgens mij aan de Romantiek ontleende – ontroering wekt. Dat moeten wij niet willen repareren! Dan gaan we tegen de geschiedenis in! Samuel Israel Mulder geeft evenwel blijk van een heel ander sentiment:

… doch hoe belangwekkend deze opschriften ook zijn, zij geven geen denkbeeld van den indruk, die het gezigt des kerkhofs op den nadenkenden bezoeker maakt. Op den top des zandheuvels staande, ziet  men duizende en duizende grafgevaarten van verschillende soort en vorm. Daar onder ontdekt het oog die van dierbare ouders en bloedverwanten, van aanzienlijken en geleerden welke eenen historischen roem hebben verkregen.

Dichter bij Mulder

Ik wil er geen geheim van maken dat ik in mijn beleving dichter bij Mulder sta dan bij de liefhebbers van groen en vergankelijkheid. Desalniettemin ben ik ervan overtuigd dat het nastrevenswaardig – én doenlijk – is om bij de plannen voor herstel een goede balans te vinden, waardoor het oudste gedeelte van het ‘huis der levenden’ op Muiderberg een plek wordt die ook ons die nu leven iets te vertellen heeft.

*een oud Jiddisch eufemisme voor een Joodse begraafplaats, een goeie plek


Donaties aan Het Stenen Archief zijn uiteraard zeer welkom.

cover illustratie Françoise Nick

Over Channa Kistemaker 48 Artikelen
Is afgestudeerd (1988) als classica en heeft zich later in het Hebreeuws bekwaamd. Zij doet historisch onderzoek naar de religieus-Joodse boekcultuur in Nederland van 1815 tot nu. Ook houdt zij zich bezig met het documenteren van de grafzerken op de Joodse Begraafplaats Zeeburg, en vertaalt zij poëzie uit het Ivriet.

1 Comment

  1. Hi Channa, interessant stuk. Op de begraafplaats in Overveen hebben wij hetzelfde dilemma, wat te doen met de verdwenen grafstenen. Graag contact. Hartelijke groet, Renée Citroen (de redactie heeft mijn emailadres)

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*