Firma Menco & Co, de Groningse jaren van de Menco’s of Minco’s 

geschiedenis van mijn huis deel 1

zwart wit foto van de Taco Mesdagstraat in Groningen

‘Komt u maar hier staan, Mevrouw Menco.’ Met een klein handgebaar wenkt architect en aannemer Smit, Wilmina Menco-Kats met haar twee kinderen.

Ze schuifelen voorzichtig over de plankieren, Mina met de kleine Manuel op de arm en haar vijfjarige dochtertje Carolien aan de hand. Het is een schitterende voorjaarsochtend, deze twaalfde april van het jaar 1923, zo’n voorjaarsdag die te abrupt te warm is, het lijkt ineens wel zomer, terwijl de meeste bomen nog grotendeels in de knop staan. De kleine Manuel draagt een kostuumpje, bestaande uit een piepklein colbert met een bijpassend pantalonnetje van lichte beige wol dat speciaal voor hem vervaardigd is op de zaak en eigenlijk te warm is voor zo’n stralende dag als vandaag. Het wachten is op Carel. Carel Menco, Mina’s echtgenoot, vader van Carolien en Manuel, broer van Salomon, oudoom van mij.

Dit verhaal gaat over het huis waarin ik, samen met mijn broer Michaël, opgroeide in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. Het was een familiehuis. Na het overlijden van mijn vader in 1994 verkocht mijn moeder het huis in 1996 en kwam er een einde aan het verblijf van de Menco’s of de Minco’s in Groningen.

Carel en Salomon

Carel kwam samen met zijn broer Salomon in 1920 naar Groningen om er een confectiebedrijf te beginnen, de Firma Menco & Co. Ze richtten zich op een nieuw en groeiend marksegment en produceerden kleding voor de gewone man uit de middenklasse. 

Oom Carel was de vakman, die het ambacht van kleermaker leerde van zijn vader Manus Menco uit Ootmarsum en hij wist als geen ander dat het bij kleding ging om de juiste combinatie van stof van kwaliteit, met het perfecte patroon en goede detaillering en afwerking. Zijn oudere broer Salomon had nooit zoveel interesse gehad in het vervaardigen van kleding, maar hij had juist weer een feilloos gevoel voor commercie en de gave om met ieder mens goed om te gaan. Salomon was rustig, beminnelijk en vriendelijk.

Taco Mesdagstraat

Carolien staat te huppen van haar ene been op het andere als er een luide claxon klinkt door de pas aangelegde Taco Mesdagstraat, waar aan één kant een nieuw huizenblok verrijst. 

De aanwezigen schrikken op en kijken naar de automobiel die de straat inrijdt en stilhoudt bij het gezelschap. Mina maant haar dochtertje: 

 ‘Carolien, rustig nu. Vader komt eraan.‘

De chauffeur stapt uit en opent het achterportier. Carel Menco komt de wagen uit, zet zijn hoed op en stapt met stevige tred het plankier op, stelt zich op naast Mina en Carolien en neemt de kleine Manuel van haar over. Het gezelschap bestaat verder uit de dan nog vrijgezelle Salomon samen met hun vader Manus. Ook de ouders van Mina, Carolina en Salomon Kats zijn die ochtend vroeg met de trein uit Beilen gekomen en staan klaar voor de plechtige gebeurtenis op de zanderige, stoffige bouwplaats in deze nieuwe wijk, grenzend aan het centrum van de stad.

‘Hartelijk welkom, dames en heren,’ Carel neemt het woord. 

‘Op deze mooie dag onthullen we de eerste steen van ons huis, hier in de Taco Mesdagstraat en markeren we het begin van de bouw van de woning, het fundament voor onze familie in deze mooie stad. Het gezin vormt de basis van ons bestaan en ik ben dan ook trots op het feit dat de namen van onze kinderen, Carolina en Manuel, voortaan zullen prijken op de achtergevel en ik spreek de hoop uit dat over een eeuw hun kinderen en kindskinderen hier nog getuige van moge zijn. Hier verrijst nu het huis voor mijn lieve vrouw Wilmina en onze kinderen. Kom naar voren.’ 

Carel wenkt de kleine Carolien en samen gaan ze naast de gevel staan waar een doek voor gespannen is. Hij geeft haar het koord in de hand.

‘Trek maar, meisje.’

Carolien kijkt op naar haar vader en trekt dan zo hard ze kan aan het koord, waardoor het doek dat voor de gevel gespannen is in het zand valt. Alle omstanders applaudisseren en Carel glundert. 

Emanuel of Manuel

‘Oohhhhh’ roept Mina. ‘Er staat een spelfout op de steen’ legt Salomon uit aan de verbouwereerde architect en eerste metselaar. ‘Er staat Emanuel, maar de kleine jongen heet Manuel.’ Dan begint de oude Manus onbedaarlijk te lachen. 

‘Een spelfout. Dat is familietraditie. Al vier generaties wordt onze familienaam Menco gespeld met een ‘i’, waardoor wij als Minco staan geregistreerd in de bevolkingsregisters van Oldenzaal, Ootmarsum, Almelo, Hengelo en nu ook in Groningen. Deze fout, ooit ontstaan door het te diep dopen van een ganzenveer in een inktpot, herinnert ons aan onze Joodse herkomst. In het Hebreeuws worden de klinkers immers niet geschreven, alleen de medeklinkers. Als de namen op deze gevelsteen in het Hebreeuws waren geschreven, dan was deze fout nooit gemaakt. Dus deze steen zal tot in lengte der dagen ons herinneren aan onze plicht om de Joodse naam in ere te houden. Chaja en Menachem, de kinderen van Chaïm ben Menachem. Amen.’

Bertha Menco-Denneboom met haar kinderen Siny en Manuel,
rond 1936 in Groningen

Bertha Denneboom haast zich de trappen af van het hoofdpostkantoor aan de Munnekeholm in Groningen. Ze werkt er als telegrafiste en telefoniste en is trots op haar baan en haar positie als onafhankelijke, werkende vrouw. Het is een zomerse vrijdagmiddag in juli. Ze is op weg naar haar ouders in Beilen om haar vijfentwintigste en haar zusje Dora’s drieëntwintigste verjaardag samen te gaan vieren. Bertha is modieus gekleed, in een lichte zomerjurk met verlaagde taille en ze draagt het haar los en recht onder de oren afgeknipt, helemaal 1925.

Ze gaat naar pension Hoogstraal in de Folkingestraat waar ze een kamer huurt. Het is een keurig, koosjer pension. Misschien ziet ze Salomon daar nog even. Salomon Menco woont ook in het pension en ze maken vaak lange wandelingen samen. Het is gezellig druk op vrijdagmiddag in de Folkingestraat. Iedereen haast zich om op tijd klaar te zijn voor sjabbath. Brood, boterkoek, kippen, noten en snoepgoed; alles is er te koop. Bertha neemt zuidvruchten en chocolade mee voor haar familie. Die kan je in Beilen echt niet krijgen. 

Kleine Manuel

Bertha Denneboom en Salomon Menco trouwen in de zomer van 1926 en ze krijgen twee kinderen. In 1927 wordt een zoon geboren die Manuel wordt genoemd, net als zijn zes jaar oudere neef, die voortaan grote Manuel zal heten in de familie. Kleine Manuel zal later onze vader worden. Een jaar later krijgt hij een zusje Siny. Het is niet zo, dat Bertha en Salomon nog lang en gelukkig leefden. Salomon overlijdt op 27 augustus 1933 aan darmkanker. Hij wordt slechts vijfenveertig jaar oud.

Op 25 maart 1936 schrijft de tweede hoofdbewoner zich in op het adres Taco Mesdagstraat 37. Het is mevrouw Denneboom, Bartha H. Weduwe van Salomon C. Minco, met haar twee kinderen, mijn oma die weliswaar Bartha werd genoemd naar haar grootmoeder, maar met roepnaam Bertha door het leven ging. 

Ervoor woonden ze in een huis op steenworp afstand in de Jan Lutmastraat, maar na de dood van haar man in 1933 voelt Bertha zich daar niet meer op haar gemak. Steeds meent ze zijn stem te horen in de gang of zijn schaduw te zien in de vestibule. Ze mist haar grote liefde Salomon en wil een nieuwe start maken.

Kinderen in de Jan Lutmastraat begin jaren ’30. Zittend op de straat rechts voor: Siny Menco en achter haar tweede jongetje van rechts met step kleine Manuel.

Bertha wordt financieel verzorgd door haar zwager Carel. Het bedrijf Menco & Co is inmiddels uitgegroeid tot een bloeiende onderneming en gevestigd in een groot, door henzelf gebouwd fabriekspand in de Nieuwe Kijk in ’t Jatstraat. Er werken ongeveer driehonderd mensen als in één grote confectiefamilie met zelfs een eigen voetbalvereniging. 

Bertha weet de oorlog te overleven samen met Manuel en Siny door onder te duiken in de eigen Schilderwijk in Groningen met hulp van een paar hele dappere buurtgenoten, de families Braunius, Zuithoff en Wisman en de dames Lutter en Dijke. Ze keren terug naar het huis in de Taco Mesdagstraat in mei 1945. 

Werkkamp bij Warschau

Van het gezin van Carel, overleeft alleen dochter Carolien de oorlog. Carel duikt samen met Wilmina, zoon Manuel en schoonmoeder Carolina Kats onder bij de familie Wisman aan de Padangstraat in Groningen. Ze worden verraden op 23 augustus 1943 en op 3 september vergast in Auschwitz. Althans, dat geldt voor Carel, Mina en omaatje Kats. Wat er met grote Manuel gebeurd is, weet eigenlijk niemand echt. Hij zou gesignaleerd zijn in een werkkamp bij Warschau, maar veel meer is er niet over bekend.

Tastbare herinnering

Een van de weinige tastbare herinneringen aan hem is de eerste steen op de achtergevel van het huis aan de Taco Mesdagstraat met zijn verkeerd gespelde naam die daar tot op de dag van vandaag nog steeds te vinden is.


Dit is een enigszins verkorte versie van Taco Mesdagstraat 37 Groningen verschenen in Joodse Huizen deel 8. Het verhaal maakt onderdeel uit van een boek waar Bertien Minco momenteel aan werkt onder de titel: de geschiedenis van mijn huis. 

Joodse Huizen 8, Verhalen over vooroorlogse bewoners; uitgever Amphora Books;
€21,00

cover: Taco Mesdagstraat, Groningen, omstreeks 1920, ansichtkaart

Over Bertien Minco 11 Artikelen
Bertien Minco (Groningen, 1963) is schrijver, podcastmaker, strategisch adviseur en bestuurder in de cultuursector. Ze is voorzitter van de Raad van Toezicht van het Herinneringscentrum Kamp Westerbork. Bertien vindt haar inspiratie vaak dichtbij, in de eigen Groningse, Amsterdamse joodse en veel verzwegen familiegeschiedenis.

2 Comments

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*