“Daar doen we niet aan mee, dan ben je gebrandmerkt als Jood” – de broers Henk en Matthieu van Gelderen

serie Joods verzet

vervalsen persoonsberwijzen iun het Verzetsmuseum, 2023

Het Joods verzet in de Tweede Wereldoorlog kent vele gezichten. Er zijn Joden die onmiddellijk na de machtsovername in 1933 doordrongen zijn van de gevolgen van het naziregime, zij verlaten Europa. Anderen doen overhaast een poging te ontvluchten nadat in mei 1940 Nederland wordt bezet door de Duitsers.

Een kleine groep Joden komt tot verzet als de anti-Joodse maatregelen nadrukkelijker worden doorgevoerd, zoals de verplichting in januari 1941 om je als Jood te laten registreren, en later, mei 1942, de verplichting een Jodenster te dragen. 

Henk van Gelderen (1921) en zijn oudere broer Matthieu (1914) weigeren beiden. “Daar doen we niet aan mee, dan ben je gebrandmerkt als Jood”. 

Henk van Gelderen (links), vader Lodewijk (midden) en broer Matthieu

Dit verhaal is gebaseerd op de bijdrage van Margreet Fogteloo en Loes Gompes,
“Henk van Gelderen – telkens een nieuw stapje, ik had géén keuze”

in: Gezichten van Joods verzet – Veertig schetsen van Joden in verzet, 
een uitgave van de Nederlandse Kring voor Joodse Genealogie (NKvJG)
onder eindredactie van Jeroen Sprenger, Amsterdam 2020, pagina 147-156.1 

Daarmee behoren de broers – in het onderscheid dat Ben Braber van Joods verzet heeft gemaakt in zijn recente publicatie Individuals and small groups in Jewish Resistance to the Holocaust (2023) – tot de Joden van wie het verzet een reactie is op de anti-Joodse maatregelen van de bezetter.2

Henk en Matthieu zijn telgen uit een Twentse textielfamilie. Grootvader Marc van Gelderen richtte in 1877 het bedrijf Stoomweverij Nijverheid op. Zijn vier zoons stapten in het familiebedrijf, waar naast bedrukte stoffen en glasgloeikousjes, ook kunstleer en grammofoonplaten werden gemaakt. Grootvader was een vooraanstaand lid van de Joodse gemeenschap in Enschede, die trouw de synagoge bezocht. Zijn kleinzonen Henk en Matthieu deden wel Bar Mitswa, maar verder was het Jood-zijn in hun sociale leven geen issue. 

Intocht van de Duitsers

Afwachten wilden de broers in ieder geval niet. Direct na de inval op 10 mei 1940 probeerden ze via IJmuiden naar Engeland te ontkomen. “De hysterie die daar heerste, deed ons besluiten terug te keren naar Amsterdam”. Henk, student economie, mengde zich snel na de mislukte vluchtpoging weer in het studentenleven van het Amsterdamsche Studenten Corps (ASC).

Met een glas bier in de hand zag hij vanaf de steiger van roeivereniging Nereus de intocht van de Duitsers langs juichende mensen. Hij vond het schokkend, maar net als zijn vader dacht hij dat het allemaal wel mee zou vallen. Later zegt hij: “Tegen beter weten in natuurlijk, want in Enschede waren sinds de Kristallnacht veel Joodse vluchtelingen uit Duitsland en Oostenrijk, ook bij ons thuis, van wie we vreselijke verhalen hoorden.

Johannes Hendrikus Boers

De weigering zich te laten registreren was niet zonder consequenties. Zonder persoonsbewijs kon hij niet studeren en moest hij op zoek naar andere huisvesting. Van Matthieu kreeg Henk een origineel persoonsbewijs op de naam van Johannes Hendrikus – Jantje – Boers en kon hij intrekken bij dispuutgenoot Ivo Schöffer, de latere hoogleraar geschiedenis, die in Amsterdam-Zuid bij zijn ouders en broer en zus woonde.

Het hele gezin Schöffer deed illegaal werk waar hij geleidelijk aan bij betrokken raakte. Zo maakte zus Lydia die een grafische opleiding had gevolgd, valse persoonsbewijzen voor Joodse vrienden en verzetsmensen. Gaandeweg maakte hij deel uit van de verzetsgroep Rolls Royce. Henk was onder meer actief in het stelen van persoonsbewijzen.

We bezochten feesten en partijtjes bij keurige oudere mensen. Zij liepen geen gevaar als ze hun persoonsbewijzen kwijtraakten en een nieuwe moesten aanvragen. Bij de dames was het eenvoudig een tasje weg te moffelen en het persoonsbewijs eruit te halen. Bij de heren pasten we een trucje toe. ‘Doe toch je jasje uit’, zeiden we, ‘het is zo warm’. En dan gristen we de portefeuilles uit de binnenzak en haalden de persoonsbewijzen eruit. Als echte beroepsdieven waren we trots op onze buit”.


Het valse persoonsbewijs van Henk van Gelderen op naam van Hendrikus Ferdinand Rolff.

Eczeem, wilt u het zien?

Henk noemde overleven vooral een kwestie van puur geluk. Zo was hij eens met de trein onderweg naar Haarlem. Twee SD-ers haalden hem eruit. “Ik had een verband om mijn hoofd omdat ik eczeem had. De eerste vraag was standaard: ‘wie ben je, waar kom je vandaan en waar ga je naartoe?’ Maar voordat ik kon antwoorden, vroegen ze: ‘waarom heb je een verband om je hoofd?’ Ik ging acteren. ‘Ik heb, heel vervelend, eczeem, maar het gaat gelukkig al beter. Wilt u het zien?’ Dat was het einde van het gesprek, ik kon gaan. In mijn rugtas zaten behalve wat schoolboeken, geld, persoonsbewijzen. Spullen die ik moest afleveren in Haarlem.”

Naast ‘Jantje Boers’ heeft Henk ook papieren van nog enkele andere personen.

Ik speelde continu rollen van uiteindelijk vier personen. Dat vergde veel van mijn zenuwen. Ik sliep nooit in pyjama, ging nooit naar bed zonder te weten waar alles lag. De kleren lagen allemaal op stapeltjes in mijn kamer en bij elke stapeltje hoorde een identiteit die ik me eigen had gemaakt. Als er plotseling een razzia was, liep ik nooit weg. Dat zou opvallen. Ik bleef er gewoon bij kijken, als iemand die nieuwsgierig was. Ik keek ook om feiten te verzamelen.

Fietsbriefje in ruil voor sigaretten

De samenwerking binnen de illegaliteit wordt door Henk als een grote ‘ruilhandel’ ervaren. “We kregen bonkaarten van de knokploegen in ruil voor informatie en documenten. Een fietsbriefje in ruil voor een paar sigaretten.”

Aan de Bevrijding in Amsterdam heeft Henk geen bijzondere herinneringen. Hij zat teveel met zijn gedachten bij de mensen die er niet meer waren. Van de vier kleinzonen van Marc van Gelderen bleek hij de enige die de oorlog heeft overleefd. Zijn broer Matthieu is als illegaal werker verraden en naar Sachsenhausen gedeporteerd. Daar werd hij vóór de Bevrijding doodgeschoten bij een van de dodenmarsen. “Dat heb ik voor mijn ouders verzwegen, je hoeft niet alles te vertellen.”

Henk van Gelderen (links), Lydia en Ivo Schöffer, foto uit familie-archief Van Gelderen

Lapje textiel

Later, in 1946, terug in Enschede, wachtte hem een onaangename verrassing. Hij ontdekte in een laatje in het atelier een klein lapje textiel, een proefafdruk van een Jodenster. Aan een van de oude medewerkers vroeg hij wat dit betekende. “Die hebben we hier gedrukt, toen je ouders ondergedoken zaten.”

Toen het bedrijf onder Duitse leiding stond, kreeg het in april 1942 de opdracht om 569.355 exemplaren te drukken, terwijl Loe de Jong altijd had aangenomen dat de Jodensterren in het getto van de Poolse stad Lodz zouden zijn gedrukt. Henk: “Het zou de werknemers hebben behoed voor de Arbeitseinsatz. Om die reden heb ik me ermee verzoend.” 

Na de oorlog

In 1955 trouwde Henk van Gelderen met Beryl Menko een dochter uit de Joodse textielfamilie Menko. Beryl was de kleindochter van Bertha Menko-Edersheim. Uit dank voor de hulp bij het onderduiken van de familie Menko schonk zij een groot bedrag aan de illegaliteit. Henk bleef tot 1964 directeur van het familiebedrijf. Het bedrijf ging in dat jaar op in Texoprint, later Gamma Holding. Henk van Gelderen overleed op 24 juli 2020, 99 jaar oud.


1 Gezichten van Joods verzet – Veertig schetsen van Joden in verzet, 
een uitgave van de Nederlandse Kring voor Joodse Genealogie (NKvJG)
onder eindredactie van Jeroen Sprenger, Amsterdam 2020.
Het boek is digitaal te bestellen via de website van de NKvJG

2 Ben Braber, Individuals and small groups in Jewish Resistance to the Holocaust  A Case Study of a Young Couple and their Friends. – London / New York / Anthem Press  / 2023


cover: vervalsen persoonsbewijzen, Verzetsmuseum 2023, foto Bloom

Over Jeroen Sprenger 21 Artikelen
Jeroen Sprenger was van 2016 tot zomer 2022 voorzitter van de Nederlandse Kring voor Joodse Genealogie (NKvJG). In die hoedanigheid was hij eindredacteur van 'Gezichten van Joods Verzet' (2020). Van 1999 tot 2015 was hij werkzaam voor de rijksoverheid, eerst als directeur Communicatie van het ministerie van Financiën (1999-2009). Als zodanig was hij verantwoordelijk voor de voorlichting over de invoering van de euro. Daarna was hij directeur Overheidscommunicatie Nieuwe Stijl voor bouwprojecten van de Rijksoverheid. Vóór zijn werk bij de Rijksoverheid was hij voorlichter bij de FNV. Jarenlang was hij binnen de NVJ voorzitter van de sectie Voorlichters. Sinds 2012 is hij webmaster van de website Het geheugen van de vakbeweging.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*