Estella Pach hield zich staande in de chaos van bezetting, uitsluiting en vervolging

Serie Joods Verzet

de familie Pach drie zussen waaronder Stella en twee broers

Dit verhaal is gebaseerd op het artikel van Manja Pach,
Estella Pach – Het verhaal van mijn moeder
in: Gezichten van Joods verzet – Veertig schetsen van Joden in verzet,
een uitgave van de Nederlandse Kring voor Joodse Genealogie (NKvJG)
onder eindredactie van Jeroen Sprenger, Amsterdam 2020, pagina 259-272

Verschrikkingen nazi-terreur

De verschrikkingen van de nazi-terreur zijn Estella Pach (1910-1992) al vroeg bekend. In de correspondentie met haar Duitse vriend Werner Stertzenbach komt het aan de orde. Als Joodse communist wordt hij al in 1933 opgepakt. Na zijn vrijlating vlucht hij naar Amsterdam, waar hij in de familie Pach vriendelijk en hartelijk wordt ontvangen. 

Ontslag

Na de oorlogsdagen ondervindt Stella de onderdrukking snel zelf aan den lijve. Als assistent-bestuurder van De Eendracht, de Algemene Bond van Arbeiders en Arbeidsters in de textiel- en kledingbedrijven, krijgt ze als Joodse vrouw kort na de oorlogsdagen van mei 1940 ontslag. De Eendracht was aangesloten bij het NVV (voorloper FNV) dat onder leiding is gekomen van de NSB-er Hendrik Jan Woudenberg. Ook verliest ze haar functie als gedelegeerd lid van het bestuur van de Vereniging Vakschool tot Opleiding van Verkoopsters en Industrienaaisters.

Typeringen Joods verzet

In de typeringen die Ben Braber maakte van Joods verzet in zijn recente publicatie Individuals and small groups in Jewish Resistance to the Holocaust (2023) – behoort Stella zowel tot de Joden die al van vóór de oorlog bekend zijn met Duits-Joodse vluchtelingen als tot de slachtoffers van de eerste anti-Joodse maatregelen van de bezetter.

Estella Pach, de foto die ze meestuurde in de eerste brief van oktober 1941 aan Werner Sterzenbach
foto familiearchief

Vakschool voor Vrouwen- en Kinderkleding

Estella, meestal Stella genoemd, is op 10 januari 1910 in Amsterdam geboren in het gezin van de diamantbewerker Levie Pach en de in Londen geboren kostuumnaaister Fijtje Solomons. Ze heeft twee broers, Sam (1907) en Lex (1913). Omdat ze goed kan leren gaat ze na de lagere school naar de Vakschool voor Vrouwen- en Kinderkleding. Op haar rapport van 1924 staat de aantekening “moet zich ordelijker gedragen”. 

Haar dochter Manja (1945): “Ik heb de neiging daarvan te zeggen, dat dat wel eens het motto van haar leven zou kunnen zijn.” 

Esperanto

Het gezin van Levie en Fijtje is zeer idealistisch. Zo leert Stella al snel zwemmen en gaat ze zingen bij een socialistisch kinderkoor. Ook is ze actief bij de Natuurvrienden en houdt ze zich bezig met de wereldtaal Esperanto. Als 18-jarige neemt ze in 1928 deel aan een internationaal Esperantocongres, waar ze kennis maakt met de uit Essen afkomstige Werner Sterzenbach (1909-2003). Hij wordt de vriend van haar leven. Al snel ontwikkelen ze een correspondentie in het Esperanto. In februari 1941 kwam hij na enkele omzwervingen in het ‘vluchtelingenkamp’ Westerbork terecht. Later dat jaar hervatten Stella en Werner hun correspondentie. In het antwoord op haar eerste brief, van 1 oktober 1941, waarschuwt hij Mia kara Stella direct. De brieven aan hem worden geopend. 

Groep-Van Dien

In de brieven van hem kan hij niet schrijven over de omstandigheden in het kamp. “Als je er over spreekt, doe dan of je het mondeling hebt gehoord en noem nooit een datum!” Hij mag haar éénmaal per veertien dagen schrijven. Maar al snel ziet hij kans in de eerstvolgende tien weken van 1941, negen brieven te versturen of mee te geven. Ook Stella slaagt erin regelmatig brieven mee te geven aan verzetsmensen van de ‘groep-Van Dien’, een groep Duits-Joodse vluchtelingen met een sociaaldemocratische of communistische achtergrond. Deze groep wordt na de oorlogsdagen groter, helpt onderduikers, later ook degenen die uit Westerbork zijn gevlucht, verspreidt illegale bladen en verzorgt valse persoonsbewijzen. 

Joodse nijverheidsschool voor meisjes

Na haar ontslag in mei 1940 bij de vakbond heeft Stella wat bij kunnen verdienen door naaiwerk te doen. Daarnaast geeft ze onder de paraplu van de Joodse Raad een cursus voor de Centrale voor de Beroepsopleiding. In 1942, als alle Joodse docenten in het openbaar onderwijs zijn ontslagen, krijgt ze een aanstelling aan de Joodse Nijverheidsschool voor meisjes – E.J. van Det – aan het Hortusplantsoen. Door een onmisbaarheidsverklaring weet zij het fietsverbod voor meisjes te omzeilen. Ze heeft de fiets nodig voor de uitoefening van haar beroep en omdat ze “een Jodin is met een beenafwijking”. Stella blijft aan de opleiding verbonden totdat er onvoldoende leerlingen zijn. Samen met directrice Suze de Vries sluit zij in mei 1943 de school.

Bezoek aan Westerbork

De contacten met Werner beperken zich niet tot briefverkeer. Stella brengt op Tweede Kerstdag 1941 een bezoek aan Westerbork, vanuit een logeeradres in Hooghalen. Een trein rijdt er niet, dus waarschijnlijk heeft ze de laatste vijf kilometer gelopen. Met Pasen en Pinksteren het jaar erop gaat ze opnieuw naar Westerbork. Maar eerder, in de laatste week van februari, komt Werner naar Amsterdam ‘voor diverse verplichtingen’. 

In hun brieven en gesprekken wordt regelmatig gesproken over trouwen. Met name Werner maakt van zijn hart geen moordkuil. Stella aarzelt. Als ze haar baan als lerares aan de Van Det-school kwijt is, krijgt ze een oproep voor Westerbork. Het is voor haar het signaal om onder te duiken.

De ouders van Stella zijn dan net eerder – in mei 1943 – in Westerbork aangekomen. Enkele dagen later zijn ze op transport gesteld naar Sobibor, waar ze direct bij aankomst zijn vergast. Haar broer Sam en zijn vrouw Rachel Hijman ondergaan hetzelfde lot. Dochter Ineke wordt via ‘de crèche’ tegenover de Joodse Schouwburg gered en overleeft. Terwijl haar jongste broer Lex en zijn vrouw Rosa Bino nog eerder – in 1942 – op één van de eerste treinen naar Auschwitz zijn gezet. En daar nooit van zijn teruggekeerd. Werner laat haar weten: “Alle stempels zijn ongeldig verklaard. Nu is de raad: kom niet!”  

Vlucht uit Westerbork

Stella is dan al niet meer van plan naar Westerbork te komen. Werner zelf heeft inmiddels met enkele andere verzetsmensen in Westerbork het plan opgevat het kamp te ontvluchten. Hij vlucht in september 1943 en duikt onder in Amsterdam. Daar is hij vanuit verschillende adressen betrokken bij verzetsactiviteiten, zoals het maken van het verzetsblad Mededelingen. Ook Stella werkt daaraan mee. 

Werner Stertzenbach in 1941 in Westerbork

Onderduikadressen 

Stella heeft aan haar activiteiten binnen de Natuurvrienden een groot netwerk overgehouden. Daarvan maakt ze gebruik als ze onderduikadressen zoekt voor haar zelf en voor anderen. In augustus 1943 ontmoeten Stella en Werner elkaar af en toe op een onderduikadres van Stella. Niet altijd tot genoegen van de onderduikfamilie. Het leidt er dan toe dat ze moet verhuizen. 

Voor dochter Manja is het later een hele puzzel te achterhalen wat Stella aan verzetswerk heeft gedaan. Ze heeft er immers nooit over gesproken. Maar door correspondentie met onderduikgezinnen, gesprekken met haar vader Werner en door het verzetsrapport van de Stichting ’40-’45 heeft ze toch enkele puzzelstukjes aan elkaar kunnen leggen. 

In het verzetsrapport leest ze: “Van eind augustus 1943 heeft mej. Pach actief aan het verzet deelgenomen. Ze was aangesloten bij de groep “Van Dien”, een onderdeel van de organisatie “De Vrije Groepen Amsterdam”. Zij zorgde voor een aantal onderduikers en voorzag deze mensen van distributie bescheiden en valse persoonsbewijzen. Verder werd door haar het illegale blad van de Vereniging van Duitse en Staatloze Antifascisten gestencild”. 

Bewust Ongehuwde Moeder

Na de Bevrijding kiest ze – hoewel zwanger – definitief niet voor een huwelijk met Werner. Ze wordt een ‘Bewust Ongehuwde Moeder’ avant la lettre. Hij gaat terug naar zijn Heimat om te helpen bij de opbouw van een beter Duitsland. Het gemis van vele familieleden, het alleen opvoeden van een kind, het leven valt Stella zwaar. Daarnaast laat haar gezondheid het afweten, waardoor ze haar voornemen om door het geven naailessen in haar onderhoud te voorzien, niet kan realiseren. 

Dankzij een buitengewoon verzetspensioen kan ze vanaf 1948 in financieel opzicht het hoofd boven water houden. “Maar ze was een beschadigde ziel geworden”, schrijft haar dochter, “niemand was in staat de schade die bezetting en vervolging hadden aangericht te herstellen.”

Op 17 maart 1992 overlijdt Stella in Amsterdam. In de briefwisseling tijdens de bezettingsjaren karakteriseerde Werner haar als een zelfstandig mens, “je hebt het niet nodig een man te zoeken die je verzorgt. Je bent een kameraad waardig die op gelijke voet met je staat.“ 

Bij de uitvaart spreekt hij zich opnieuw vol genegenheid en respect uit. “Ik wil hier vertellen van een Stella Pach die de meesten van U zo niet hebben gekend. Een Stella Pach, die moed bewezen heeft bij de hulp aan vervolgden door de Duitse bezetting, die actief de strijd tegen het fascisme heeft gesteund. [….] Verbonden met de Nederlandse illegaliteit heeft onze groep verzetswerk verricht, dat wil zeggen wij organiseerden voor onderduikers woningen, persoonsbewijzen, bonkaarten. Maar wij verzamelden ook informatie voor de illegale pers en hebben tenslotte een eigen illegaal blad uitgegeven. Bij deze werkzaamheden heeft Stella geholpen. Zij heeft haar illegale woning in de Vechtstraat ter beschikking gesteld en voor mij was de Vechtstraat tijdelijk ook een onderduikadres.”


*Gezichten van Joods Verzet is digitaal te bestellen via de NKvJG-website. 

**Ben Braber, Individuals and small groups in Jewish Resistance to the Holocaust A Case Study of a Young Couple and their Friends. – London / New York / Anthem Press 2023, zie recensie in De Vrijdagavond


cover: Stella Pach omringd door haar schoonzussen Rachel en Rosa en haar broers Sam en Lex, foto familiearchief

In de serie Joods verzet verschenen tot nu toe:

Nol Bueno de Mesquito

Bernardine Bloemgarten-Hertog

Over Jeroen Sprenger 19 Artikelen
Jeroen Sprenger was van 2016 tot zomer 2022 voorzitter van de Nederlandse Kring voor Joodse Genealogie (NKvJG). In die hoedanigheid was hij eindredacteur van 'Gezichten van Joods Verzet' (2020). Van 1999 tot 2015 was hij werkzaam voor de rijksoverheid, eerst als directeur Communicatie van het ministerie van Financiën (1999-2009). Als zodanig was hij verantwoordelijk voor de voorlichting over de invoering van de euro. Daarna was hij directeur Overheidscommunicatie Nieuwe Stijl voor bouwprojecten van de Rijksoverheid. Vóór zijn werk bij de Rijksoverheid was hij voorlichter bij de FNV. Jarenlang was hij binnen de NVJ voorzitter van de sectie Voorlichters. Sinds 2012 is hij webmaster van de website Het geheugen van de vakbeweging.

2 Comments

  1. Wat mooi om dit te lezen. Ik heb Stella, toen ik nog student was, in 1989 leren kennen en een aantal lange bijzondere gesprekken met haar gevoerd. Ze was altijd bescheiden over wat ze gedaan had in haar leven. Eind 1991 haar voor het laatst opgezocht in haar geliefde Amsterdam Watergraafsmeer toen ze al erg ziek was en zei dat ze deze wereld zou verlaten zonder dat overal bekend te maken. Een bijzonder afscheid van een bijzonder mens. Ze zal me altijd bij blijven.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*