Transitie van een nomadisch bestaan naar een boerensamenleving

wajigasj

beeldmerk Parasja

In parasja wajigasj komt het familiedrama rond Josef en zijn broers tot een climax. Het is inmiddels negen jaar nadat Josef de dromen van farao heeft verklaard. De zeven vette jaren zijn geweest en het is het tweede jaar van de hongersnood. 

Ja’akov heeft voor de tweede keer zijn zonen naar Egypte gestuurd om eten te kopen. Deze keer is Benjamin, de jongste zoon van Ja’akov en volle broer van Josef ook mee, tegen de uitdrukkelijke wil van Ja’akov. Hij is bang zijn tweede zoon van zijn geliefde overleden vrouw Rachel ook te verliezen. De Egyptische onderkoning had echter duidelijk gemaakt: zonder de jongste broer zouden de zonen van Ja’akov niet meer welkom zijn. Na de ontmoeting loopt het mis: Josef laat zijn favoriete drinkbeker in de tas van Benjamin stoppen en laat hem arresteren. Het door Ja’akov gevreesde scenario dreigt bewaarheid te worden.

Emotioneel appèl

Nu grijpt Jehoeda in. Na een emotioneel appèl aan Josef volgt de ontknoping en onthult de Egyptische onderkoning zijn werkelijke identiteit. Hij doet een dringend beroep op zijn broers om vader te halen en naar Egypte te komen. Er volgen immers nog vijf  jaren hongersnood. 

Aldus geschiedde en na een heen- en weer reis introduceert Josef zijn vader en broers aan de farao. Hierbij krijgen we een inkijkje in de culturele verhoudingen van Egypte. Josef drukt zijn broers op het hart om vooral te zeggen dat ze herders zijn, zodat ze in Goshen mogen wonen. 

Volgens Josef gruwelen de Egyptenaren van herders. Iets vergelijkbaars zagen we al vorige week: Josef had zijn nietsvermoedende broers voor een maaltijd uitgenodigd. Ook daar zien we dat de broers aan een aparte tafel werden gezet. Samen aan één tafel eten was een gruwel voor de Egyptenaren. De tora gebruikt hier tot tweemaal toe de term ‘to-e’wah’, gruwel, een term die de tora ook regelmatig gebruikt om de gebruiken van de Kanaänieten te veroordelen. 

Semi-nomadische leefstijl

Wat gebeurt hier? Egypte was een van de eerste boerensamenlevingen ter wereld. De Nijl zorgde – en zorgt nog steeds – voor vruchtbaar land waardoor het niet nodig was voor de Egyptenaren om steeds rond te trekken op zoek naar betere weiden. We zien hier de tegenstelling met onze voorvaderen. De aartsvaders hadden een semi-nomadische leefstijl. We zien dat Abraham rondtrekt door het land: Beet-El, Alonee-Mamré (Chewron), Be’er Sjewa, Egypte, Gerar en uiteindelijk Kirjat Arba (weer Chewron) zijn de belangrijkste plaatsen die de tora noemt. 

nomaden met schapen, beeldbewerking Bloom

Van Jitschak weten we dat hij een vaste woonplaats in Kirjat Arba had. Sterker nog, alleen toen er hongersnood uitbrak, trok hij tijdelijk naar Gerar. Ook Ja’akov reisde als herder achter zijn kudde aan, in elk geval in zijn 20 jaar bij Lawan. Het past binnen het beeld van de overgang van de nomadische cultuur naar het hebben van een vaste woonplaats. Abraham trok rond, Jitschak bleef op z’n plek, totdat er hongersnood uitbrak en Ja’akov had ook tijden van vaste woonplaatsen en tijden van rondreizen. Zodra de familie van Ja’akov in Egypte komt, hebben ze voor het eerst voor langere tijd een vaste woonplaats in Goshen. 

De Egyptenaren lijken op deze nomadische leefstijl neer te kijken. Ook in onze moderne maatschappij is de teneur dat nomaden primitief zijn. Zo zien we in veel westerse maatschappijen dat men de laatste groepen nomaden heeft gedwongen om zich permanent te vestigen. Bij voorkeur ergens aan de rand van de stad, zoals Goshen ook aan de rand van de bewoonde wereld lag.

Proeven aan landbouwsamenleving

De stap van Ja’akov om in Goshen neer te strijken, past in het patroon waarin nomaden langzaamaan overgaan naar permanente nederzettingen. Het joodse volk woonde vierhonderd jaar in Egypte en trok daarna uit voor een hernieuwde (gedwongen) periode van veertig jaar een nomadisch leven. Het volk heeft echter kunnen proeven aan de landbouwsamenleving van Egypte en dacht regelmatig met weemoed terug naar de groenten die men had leren eten. Ook al deed de uitdijende familie zijn best om hun eigen identiteit te behouden, men leerde in Egypte hoe het was om in een nederzetting te wonen. 

De tora benadrukt ook de transitie van nomaden naar boeren. Het volk krijgt een grote verzameling aan wetten mee hoe je een maatschappij moet opbouwen, met sociale wetten, eigendomsrecht en staatsinrichting. Maar ook wetten over het gebruik van het land en eigendom van grond. Ofwel een handboek voor een agrarische samenleving. Dit verklaart ook waarom de matan tora al in de woestijn plaatsvond, dus voordat het volk Kana’an zou binnentrekken. 

Kijken wij tegenwoordig neer op de boeren? 
Vergeet niet dat wij ook boeren waren in Israël

Onze rabbijnen leren dat de tora voor alle tijden is. Wat is dan nog de waarde van de tora voor onze stedelijke maatschappij waarin we voor een groot deel het agrarische leven achter ons hebben gelaten? De Egyptenaren keken op de nomaden neer. Maar die nomaden waren wel onze aartsvaders, naar wie wij opkijken. De tora leert het joodse volk als boerensamenleving te leven, maar benadrukt wel onze nomadische afkomst. Die boodschap is ook nu nog kraakhelder. Kijken wij tegenwoordig neer op de boeren? Vergeet niet dat wij ook boeren waren in Israël.

Over Michael Hochheimer 4 Artikelen
Michaël Hochheimer groeide op in Amstelveen. Hij studeerde aan Jeshivat haKibuts haDati in Ein Tsurim en theoretische natuurkunde aan de UvA. Michaël zet zich met veel energie in voor de CIZ-Sjoel, onder andere als ba’al koree (voorlezen uit de Tora) en chazan (voorgaan in de dienst). Michaël heeft vele Bar Mitswa-jongens opgeleid en is bestuurslid geweest in veel organisaties, variërend van Bne Akiwa en Ijar tot het CJO en de CIZ Vereniging. In het dagelijks leven is hij beleidsadviseur bij de Nederlands Zorgautoriteit waar hij waakt over de kosten van de gezondheidszorg.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*