Joods aandeel in journalistiek wel gekrompen, niet uitgeschakeld

recensie Dubbel zondebok, deel 4

zwart6 wit foto van twee mannen die blad bekijken bij pers

De dagbladpers ziet er na de oorlog anders uit dan voor de oorlog en tijdens de bezettingstijd. Verzetskranten als Het Parool, Trouw, De Waarheid en Vrij Nederland melden zich bovengronds. 

Gelijkgeschakelde kranten mogen enkele jaren hun oorspronkelijke titel niet voeren, of zelfs – zoals De Telegraaf – helemaal niet verschijnen. 

In de verzetskranten bevinden zich geleidelijk aan ook Joden. Zo telt Piet Hagen bij Het Parool op het eind van de oorlog vijf Joodse journalistieke kopstukken, onder wie oud-ANP-medewerker Jeanne Roos. Drie decennia later, in de jaren zeventig, is het aandeel van Joden twee keer zo groot bij Vrij Nederland. 

Verder signaleert Hagen veel Joden als correspondent in Israël en tal van buitenlandse hoofdsteden. En als bestuurslid in journalistieke vakorganisaties, zoals Jules van Raalte en Ron Abram die voorzitter worden van de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ). “De ontjoodsing van de media”, de doelstelling toch van de bezetter, “is niet geslaagd”.

Jeanne Roos

De Nederlandse samenleving is direct na 5 mei doortrokken van ‘herstel en vernieuwing.’ Herstel van vooroorlogse normen en waarden en vernieuwing van het politiek-maatschappelijk, verzuilde, bestel. 

Verdeeldheid

Weg met de verdeeldheid is het motto. Met name vanuit de sociaal democratische en communistische beweging wordt getracht ‘een doorbraak’ te forceren. De SDAP doet dat door met enkele andere partijen de PvdA te vormen. Bij de eerste naoorlogse Kamerverkiezingen blijven de resultaten echter achter bij de verwachtingen. De CPN die vanwege haar rol in het verzet, de sympathie voor De Waarheid en de Eenheidsvakcentrale (EVC), groeit wel beduidend. De confessionele partijen weten echter hun positie in het politieke midden te behouden. 

In de media wordt vanzelfsprekend veel aandacht besteed aan de schermutselingen in de nationale politiek. De oorlog is daarmee echter niet vergeten. Oorlogsmisdadigers, landverraders, collaborateurs komen vanaf 1946 één voor één voor de rechters van de Bijzondere Rechtspleging. De rechtszittingen worden op de voet gevolgd, niet zelden worden betrokkenen met naam en toenaam genoemd. Hagen geeft niet aan in hoeverre Joodse journalisten de verslaggeving verzorgen. Wel attendeert hij op kronieken en dagboeken van Joodse geschiedschrijvers, die kort na de bevrijding worden gepubliceerd. Daarin zijn ook vraagstukken aan de orde als de rol van de Joodse Raad en vanaf wanneer is de moord op Joden bekend via de gaskamers in de vernietigingskampen?

Herzberg, Presser en Loe de Jong

Als ‘De Grote 3’ van de vroege Joodse – contemporaine en journalistieke – geschiedschrijving noemt Hagen Abel Herzberg, Jacques Presser en Loe de Jong. Zij baseren zich op eigen herinneringen en op oral history, op gesprekken die ze in het kader van hun onderzoek met ooggetuigen voerden. In hun schaduw ziet Hagen enkelen die met persoonlijke kronieken een aanzet geven tot een meer professionele geschiedschrijving. Onder hen bevindt zich Siegfried van den Bergh (1912-2000), die ‘heet van de naald’, direct na de Bevrijding, een ooggetuigenverslag publiceert onder de titel ‘Deportaties – Westerbork – Theresienstadt – Auschwitz – Gleiwitz’. 

Van den Bergh, die aanvankelijk een ambtelijke functie bekleedde bij de Joodse Raad, beschrijft hier uit eerste hand en eigen ervaring de selectieprocedures, de roof van alle kostbaarheden, de wreedheden van de bewakers, de gaskamers en het barbaarse kampleven van de dwangarbeiders. In september 1944 loopt hij in Theresienstadt voorafgaand aan het transport naar Auschwitz, David Cohen, voorzitter van de Joodse Raad, tegen het lijf. Hij krijgt een slap handje en ‘de bemoedigende woorden’: “Houd je goed, je bent jong en gezond, het is alleen voor werk, zoals je weet.” 

Als Van den Bergh later wordt geïnterviewd door Presser en De Jong herhaalt hij zijn oordeel over Cohen. Hij noemt hem ‘een kwijlerige huichelaar’. 

Sam de Wolff

Aanklacht wordt geseponeerd

Sam de Wolff en Abel Herzberg nemen bij de Bijzondere Rechtspleging de voorzitters van de Joodse Raad in bescherming. Hertzberg treedt zelfs als hun advocaat op. De zionist Sam de Wolff schrijft voor de oorlog in tal van socialistische bladen. 

In zijn in 1946 verschenen “Geschiedenis der Joden in Nederland” vraagt hij zich af wie anders dan deze ‘burgerlijke heren’ (Cohen en Asscher) de Joden zouden kunnen vertegenwoordigen bij het ontbreken van een min of meer vanzelfsprekend gezag in de Joodse gemeenschap. Naar zijn mening en die van hun advocaat Herzberg horen Nederlandse rechters niet over hen te oordelen. Uiteindelijk doen die dat ook niet. De aanklacht wordt geseponeerd. Die uitkomst is milder dan de uitspraak van de Joodse Ereraad. Die spreekt van ‘laakbaar handelen’ en van uitsluiting van enigerlei functie binnen Joodse instanties.

Een snelle herverschijning beleeft het NIW, op 17 mei 1945, met daarin opgenomen het Joodse blad dat eerder dit jaar in het bevrijde Zuiden is verschenen. Daarmee is er ook weer sinds de oorlogsdagen van 1940 sprake van een vrije Joodse pers. Het Joodsche Weekblad is van 1941 tot 1943 het enige blad gericht op de Joodse gemeenschap, onder strenge controle van de Joodse Raad, waarin de maatregelen als het dragen van de Jodenster worden gepubliceerd. 

Opvallend is dat het NIW de eerste tijd wordt gedrukt op de persen van het verboden sterk antisemitische blad de Misthoorn. Een situatie die vergelijkbaar is met de voormalige verzetskranten die lange tijd op de persen van De Telegraaf worden gedrukt omdat de capaciteit daarvan door het verschijningsverbod niet volledig wordt benut.

Laatste woord nog niet gezegd

De Tweede Wereldoorlog is nog lang niet afgelopen, het laatste woord is er zeker nog niet over gezegd. De werken van ‘de grote 3’ hebben sinds hun verschijnen tal van aanvullingen gekregen. Net als de kort na de Bevrijding verschenen kronieken en dagboeken. 

Piet Hagen heeft een uiterst waardevolle aanvulling geleverd over de sector journalistiek, waarin hij inzoomt op de inbreng van Joden daarin. Ook hiermee is de kous niet af. Twee van de hoofdvragen zijn nog niet definitief beantwoord. Hoe waakzaam moet je zijn tegen antidemocratische bedreigingen, hoe draag je bij aan de weerbaarheid? Wat voor voorbeeld biedt de Joodse Raad daarbij? En wat doe je en wanneer, als je weet hebt van extreme situaties als de massamoord op Joden of andere bevolkingsgroepen? Ben benieuwd wie zich uitgedaagd voelt om aanvullingen en kanttekeningen te plaatsen bij Dubbelzondebok. En zo mogelijk daarbij nieuw bronnenmateriaal te publiceren.


kaft Dubbel Zondebok

Piet Hagen, Dubbel zondebok, Joodse journalisten in tijden van antisemitisme en vervolging 1920-1945, Arbeiderspers 2022, ISBN 9789029542623, € 39,99 (hardcover, 718 pagina’s)

Dit is het vierde en laatste deel van de bespreking van Piet Hagen, Dubbel zondebok. Alle delen zijn terug te lezen op De Vrijdagavond. Het eerste deel: Heraut der menselijke bewustwording, Joodse journalisten in tijden van antisemitisme en vervolging, het tweede deel: Snelle uitschakeling Joodse journalistiek en deel drie: Joodse journalisten buiten beeld, niet onzichtbaar

Over Jeroen Sprenger 22 Artikelen
Jeroen Sprenger was van 2016 tot zomer 2022 voorzitter van de Nederlandse Kring voor Joodse Genealogie (NKvJG). In die hoedanigheid was hij eindredacteur van 'Gezichten van Joods Verzet' (2020). Van 1999 tot 2015 was hij werkzaam voor de rijksoverheid, eerst als directeur Communicatie van het ministerie van Financiën (1999-2009). Als zodanig was hij verantwoordelijk voor de voorlichting over de invoering van de euro. Daarna was hij directeur Overheidscommunicatie Nieuwe Stijl voor bouwprojecten van de Rijksoverheid. Vóór zijn werk bij de Rijksoverheid was hij voorlichter bij de FNV. Jarenlang was hij binnen de NVJ voorzitter van de sectie Voorlichters. Sinds 2012 is hij webmaster van de website Het geheugen van de vakbeweging.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*