Zoekend naar een plek in de Zweedse samenleving. Het Joods Museum Stockholm

interieur museum/synagoge Stockholm

Iedere gemusealiseerde synagoge getuigt van verlies, maar ook van veerkracht, schreef ik in een eerder artikel in De Vrijdagavond. Dat gaat zeker op voor het Judiska Museet (Joods Museum), gevestigd in de oudste synagoge van Zweden. 

Van synagoge tot Joods Museum

Het Judiska Museet is gelegen in Gamla Stan, het historische stadshart van Stockholm. Smalle straten voeren naar het driehoekige Tyska Brunnsplan (Duitse Bronplein), dat eind achtiende eeuw diende als keerplek voor de brandspuiten. De naam verwijst naar de nabijgelegen Duitse Kerk en de Duitse gemeenschap die ooit in de buurt huisde. Het pleintje wordt omgeven door neoclassicistische gevels in geel- en roodtinten.

Judiska Museet, Stockholm, foto Paul Ariese

In het midden staat een monumentaal waterpunt, geflankeerd door twee kastanjebomen. De Joodse Gemeente betrekt hier in 1795 een voormalig veilinghuis. Het pand Själagårdsgatan 19 fungeert dan als het hart van de Joodse natie in Zweden, en biedt tevens onderdak aan de chazan, de rabbi en de koosjer slager. In het souterrain bevindt zich een mikvah. Samenkomsten worden gehouden in de grote zaal op de eerste verdieping. 

In 1870 verhuist de gemeente naar de nieuwe, in oriëntaalse stijl gebouwde Stora Synagoga (Grote Synagoge) aan de Wahrendorffgatan, nog altijd het huis van samenkomst van de Judiska Församlingen (Joodse Gemeente) in Stockholm. Het pand in Gamla Stan wordt – inclusief interieur – overgenomen door de Zeemansmissie. Tussen 1890 en 1972 dient het als politiebureau, daarna neemt een architectenbureau er zijn intrek. Op 6 juni 2019 opent op deze betekenisvolle plek het nieuwe Joods Museum. Geen willekeurige datum: de zesde juni is de Nationale Feestdag van Zweden, een dag die draait om het vieren van de Zweedse identiteit. Toch is de gesuggereerde verwevenheid van het Joodse en het Zweedse een bevochten werkelijkheid. Het museum, de tentoonstelling en de collectie weerspiegelen hoe de Joodse minderheid zoekend blijft naar een plek in de Zweedse samenleving. 

Uit zorg en noodzaak

Het Judiska Museet opent voor het eerst haar deuren in 1987, in een voormalige tapijtopslag in de periferie van Stockholm. De motieven van de initiatiefnemers, Viola en Aron Neuman, zijn herkenbaar voor wie vertrouwd is met de wordingsgeschiedenis van Joodse musea in Europa: enerzijds zorg binnen de gemeenschap vanwege de teloorgang van Joods cultureel erfgoed, anderzijds de drang om de bijdrage van de Joodse gemeenschap aan het bredere verband van de samenleving te onderstrepen. Het museum krijgt in 1994 de Zweedse Museumprijs, omdat het volgens de jury met creativiteit de negatieve en duistere krachten van onwetendheid, racisme en vreemdelingenhaat tegemoet treedt. Vandaag de dag presenteert het museum het verhaal van de Joodse gemeenschap als een gedeeld Joods-Zweedse geschiedenis.

De permanente tentoonstelling in wat ooit de synagoge-ruimte was draagt als titel Judarna & Sverige (De Joden & Zweden). De opening op de Nationale Feestdag is een vorm van ‘culturele toe-eigening’ kopt echter een nationalistisch blog. De negatieve en duistere krachten zijn een realiteit waar het museum zich blijvend toe moet verhouden.  

Migranten en vluchtelingen

De komst van de eerste Joodse immigranten naar Zweden valt opvallend genoeg af te leiden uit dooparchieven, zo legt de tentoonstelling uit. In 1681 worden in genoemde Duitse Kerk 28 Joden gedoopt, in de aanwezigheid van Koning Charles XI en andere hoogwaardigheidsbekleders. De gebeurtenis is door Bezelius te boek gesteld als de Grote Joodse Doop. Dezelfde Charles XI staat het Joden vanaf 1718 niettemin toe om hun religie uit te oefenen. Economische belangen van de heersende macht lijken doorslaggevend bij het opstellen van de bepalingen, waardoor toch enige ruimte voor Joods leven ontstaat.

Vanaf 1782 is het zogenaamde Joodse Reglement van kracht, dat de positie van de Joodse natie binnen het Zweedse koninkrijk verder reguleert. Het wordt Joden enkel toegestaan om in Stockholm, Göteburg en Norrköping te wonen. Daar mogen ze ook synagogen bouwen en werkplaatsen opzetten, maar de gildes blijven voor hen gesloten. In 1838 gaat het Reglement van tafel. In 1930 telde de Joodse gemeenschap in Stockholm ongeveer achtduizend zielen. Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog blijken bureaucratische beperkingen nog steeds een hobbel te vormen voor de instroom van Joodse ‘vreemdelingen’ – veelzeggend is dat de autoriteiten de term ‘vluchtelingen’ vermijden.

Als ook Noorwegen en Denemarken door de Nazi’s bezet worden, versoepelt het toelatingsbeleid. In oktober 1943 lukt het zevenduizend Deense Joden om naar Zweden te ontkomen. In 1945 bevinden zich onder de 185.000 vluchtelingen in Zweden zo’n 20.000 Joden. Het Zweedse beleid ten aanzien van minderheden wordt vanaf de jaren 1970 geleidelijk aan wat milder.

In 2000 erkent de Zweedse overheid de Joodse gemeenschap als één van de vijf minderheden met speciale rechten. Het museum wijst niettemin fijntjes op het verband tussen historische en hedendaagse migratiebeperkingen in Zweden. 

Detail spreekgestoelte (uit 1811), Judiska Museet, foto Paul Ariese

Gelaagde tentoonstelling

De tentoonstelling combineert historische documenten en voorwerpen en hedendaagse kunst met verhalen over de Joodse denkwereld en de Joodse religieuze praktijk. Zo wil het museum het Joodse en Zweedse heden en verleden met elkaar in dialoog brengen. In de tentoonstellingsruimte verwijst een aantal onderdelen naar het eerdere religieuze gebruik.

Het meest in het oog springend zijn de vier zuilen in het midden, die de plek van de bima markeren. Tussen die zuilen is nu een interactieve unit geplaatst, die het gezamenlijk bestuderen van teksten thematiseert. Ook de vrouwengalerij is nog intact en maakt onderdeel uit van de opstelling. Op delen van muren en plafonds is de laag witkalk verwijderd, waardoor de oorspronkelijke, kleurrijke decoratie uit de negentiende eeuw weer zichtbaar is. Die decoratie harmonieert met het uit 1811 daterende spreekgestoelte, het meest prominente object in de ruimte. Het meubel is voorzien van fraai houtsnijwerk, met de Tien Woorden en Bijbelteksten in Hebreeuws schrift. Dat het spreekgestoelte hier weer staat is allesbehalve vanzelfsprekend: het wordt door de Joodse gemeente in 1870 samen met de rest van het meubilair verkocht aan de Zeemansmissie.

Vervolgens dient het meubel jarenlang als kansel tijdens kerkdiensten van de Zeemansmissie. In 1911 schenkt de directie van de Zeemansmissie het object aan het Nordiska Museet, een volkenkundig museum. In 1943 verhuist de kansel naar het Zweeds Historisch Museum. Daar noteert men dat het uit een ‘onbekende kerk’ afkomstig is. Decennialang staat het spreekgestoelte in een depot te verstoffen; pas in de jaren 1990 wordt de herkomst achterhaald. Bij de opening van het nieuwe Judiska Museet in 2019 keert het object terug naar z’n oorspronkelijke, negentiende-eeuwse plek. 

Objecten en collectievorming

De collectie van het Judiska Museum bestaat uit zo’n tweeduizend voorwerpen, foto’s, brieven en andere documenten (ter vergelijking: het Joods Museum in Amsterdam heeft ca. 150.000 stukken in collectie). Interessant is dat het Judiska Museum veel aandacht besteedt aan de collectievorming, hier opgevat als een spiegel voor de verhouding tussen minderheid en meerderheid.

Een deel van de museumcollectie vindt z’n oorsprong in het werk van Arthur Hazelius, oprichter van het Nordiska Museet en het nabijgelegen Openluchtmuseum Skansen. Eind negentiende eeuw begint de niet-Joodse Hazelius voorwerpen te verzamelen die de Joodse eredienst illustreren, waarschijnlijk geïnspireerd door Joodse collecties die vanaf ca. 1850 her en der in Europa worden tentoongesteld. Hazelius negeert de grote Joodse immigratie naar Zweden in die periode en de Zweeds-Joodse cultuur in het algemeen: het grootste deel van de collectie verwerft hij in Duitsland, via antiquair Adolf Weil in München. Veel objecten zijn voor verzamelaars als hij geproduceerd en missen sporen van echt gebruik. De biografie van het object speelt geen rol. Het zijn rekwisieten, bedoeld om een volkskundig narratief te illustreren. Slechts een klein deel van de tweehonderd objecten komt uiteindelijk in een tentoonstelling terecht, voor het laatst in 1907.

Zilveren mezoeza in de vorm van het stadhuis van Stockholm
ontwerp Aviva Scheiman
collectie
ID JUD00622 Judiska Museet, foto courtesy Judiska Museet

In 1932 neemt de Joodse Gemeente de collectie over van het Nordiska Museet, met de bedoeling deze in te zetten als educatief materiaal voor haar jongeren. Een klein deel daarvan is nog te zien in de Stora Synagoga. De meeste stukken zijn midden jaren 1990 overgedragen aan het Judiska Museum. Na de Holocaust groeit de behoefte om Joods cultureel erfgoed veilig te stellen. De oprichting van het Judiska Museet geeft een nieuwe impuls aan de collectievorming. Toch ligt ook bij deze verwervingen de focus evenmin op Zweden. Het museum stelt dat er nooit een specifiek Zweeds-Joodse stijl voor eredienstvoorwerpen is geweest. Ook voor religieus gebruik haalt men de voorwerpen veelal uit het buitenland. Naast de Holocaust heeft de stichting van de staat Israël zijn weerslag op de collectievorming. Secularisatie en opheffing van lokale Joodse gemeenten leiden tot een nieuwe influx van religieuze voorwerpen. Het museum schrijft daarover: ‘Het Joods Museum wordt een geniza voor een collectieve joodse identiteit en geschiedenis die het individu niet langer zelf draagt’.

Stadhuis als mezoeza

Zijn er dan wel expliciete voorbeelden in de tentoonstelling van het samenkomen van de Joodse en Zweedse identiteit? Zeker, bijvoorbeeld in de zilveren mezoeza (2004-2005), gevormd naar het beroemde stadhuis van Stockholm.

Ontwerper Aviva Scheiman zegt hierover:

‘Voor mij, net als voor joden generaties lang, staat het huis, meer dan de synagoge, centraal in het joodse leven. Daarom heb ik ervoor gekozen om te beginnen bij de mezoeza, die iemand zegent en verwelkomt in het Joodse huis. Een symbool dat op de deurposten van Joodse huizen over de hele wereld vertelt over onze gemeenschap. Ik ontwerp hier de mezoeza niet op een traditionele manier, maar interpreteer deze vanuit mijn Zweedse identiteit.’

Zo markeert deze mezoeza een verschuiving die we vaker zien bij gemusealiseerde synagogen: de religieuze ruimte transformeert in een open Joods (t)huis. 


Verantwoording

Voor het schrijven van deze bijdrage is gebruik gemaakt van de museum-website en de collectie-website van het Judiska Museet, van notities gemaakt door de auteur tijdens zijn bezoek op 21 oktober 2022, alsmede van de publicaties Judarna & Sverige | The Jews & Sweden (Judiska Museet) en Spelar det någon roll vem som samlar? (Yael Fried).

Praktische informatie: Judiska Museet

Cover: interieur Joods Museum Stockholm, foto Paul Ariese

Over Paul Ariese 5 Artikelen
Paul Ariese is senior docent aan de Reinwardt Academie (Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten) en promovendus aan de Amsterdam School for Heritage, Memory and Material Culture (UvA). Hij doet promotieonderzoek naar de verwevenheid van erfgoed en religie in de synagogen van het Joods Cultureel Kwartier in Amsterdam. Voor dit onderzoek ontving hij in 2022 een Promotiebeurs voor Leraren van NWO. In zijn bijdragen aan De Vrijdagavond deelt hij persoonlijke observaties met betrekking tot Joods religieus erfgoed.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*