De Tempel als symbool van collectieve lotsbestemming

schilderij van de Klaagmuur rond 1900

In zijn eerste reisverslag vertelt Eric Ottenheijm, specialist in Joods-christelijke interacties in de Oudheid, hoe hij bij toeval twee weken lang terechtkwam in de charedische wijk Ge’ula. In dit tweede deel gaat het over de betekenis van de ‘Klaagmuur’ en de relatie tussen orthodoxe religiebeleving en de seculiere staat die de auteur waarneemt op Tisha B’av

In Jeruzalem zijn is niet denkbaar zonder een bezoekje aan de Kotel HaMa’ariv, de Westelijke Muur. Dat was een deel van de immense steunmuur van de Tempel van Herodes, die in augustus 70 CE (common era/gebruikelijke jaartelling) door de Romeinse keizer Titus en zijn tiende legioen werd verwoest. 

Dat stuk muur wordt abusievelijk Klaagmuur genoemd, omdat het tot 1967 voor Joden alleen hier was toegestaan de Tempel te naderen om Eikha (Klaagliederen) te reciteren en gebeden te zeggen. Vooropgesteld: misschien dankzij mijn katholieke achtergrond heb ik een heel ambigue verhouding met Tempels. In religies garanderen Tempels en priesterlijke klassen een gereguleerde en continue traditie, en met zichtbare en vaak fascinerende rituelen. Maar priesterlijke elites bekleden ook symbolische en sociale macht, kennen vormen van hypocrisie, zelfs corruptie. Dus toen ik in mijn studietijd Rabbijnse teksten las met hun ongezouten kritiek op de Tempelcultus, was dat niet aan dovemansoren besteed.

Offerloze cultus

Een en ander werd versterkt door de moderne studie van het Jodendom zoals geworteld in de Duitse Wissenschaft des Judentums. Daar verschijnt het jodendom als een offerloze religie voorbij de Tempeldienst, en rond de studie van teksten (Talmud Tora) en het reguleren van gedrag (halacha en derech eretz) in het dagelijkse leven. Dat sprak me wel aan. 

Toen ik zelf voor het eerst bij de Tempelmuur stond, in 1991, was ik dan ook ontroerd, maar niet door het Tempel aura. Eerder door de wetenschap dat hier generaties hun verlangens en verdriet neerlegden, eigenlijk niet zo heel anders dan in een middeleeuwse kathedraal. Gebeden en verhalen gaan gaandeweg in de stenen zitten, hier zelfs letterlijk, en dat voel je. 

Maar de Tempel zelf was vervangen door gebed en mitzvot. Toch? En de extremisten die zich eind jaren zeventig een bomaanslag wilden plegen op de Aksa moskee, tijdig verijdeld door de geheime dienst, een gemarginaliseerd en voorbijgaand restverschijnsel? Dat bleek een relatieve onderschatting van hun drijfveren. De droom van een nieuwe Tempel is hardnekkiger dan gedacht. Nu staan er bij de trappen die naar de plaza voeren nauwkeurig vervaardigde koshere kandelabers, onder plexiglas. 

Eigenlijk hadden we toen al beter moeten weten: de soldaten die in 1967 bij de muur stonden waren doorgaans seculier maar net zo goed bevangen door iets dat hen overweldigde. De plaza voor de Westelijke Muur toont sindsdien de strijd tussen traditionele en hervormde religieuze stromingen, maar ook de symboliek van seculiere nationale presentie. De plek voedt zowel religieuze als politieke verlangens, scherpt zo ook onderlinge spanningen aan. 

Kotel, vrouwenkant, rond 1900

Tisha Be’Av

Nu ben ik, voor het eerst, met Tisha Be’Av in Jeruzalem, de gedachtenis aan de verwoesting van de eerste en de tweede Tempel en aan alle catastrofes die het Joodse volk moest ondergaan. Opvallend is de gegroeide betekenis van Tisha Be’Av. Niet alleen voor religieuzen, ook voor seculieren een rustdag. Maar wat maakt deze dag anders dan andere dagen? Welke fascinatie oefent een afwezige Tempel uit op een collectieve emotie, een collectieve herinnering, een verlangen? 

In de avond, motsei shabbat en erev Tisha Be’Av, loop ik door de charedische wijk Ge’ula waar ik twee weken woon, op weg naar de oude stad. Door de ramen en vanaf de balkons klinkt overal het verstilde gezang waarmee het Bijbelboek Eicha (Klaagliederen) wordt gereciteerd. Het kan niet anders dan ontroeren. Welk gemis wordt hier betreurd? Gaat het om de feitelijke Tempel die hier en nu herbouwd zou moeten worden? Wacht even: de meeste chassidische charedim wijzen het ‘forceren van het einde’ resoluut af, bij hen staat Tisha Be’Av voor rouw om menselijk falen en het verlangen naar religieuze integriteit die zich in de val van de Tempel spiegelt. En toch is ook dat verlangen gelokaliseerd. 

Getrouwd met een Cohen

In een van de gesprekken met mijn vrienden merk ik verder de trots op die opwelt bij de mededeling dat een van de kinderen is getrouwd met een Cohen. O, dat is dus toch bijzonder voor een familie die een moderne religieuze praxis omarmt? Hier ligt een veld dat om meer inzicht vraagt, er simpelweg aan voorbijgaan is betekenis en kracht negeren van de Tempel als symbool van collectieve lotsbestemming. 

Ik lees die dag een interview, in Ha-Aretz, met Gershon Cohen, voormalig generaal in de IDF en lid van een intellectueel actieve familie. Hij stelt vast dat hij als seculiere Israëli en geassocieerd met de vredesbeweging in de jaren negentig een ontwikkeling doormaakte. Daarbij is de fascinatie voor de concrete locatie van de voormalige Tempel cruciaal. Volgens hem is zelfs het lot van het klassieke, seculiere zionisme altijd al verweven geweest met de Tempel. Tjonge, ik wist wel dat religie en het seculiere elkaar wederzijds beïnvloeden, maar dit gesprek gaat over niet minder dan politiek dynamiet. Ik vrees echter dat de goede man gelijk heeft. 

Twee droge knallen 

Dus ga ik vandaag wederom naar de Westelijke muur, terwijl zich in Gaza de zoveelste oorlogshandeling afspeelt. De stad is vrijwel verlaten, op een handjevol toeristen na. Veel winkels zijn uit voorzorg of protest gesloten, de Palestijnse specerijen winkelier die ik spreek uit zijn frustraties over de internationale politiek. Bij de muur knipper ik met mijn ogen in de zon, en laat het middaglicht, weerkaatst door de westelijke muur, binnenkomen. En verlaat het Tempelplein weer snel. Op weg naar de Leeuwenpoort, aan de noordzijde van Tempelplein, hoor ik het gezang weer, nu uit de mond van religieus zionisten. Zij zitten bij een van de noordelijke toegangspoorten en worden door soldaten weerhouden van de toegang tot het Tempelplein. De spanning is om te snijden. Ze ontlaadt even wanneer ik, achter mijn rug, plots twee droge knallen hoor. “Jom joledet, jom joledet!,” roept een Arabische verkoper, duidelijk om de situatie te neutraliseren, vuurwerk vanwege een verjaardag…. Mag wezen, maar de soldaten die ik zojuist passeerde reageren als een verstoord wespennest. 

De Tempel is als een gesloten kerncentrale waarvan de staven nog niet zijn afgekoeld.


cover: fragment uit schilderij Klaagmuur van Gustav Bauernfeind (1848-1904)

Over Eric Ottenheijm 7 Artikelen
Dr. Eric Ottenheijm is Universitair Hoofddocent Jodendom en Bijbelwetenschappen aan de Universiteit Utrecht. Hij promoveerde in 2004 bij prof. Judith Frishman en prof. Piet van der Horst op de rol van Intentionaliteit in Joods-wettelijke discussies tussen de Huizen van Hillel en Shammai. Hij doet onderzoek naar Joods-christelijke interacties in Oudheid en heden. Sinds 2014 leidt hij een internationaal onderzoeksproject naar rabbijnse en christelijke parabels. Daarnaast is hij fellow van de stichting Pardes en actief betrokken bij de Joods-christelijke dialoog in Nederland. Eric Ottenheijm woont in Amsterdam.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*