Indringende tonen uit kleine zwarte sjofar

Ephraïm vertelt

sjofar met appel en twee zilveren objecten

Als iemand mijn opa ooit op de sjofar heeft horen blazen, dan zal hij dat zijn hele leven niet vergeten. Met de drie hoofdtonen blies hij ieder jaar zijn longen mee naar buiten door de sjofar heen. Langzaam liep hij rood aan, nadat de gemeenschap eerst zijn broches aanhoorde en het gebed daaraan voorafgaand. Dat op zich al was een belevenis. 

Mijn grootvader zette zich voor tweehonderd procent in voor het wel en wee van de Vereniging Nidchei Jisrael Jechanes, beter bekend als de Nieuwe Kerkstraatsjoel.

Rosh Hashana is in aantocht. Herinneringen uit mijn jeugdjaren aan de Henri Polaklaan en Nieuwe Kerkstraatsjoel rond 1955 

Mijn opa was gek op me. Ik kon niets verkeerd doen. Als Ik in sjoel kattenkwaad uithaalde en een van de vaste bezoekers boos op mij werd, kreeg die bezoeker de wind van voren van mijn opa. Mijn opa was niet alleen de keizer van de sjoel, maar ook de Koheen, echt waar, hij was de vader van Aron Hakoheen Hagadol. Hij had het Kahanoet uitgevonden, bij wijze van spreken. Als hij stond te doechenen dan ging er een vibratie door de sjoel, niemand haalde het in zijn hoofd om op te kijken als opa aan het doechenen was. Ook was hij de Baal Tokea (sjofar blazer).

De Henri Polaklaan is een prachtige laan. Ieder huis heeft zijn eigen karakter, alle met een voor-en achtertuin. Voor de oorlog heette de laan de Plantage Franschelaan. Tijdens de Shoa zijn uit deze straat 201 mensen vermoord. 

Plantage Franschelaan, Stadsarchief Amsterdam, Prentbriefkaart, 1900

Na de oorlog werd de straat vernoemd naar de medeoprichter en voorzitter van de Algemene Diamantbewerkers Bond (de ANDB) Henri Polak. In opdracht van de ANDB bouwde Berlage het hoofdkantoor, genaamd De Burcht op nummer 9. Daar zetelde Henri Polak. Hij overleed door ziekte in Laren in 1943. Ons huis was het hoekhuis precies tegenover de hoofdingang van Artis. De Natura Artis Magistra, ‘de natuur is de leermeesteres van de kunst’. Artis is het hart van De Plantagebuurt.

Voor de oorlog woonden vele Joodse notabelen in deze prachtige laan. Ik prijs me gelukkig dat ik in deze bijzondere buurt de eerste zeventien jaren van mijn leven heb mogen wonen. Ook na de oorlog woonden hier bekende kunstenaars, artiesten, journalisten en schrijvers.

Ik kom uit een typisch Oost-Joods gezin. Mijn vader Osyasz, Jehoshua Heschel Goldstoff, kwam uit Krakau. Hij kwam als DP, displaced person, in Nederland op uitnodiging van de Nederlandse overheid, die driehonderd DP’s had uitgenodigd met een bepaald beroep. 

DP-kamp Bindermichl

Mijn vader was de enige overlevende uit zijn gezin. Hij overleefde Auschwitz en Mauthausen. Vanuit het DP-kamp Bindermichl, ongeveer 15 kilometer van Mauthausen, kwam hij via Utrecht naar Amsterdam. In Mokum leerde hij mijn moeder kennen die al in Amsterdam woonde. Haar familie kwam uit het Poolse Nowy Sącz.

De familie Kleinberger, mijn moeders zijde, vluchtte na de Eerste Wereldoorlog uit Polen via Pest in Hongarije naar Amsterdam. De familie Kleinberger woonde voor de oorlog in de Jodenbreestraat en handelde in schoenen. Eerst op de markt en daarna een winkel in de Jodenbreestraat. 

De broer van mijn moeder Jehoeda werd vermoord in Mauthausen en haar zus Pessie kwam om in Bergen Belsen. Het gezin Kleinberger woonde in de Henri Polaklaan in het huis waar haar oom en tante voor de oorlog woonden. Toen mijn moeder trouwde had mijn grootvader Aron Kleinberger geen zin meer in de schoenenwinkel omdat zijn belangrijkste medewerker, zijn dochter Sala, en dat is mijn moeder, als getrouwde vrouw niet meer ging werken.

Vier extra ouders

Mijn grootvader en mijn moeder waren samen ondergedoken in Alkmaar. Haar zus Hella in de Beemster. Mijn tante Hella emigreerde na de oorlog met haar man naar de USA. Met de verschillende onderduikouders hadden wij een fantastische band. Zij hielpen mijn moeder wekelijks met de opvoeding van vier kleine kinderen. Wij beschouwden hen als vier extra ouders.  

Voor mijn grootvader was de Nieuwe Kertstraatsjoel zijn tweede huis. Daar werd de Noesach Sfard gevolgd. Dat is de ritus die tegenwoordig bijna in heel Israël wordt gevolgd. De Kerkstraatsjoel was, naast de sjoel in Scheveningen, de enige sjoel in Amsterdam die deze ritus volgde. Dat houdt onder meer in dat tijdens de Sjmone Esree van Moesaf, de sjofar wordt geblazen op Rosh Hashana. 

Men wacht dan tijdens het stille dawwenen van Moesaf rustig af tot er wordt geblazen door de Baal Tokea, er zijn dan verschillende onderbrekingen. De vibratie en stilte die er heerste was om te snijden. Sommige mensen produceren nogal wat geluiden, maar opeens breekt die keiharde stilte aan, wachtend op de harde indringende tonen uit de kleine zwarte sjofar van mijn opa.

kostuum met das

In de weken die voorafgingen aan Rosh Hashana heerste er al een bijzondere sfeer in onze familie. We gingen naar Peek & Cloppenburg om nieuwe kleren te kopen, ik droeg al van jongs af aan een pak, een kostuum met das. Meestal kochten we schoenen bij een groothandel, want mijn moeder kwam uit die handel en had relaties met de Firma Milhado. Het was altijd een feest. Ik mocht uitzoeken wat ik leuk vond en was super trots met mijn nieuwe outfit. Ik wilde er het mooist uitzien van de sjoel. 

Zoete appeltjes schillen

Ik mocht ook in de keuken meehelpen. Hele speciale gerechten werden gemaakt uitsluitend voor Rosh Hashana. Veel met zoete appeltjes die ik mocht schillen. Hielp ook mee met het koosjer maken van het vlees. Dat moest toen nog gezouten worden en in het water gelegd. De karper of brasem werd levend bezorgd door de visboer die met zijn bakfiets, waarop een hele grote tank stond met vers water, met een schepnet de vissen uit de tank viste en stuk voor stuk mijn moeder toonde. 

twee karpers in badkuip
karpers in badkuip, bron: Wikimedia Commons

Als de vis de grootte had die mijn moeder wilde, dan werd de vis al spartelend op de weegschaal gelegd en met gewichten afgewogen zodat de prijs kon worden bepaald. De levende vissen werden in krantenpapier gepakt gingen mee naar boven en meteen de badkuip in vol water tot de volgende morgen. Intussen hadden wij kinderen een feestje. We speelden met de zwemmende vissen, die werden onze vriendjes voor een avond. De volgende morgen kregen ze een voor een klap op hun kop en werden meteen onthoofd, buik open, ingewanden eruit en met zout, peper en andere toevoegingen in een pan met kokend water gegooid. Er werd gebakken en gekookt. 

Handenschudden ceremonie

Terug naar sjoel. De Kerkstraat was altijd goed gevuld met balbatiem. de vaste occupeerdes. Op de Hoge Feestdagen was de sjoel overvol. Bij binnenkomst was er eerst een handenschudden ceremonie. Alle sjoel bezoekers wensten elkaar met mooie wensen Sjana Towa en aan aantal andere Jiddisje uitspraken. Jiddisch was de lingua franca, de voertaal van deze sjoel. Na afloop van het ochtendgebed op Erev Rosh Hashana werden er groepjes gevormd van vier mannen, waarvan drie, een Beth Dien vormden en de vierde man voor het triumviraat stond en een vast gebed uitsprak om de beloftes en andere zaken die hij het afgelopen jaar had afgelegd en niet was nagekomen daar vergiffenis en kwijtschelding voor te vragen. Dat ging om de beurt. Sefer Hataras Nedariem.

Daarna, in de voormiddag gingen we met papa naar het mikwe in de Portugese Esnoga. Dat was een belevenis. In het diepe warme bad voelde ik me net als een vis in het water. Als je uit het mikwe kwam, was je zondenvrij. Ik zorgde er dan voor niet te vloeken, lief te zijn voor mijn omgeving en niet aan stoute dingen te denken. Vol trots gaf ik tijdens het Rosh Hashana-diner een brief, rijk versierd met tekeningen die ik tijdens Joodse les op Rosj Pina had geschreven aan mijn ouders. In deze brief stond dat ik het komend jaar heel lief zal zijn en dat ik van mijn ouders en opa hield. 

Na de Mincha, middagdienst, liepen alle sjoelbezoekers naar de Nieuwe Keizersgracht om de hoek van de Nieuwe Kerkstraat om hun zonden in het water te gooien door het uitspreken van het Taschlieg gebed. Ik vond dat toen een vreemde ceremonie, al die Joden aan de waterkant, en zag voorbijgangers vreemd toekijken.

Sjana Towa Oemetoeka

Dit is een kleine impressie uit mijn jeugd die mijn gevoelens weergeven, en met het aanstaande Rosh Hashanafeest naar boven komen. Ik wens iedereen een Sjana Towa Oemetoeka, een heel goed inspirerend jaar vooral in goede gezondheid.

Iedereen in zijn waarde

Ik mag hopen dat velen via dit mooie nieuwe medium, De Vrijdagavond, geïnspireerd zullen worden om tolerant te zijn in het komend jaar, iedereen in zijn waarde te laten. Kritiek mag je altijd hebben en uiten, maar probeer nooit iemand jouw wil op te leggen.

Met deze gedachten wil ik dit Joodse jaar afsluiten en het volgende jaar 5783 inluiden met de wens dat u allen ingeschreven wordt in Het Boek der Boeken voor een lang maar ook wel gezond leven.


cover: RH foto auteur

Over Ephraïm Goldstoff 23 Artikelen
Ephraïm Goldstoff (1949) groeide op in de oude Joodse Plantagebuurt tegenover Artis. Na het Maimonides volgde hij verschillende opleidingen in de diamantwereld. Goldstoff vervult vele bestuurlijke functies onder meer voor Bnei Akiwa, Oost-Joods Verbond, OSE (Organisation Secours aux Enfants), Young Leadership CIA, The Feuerstein Institute (Jerusalem). Hij is bestuurslid van Maccabi tennis en van de RAS (Rav Aron Schuster Synagoge) en de Stichting Eerherstel Joodse Begraafplaats Zeeburg. Goldstoff is voorzitter Stichting Naleving Washington Principles, raadslid NIHS, lid ledenraad Joods Maatschappelijk Werk, voorzitter Stichting Dutch Friends of The Feuerstein Institute. Ephraïm Goldstoff is zelfstandig ondernemer in oude en antieke juwelen en edelstenen. Nog steeds werkzaam en kantoorhoudend in de Diamantbeurs.

6 Comments

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*