Ritje op de bromfiets

ephraïm vertelt

rode kreitler brommer rond 1965

Mijn buurjongetje Flipje Winnik was mijn beste vriendje.

Flipje was twee maanden ouder, ik woonde op nr. 42A en hij op nr. 34. Er zat een kerk tussen onze huizen in. Wij woonden in de Henri Polaklaan, naar men beweert de mooiste straat van Amsterdam. 

Wij woonden in het hoekhuis precies tegenover de hoofdingang van Artis. Artis was mijn tuin. Ik was er iedere dag. Ik haalde de papegaaien uit het vogelhuis. De ara’s zaten in een ijzeren frame op een houten balkje met twee voerbakken, een met water en een met zonnepitten vermengd met krachtvoer. Die beesten waren loodzwaar. Ik was pas vijf jaar toen ik een zo’n frame kon dragen op mijn schouder. Met twee handjes hield ik het frame vast en legde het, om de pijn te verzachten, op mijn schouder. Toen ik ouder werd droeg ik vier papegaaien tegelijk naar de papegaaienlaan. 

Het was een bloed-end lopen van het vogelhuis naar de papegaaienlaan. Als je door de hoofdingang van Artis in kwam liep je automatisch door de papegaaienlaan tussen de vogels die aan weerskanten aan een gebogen stang werden opgehangen. Die vogels krijsten je oren van je hoofd en je kreeg regelmatig gratis een beet in je oren.

papegaai, beeld Wikimedia Commons

Ook had ik vaste werkzaamheden op twee duiventillen. Mijn taak was ze schoon te schrapen van de vogelpoep. Ik moest heel hoog op een ladder klimmen en het hok in duiken van de duiventil. Er stond een duiventil op de kamelenwei en de andere in de kinderboerderij. 

Elke vrije minuut was ik in Artis. Ik vond het machtig werk. In de kinderboerderij moest ik mesten en de beesten voeren, water geven en de hokken schoonmaken. Langzamerhand werd ik ouder en kwamen er ook andere interesses om de hoek kijken. Ik was bijna zestien. Flipje kreeg voor zijn verjaardag een Kreidler Florett cadeau Een fantastische brommer. De koning der bromfietsen in die tijd. Hij koste wel twaalfhonderd gulden. Dat was een vermogen toen. Natuurlijk moest dat racemonster opgevoerd worden. Hij reed ver boven de 100 km per uur. Op een zaterdagavond werd er een Joods feest georganiseerd in Hilversum. Flipje en ik besloten daarheen te gaan. Ik zat achterop de brommer en we reden over de snelweg, de Gooise weg, naar Hilversum. 

Helmen bestonden er toen nog niet. We kwamen zonder problemen aan in Hilversum. Het was een mooi feest, een ontmoetingsfeest voor jongeren met life music. Rond drie uur in de ochtend reden we terug. De toegestane snelheid was 60 km. Onze snelheid was rond 100 km.

Ver achter ons zagen we de lichten van een auto. Ja hoor, het was een zwarte politiebus.

We werden ingehaald en er verscheen een stopteken. Twee agenten stapten uit. We werden aangesproken. Mooie brommer hebben jullie. Van wie is deze brommer? Van mij agent. Weet je waarom we jullie hebben laten stoppen? Nee agent geen idee. Wij reden een tijdje achter jullie aan.

Jullie snelheid was ver boven de 60 km. Dat is onmogelijk zei Flip, die brommer rijdt maar 60, hooguit 70 km per uur.

Kreidler Florett 1965
Kreidler Florett, 50cc 5-versnellingen, 1965

Nou jongeman je treft het niet, zei de aardige agent, mijn collega is een brommer expert. Stappen jullie maar in, mijn collega gaat een ritje maken op jouw bromfiets en wij rijden er achteraan. Flip en ik keken elkaar aan. Al gauw stond de teller boven de 100 km/u.

Na een paar minuten stopten we, de expert keek ons aan. Jullie begrijpen wel wat er met deze brommer gebeurt. Je krijgt over een paar weken een pakje metaal toegestuurd, het einde van een mooie brommer.

Maar agent, huilde Flip ik heb hem pas een paar weken geleden voor mijn verjaardag gekregen. Dat is dan jammer. Ik rijd met je brommer naar het bureau in Bussum, mijn collega neemt alle gegevens van jullie op. Flipje liet zijn papieren zien en gaf zijn persoonlijke gegevens af. Wat doen jullie eigenlijk hier zo laat op straat? Vroeg de agent, waar komen jullie vandaan en waar gaan jullie naar toe? We hadden een Joods feest in Hilversum, meneer en zijn op weg naar huis in Amsterdam. Op welke school zitten jullie? Op het Maimonides Lyceum meneer. Kennen jullie Marcel Loewenberg?

Hij zit in mijn parallelklas en ik ben erg bevriend met hem. Ik zal jullie naar huis rijden zei de agent. En jij Flipje, als je me belooft dat je je brommer weer in zijn oorspronkelijke staat brengt, dan kom je morgenochtend om negen uur met je vader naar ons politiebureau in Bussum dan krijg je je brommer mee, want dan is mijn collega niet aanwezig en zal ik de bon verscheuren. Met stomme verbijstering keken wij de agent aan.

Ik zorg voor de opa van Marcel. En doe Marcel de hartelijke groeten van mij.

Is het toeval dat Marcel later mijn zwager werd?

Over Ephraïm Goldstoff 23 Artikelen
Ephraïm Goldstoff (1949) groeide op in de oude Joodse Plantagebuurt tegenover Artis. Na het Maimonides volgde hij verschillende opleidingen in de diamantwereld. Goldstoff vervult vele bestuurlijke functies onder meer voor Bnei Akiwa, Oost-Joods Verbond, OSE (Organisation Secours aux Enfants), Young Leadership CIA, The Feuerstein Institute (Jerusalem). Hij is bestuurslid van Maccabi tennis en van de RAS (Rav Aron Schuster Synagoge) en de Stichting Eerherstel Joodse Begraafplaats Zeeburg. Goldstoff is voorzitter Stichting Naleving Washington Principles, raadslid NIHS, lid ledenraad Joods Maatschappelijk Werk, voorzitter Stichting Dutch Friends of The Feuerstein Institute. Ephraïm Goldstoff is zelfstandig ondernemer in oude en antieke juwelen en edelstenen. Nog steeds werkzaam en kantoorhoudend in de Diamantbeurs.

2 Comments

  1. Mijnheer Goldstoff groeide op in de Plantage. Ik woonde met ouders en broers op de Nieuwe Keizersgracht 24. Overleefde als enige van onze familie. Ga maar kijken. Bel aan bij Jacob Kohnstamm op No. 24 en bij Suzanne Rodrigues Pereira op No. 20. Ga kijken aan de overkant naar de namen op de Schaduwkade. Woon in Jeruzalem.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*