Een Rabbinale misser (gebaseerd op een ware geschiedenis)

zwart-wit schilderij van een joodse bruilof begin vorige eeuw in Oost-Europa

Arnhem, medio 2000

Mirjam, oorspronkelijk uit Groningen meldt zich bij de Joodse Gemeente. Ik wil lid worden van de Joodse Gemeente.

Ben je Joods? Ja, zegt Mirjam, ik heb gioer gedaan en ben Joods geworden in Israël. Maar dan moet je toch eerst een afspraak maken met het Rabbinaat. Mirjam maakt een afspraak met Rabbijn Grüssgott* van het Rabbinaat.

Zo Mirjam, ik heb begrepen dat je gioer hebt gedaan in Israël.

Dat klopt helemaal, ik heb de papieren bij me van het Opperrabbinaat in Jerusalem. Mirjam, mag ik je vragen, waarom heb je je gioer niet bij mij gedaan? Ik heb alya gedaan en daarom ben ik in Israël uitgekomen. 

Waarom ben je dan teruggekomen? Mijn oma en opa zijn beiden 99 jaar oud. Zij willen mij graag hier hebben voordat ze sterven. Het is in Israël op dit moment levensgevaarlijk. Overal ontploffen bommen. Aanslagen zijn er bijna dagelijks op busstations, in bussen en in supermarkten. Daarom smeekten mijn grootouders of ik wilde terugkomen zolang zij in leven zijn. 

Ik begrijp het. Mirjam heb jij intussen wellicht een Joodse jongen leren kennen? Ja, ik ben aan het daten met een hele aardige Joodse jongen. Is het iemand die ik ken?  Dat weet ik niet, hij is een jongen uit een bekende Arnhemse traditioneel Joodse familie. Mag ik zijn naam weten? Jazeker hij heet Micha Sterngold. Toch niet de zoon van 

Moisje Sterngold? Ja die is het. Dan zul je altijd de “sjikse“ van de familie Sterngold blijven. Mirjam was in shock.

Ik neem aan dat je sjommeret Sjabbat bent, en een koosjer huishouden voert. Dat bepaal ik zelf wel, ik heb geen zin om verdere vragen te beantwoorden. Mirjam draaide zich om, verliet zonder een woord verder te verkwanselen het kantoor van Rabbijn Grüssgott.

Wat een idioot, een onbeschofte vlerk, die Rabbijn. Hoe durft ie?

De relatie tussen Mirjam en Micha verstevigt. Zij besluiten te gaan trouwen. Een jaar later is de Choepa.

Micha meldt zich bij de Joodse Gemeente in Arnhem met de mededeling dat zij het voornemen hebben in het huwelijk te treden en choepa te willen hebben. Dat gaat zomaar niet dan moet je je melden bij het Rabbinaat, Rabbijn Grüssgott is de Rabbijn in functie.

Papa Moisje belt de Rabbijn. Ik had dit telefoontje al verwacht. Ik heb het gerucht opgevangen dat je zoon en toekomstige schoondochter willen trouwen. Dat is een probleem want Mirjam is geen lid van onze Kehilla, omdat ze volgens onze norm niet Joods is. Laten we maar meteen een afspraak maken Moisje voor een gesprek. Tien dagen later belt Moisje aan bij de voordeur van het huis van de rabbijn. 

Rabbijn Grüssgott doet zelf de deur open. Voordat we naar mijn kantoor gaan wil ik één zaak duidelijk maken, zegt de Rabbijn.

Het gesprek dat we zo kunnen hebben, kan uitsluitend plaatsvinden onder één voorwaarde. Ik luister zei Moisje. Dit gesprek dat we zo gaan hebben, heeft nooit plaatsgevonden!

Moisje kijkt met ongeloof naar de Rabbijn. Heb ik dit goed begrepen?

Aan jou de keus, als je je kunt vinden in mijn wens dan gaan we naar mijn kantoor en anders ga je naar huis. Moisje moest dat wel even verwerken. Wat is dit voor onzin? Hij had geen keuze en moest de choepa regelen van de kinderen.

Ze zitten op zijn kantoor. Grüssgott begint over de gioer-politiek die het Rabbinaat van de Staat Israël volgt sinds de oprichting in 1948.

Het komt erop neer dat is afgesproken dat wanneer er in een land een mogelijkheid wordt gegeven door het Rabbinaat om gioer te doen in dat land, dan wordt de gioer gedaan in Israël niet erkent.

Rabbijn Grüssgott kwam ook met een oplossing. Moisje, stuur de kinderen deze week voor één dag naar Israël, ik regel de choepa in Israël, Kedas en Kedien, helemaal volgens  de halachische regels, dat blijft allemaal onder ons. Vervolgens word je schoondochter meteen lid bij terugkomst en kunnen ze hier chassene hebben.

Dat is de mooiste en meest eenvoudige oplossing.

Moisje bedankte voor het gesprek. Ik dacht niet dat we deze oplossing omarmen. We gaan het zelf wel regelen, op mijn manier.

Zo geschiedde. We regelden onze eigen rabbijnen, hadden de choepa in Luxemburg met een prachtige simche, feest.

Eind van het liedje was dat toen hun eerste zoon werd geboren en de Brit Mila moest plaatsvinden, toen was hun zoon officieel volgens de NIHS normen niet-Joods. Er werd een Moheel, besnijder, geregeld in Israël, die hier de Brit Mila deed.

Alles heeft ertoe bijgedragen dat de wens van het jonge paar om in dit land een traditioneel orthodox Joods leven te leiden verloren ging door toedoen van Rabbijn Grüssgott.


*gefingeerde naam

cover: schilderij van een joodse bruiloft begin vorige eeuw in Oost-Europa, bron Wikimedia Commons

Over Ephraïm Goldstoff 30 Artikelen
Ephraïm Goldstoff (1949) groeide op in de oude Joodse Plantagebuurt tegenover Artis. Na het Maimonides volgde hij verschillende opleidingen in de diamantwereld. Goldstoff vervult vele bestuurlijke functies onder meer voor Bnei Akiwa, Oost-Joods Verbond, OSE (Organisation Secours aux Enfants), Young Leadership CIA, The Feuerstein Institute (Jerusalem). Hij is bestuurslid van Maccabi tennis en van de RAS (Rav Aron Schuster Synagoge) en de Stichting Eerherstel Joodse Begraafplaats Zeeburg. Goldstoff is voorzitter Stichting Naleving Washington Principles, raadslid NIHS, lid ledenraad Joods Maatschappelijk Werk, voorzitter Stichting Dutch Friends of The Feuerstein Institute. Ephraïm Goldstoff is zelfstandig ondernemer in oude en antieke juwelen en edelstenen. Nog steeds werkzaam en kantoorhoudend in de Diamantbeurs.

3 Comments

  1. Best goed om deze problematiek weer eens onder de aandacht te brengen. Komt veel voor. Al in de jaren 70 was er hier en daar ook wel iets van corruptie (hoorde ik, woonde toen in Israël). Daarom liever serieus, misschien een paar jaar langer maar wel degelijk in Nederland. Fantastische begeleiding IPOR. Van het traditionele deel van Kille Amsterdam nooit ook maar enige discriminatie ondervonden. Ja, kijk schoonfamilie is wel een langdurig proces geweest, maar in het licht van de oorlog kan ik dat wel begrijpen. Alles besjolem goedgekomen. En als ik naar de foto’s van m’n overleden schoonouders kijk ben ik zo dankbaar en geroerd. In een hèle Joodse familie ben ik de enige zij-instromer. Nu zijn er in totaal 16 joodse achterkleinkinderen.bH.

Laat een antwoord achter aan Betty Laufer Reactie annuleren

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*