Sjabbatjaar oogst argwaan

beeldmerk Parasja
collage: Bloom

De parasja van deze week begint met het gebod van sj’mieta, het sjabbatjaar. Tijdens het laatste jaar van een zevenjarige cyclus moet akkerland in Israël braak blijven liggen:

God zei tegen Mosjé op de berg Sinai: ‘Zeg tegen de Israëlieten: “Wanneer jullie eenmaal in het land zijn dat ik je zal geven, moet het land rust krijgen, een sjabbatsrust gewijd aan God.”’ (Dewariem 25:1-3)

“En als je zou zeggen: ‘Wat zullen we eten in het zevende jaar? We kunnen niet zaaien en niet oogsten!’ Dan zal ik Mijn zegen over jullie bevelen in het zesde jaar, en het zal opbrengst opleveren voor drie jaar.” (25:20-21)

agriculture in Israel, via Creative Commons

Organisaties als aish.com en hidabroot.com, die inter-joodse missie bedrijven (ook ‘kiroew’ genaamd), gebruiken deze citaten om seculiere joden over te halen om orthodox te worden.

het sj’mieta argument

Het argument luidt ongeveer als volgt:

  • Niemand behalve een almachtige God kan beloven dat er een bijzonder grote oogst zal komen in het zesde jaar van de zevenjarige sj’mieta-cyclus
  • Een gewone oogst zou deze belofte namelijk direct ondermijnen
  • De Tora belooft toch dat in het zesde jaar een drievoudige opbrengst zal komen
  • Daarom moet de Tora door God zijn geschreven en niet door een mens

Er lijkt op het eerste gezicht geen speld tussen te krijgen. Je moet wel gek zijn om een belofte op papier te zetten die je niet na kan komen. Tenzij je God heet en almachtig bent.

anachronisme

Een anachronisme is iets wat niet helemaal in zijn tijd past. Zoals een tekening van Mosjé op de berg met een sjtreimel op zijn hoofd… of deze meme:

Wij kunnen ons niet makkelijk verplaatsen in de mentaliteit van mensen van het bronzen of ijzeren tijdperk. Wie zegt dat de mensen toen wel of niet kritisch dachten? Of dat de doorsnee Israëliet geletterd was, laat staan of hij (zeker geen zij!) überhaupt toegang had tot de joodse geschriften? 

We kunnen daarom niet bepalen of het opschrijven van een extravagante belofte in de Tora deze toezegging inderdaad zou ondermijnen.

oogstbelofte

Merkwaardig is dat er in de hele Tenach geen bewijs te vinden is dat het joodse volk zich ooit hield aan de sj’mieta voorschriften. En al helemaal niet dat er een extra grote oogst was in het zesde jaar. Sterker nog, de enige keer dat er in de Tora iets staat over het houden van het sj’mieta jaar, profeteert de Tora dat het joodse volk een tijd lang géén sj’mieta zal houden:

Dan zal het land zijn sjabbatjaren goedmaken gedurende de tijd dat het is verwoest en u in het land van uw vijanden bent; dan zal het land rusten en zijn sjabbatjaren goedmaken (Wajikra 26:34).

Volgens Diwree Hajamiem (2 Kronieken 36:21) sloeg dit op de zeventig jaren van de Babylonische Ballingschap. Hier gaat het dus over een periode van 70 x 7 = 490 jaren dat de Israëlieten het land niet braak lieten liggen. Er is dus geen bewijs dat de joden zich aan sj’mieta hielden, of zelfs dat de oogstbelofte ooit ingelost werd.

sj’mieta vandaag

Tegenwoordig worden de sj’mieta-voorschriften in Israël door vromen zichtbaar nageleefd. In het sj’mietajaar liggen vele akkers braak en de klant kan fruit en groente kopen die halachisch gecertificeerd zijn. 

Hierbij dringt zich de vraag op waarom we in onze tijd geen duidelijk bewijs kunnen vinden van een driedubbele oogst in het zesde jaar.

Eén antwoord dat wordt gegeven, is dat na de verwoesting van de Tempel sj’mieta geen Tora verplichting bestaat van sj’mieta (wel een verplichting van de geleerden). En waarom zou God zijn zegen geven als de verplichting niet meer geldig is?!

Volgens de minderheid van de rabbijnen is de Tora verplichting echter nog steeds van toepassing. Als dat waar is, dan zou de oogstbelofte toch moeten worden ingelost? Het land zou in het zesde jaar dan driehonderd procent oogst moeten opbrengen.

We zien echter het omgekeerde. Er zijn organisaties zoals The Shmitah Fund en Keren Hashvi’is die joodse boeren in Israël financieel ondersteunen, zodat ze geen verlies zullen lijden door het naleven van sj’mieta!

Het antwoord uit de pen van Rabbijn Awraham Jeshaja Karelitz (1878 – 1953) is dat het land geen driedubbele oogst meer voortbrengt vanwege ‘onze zonden’ die kennelijk het land ontheiligen. Waarom zou het land meer vruchten voortbrengen als we het land ontheiligen?

Hoe je het ook wendt of keert, de sj’mieta-belofte is niet falsifieerbaar.

geen sterk argument

De conclusie is dat sj’mieta als argument voor de goddelijkheid van de Tora geen sterk argument is. Als alleenstaand argument is het te zwak om mensen te overtuigen om orthodox te worden. Helaas wordt dit argument echter nog regelmatig gebruikt.

Persoonlijk zie ik in sj’mieta een gemeenschappelijk religieuze, maar gedateerde manier om het land tegen uitputting te beschermen. In plaats van het land geheel braak te laten liggen, wat financieel problematisch is, kunnen we nu met milieuverantwoordelijke meststof het land vruchtbaar houden of alternatief kweken in hydrocultuur, wat in modern Israël gelukkig al veel gebeurt.

Indoor Hydroponics of Morus, Japan, via Creative Commons
Over Igra Ramma 9 Artikelen
Igra Rammah (vernoemd naar r. Meshulam bar Shimshon Igra) woont thans in het buitenland maar is oorspronkelijk afkomstig uit Nederland. Hij heeft een dienstverlenende instelling en denkt graag na over de grote dingen in het leven. Religie valt daar soms ook onder – hij laat zich graag uitdagen voor een pittige discussie over onze Joodse traditie. Met zijn helikopterview bekijkt hij de zaken graag van meerdere kanten.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*