Krijgt Jodensavanne een UNESCO status?

Prior in suriname

beeld van ruine in Jodensavanne

Wat bekend staat als de ‘Jodensavanne’ is een verlaten gebied. De plek is mij zeer dierbaar en ontroert me. Dit is mijn derde keer dat ik er ben en altijd valt me iets anders op. Of het de natuur is of de begraafplaatsen, de bron of de plek naast het dorp Redi Doti, de rode grond, de ligging aan de majestueuze Surinamerivier, de stilte of de verstilling. Misschien de geschiedenis, misschien stimuleert de plek mijn fantasie? Helemaal er achter komen doe ik nu alweer niet, dus dat zal het wel wezen. Ik blijf er komen.

De joodse landbouwnederzetting werd opgericht in 1683 door Sefardische joden gevlucht voor de Spaande Inquisitie. Sinds midden negentiende eeuw is de nederzetting niet meer permanent bewoond. In de twintigste eeuw trok iedereen naar Paramaribo, alleen de begraafplaatsen en een ruïnie van de synagoge B’racha V’Shalom (zegen en vrede) doorstonden het geweld waarmee de jungle alles in luttele maanden overwoekerd, nederzetting of plantage. Je zou kunnen zeggen de natuur wint altijd.

Jodensavanne anno 2022, foto Pauline Prior

De stichting Jodensavanne heeft de laatste jaren niet stilgezeten. Er is een UNESCO nominatie opgesteld en ingeleverd. Er zijn nu twee archeologen aan het werk. Sushmeeta Taruna Ganesh & Jõvan Ranalfo Samson, medewerkers bij Ministerie Onderwijs, Wetenschap en Cultuur, vonden niet minder dan 2200 artefacten om de aanvraag tot UNESCO Werelderfgoed te ondersteunen.

De nominatie ligt nu bij het hoofdkwartier van UNESCO in Parijs. De volgende stap is een inspecteur die komt checken of het dossier klopt en in overeenstemming is met de eisen van UNESCO en dan volgt volgend jaar de conclusie. Volgend jaar is eveneens een tentoonstelling gepland van de artefacten naast het huisje met de tentoonstelling over ‘Joden in de Cariben’, gemaakt door conservator Julie-Marthe Cohen van het Joods Cultureel Kwartier.

Om in aanmerking te komen voor de status van Werelderfgoed moeten alle gegevens wetenschappelijk kloppen. Zo werd er jarenlang aangenomen dat er een mikwe aanwezig was op op Jodensavanne, maar daar is niets van terug gevonden. Wel zijn er zeven natuurlijke bronnen in de omgeving aan te wijzen en kan worden aangenomen dat er twee privé mikwes waren. Ook wordt wel gedacht dat de mikwe de Suriname rivier zelf was omdat ze voldoet aan alle gestelde eisen.

Interessant is ook de culturele diversiteit, de mix van de bevolkingsamenstelling op de savanne. Menig joodse man had een relatie met een slaafgemaakte vrouw. Andersom kwam ook voor, maar dat had veel grotere consequenties voor de betrokken vrouw en haar partner. Er zijn ook taalkundige crossovers gevonden tussen bijvoorbeeld Marrons (voorheen wel ‘boslandcreolen’ genoemd) en Portugese joden, ook dit kan bijdragen aan de erkenning van het unieke van deze plek.

aankomst Jodensavanne bij de Surinamerivier, foto: Pauline Prior

Terug naar de archeologie; de grond wordt afgezocht tot 30 cm diepte, dat is de bewoningslaag en daar worden vooral keramiek en glas in gevonden. Keramiekvondsten zijn de basis van de koloniale archeologie. Er zijn glazen blauwe kralen gevonden, de vraag daarbij luidt: ’kunnen deze kralen in verband worden gebracht met de slavenkralen of niet’? Dat moet nog uitgezocht worden. Ook is er een zilveren Deense munt gevonden afkomstig van een schip. Kwam die handel ophalen of water voor de terugtocht? Leuk is het puzzelen en zoeken naar antwoorden. Bijzonder is de scherf met de blauwe Davidster, het geglazuurde bord met SHDM, de initialen van Samuel Hanania da Meza en het bord met de bloemen die samen kunnen worden gevoegd tot een bord. Archeologe Sameesha noemt het haar masterpiece. Het is een handgeschilderd bord uit ongeveer 1770 van Hollandse of Engelse komaf.

Harrold Sijlbing (links), voorzitter van de Stichting Jodensavanne, met de twee archeologen, foto: Pauline Prior

Harrold Sijlbing, de voorzitter van de Stichting Jodensavanne: “indertijd waren er nauwelijks inkomsten en moesten bewoners bedelen om geld bij de plantagehouders. De meeste joodse plantages waren aan de overkant van de rivier en niet alle joden waren rijk. Op de yeshiva studeerde ook studenten die met een oprotpremie uit andere landen waren gearriveerd. De joodse Gemeenschap had wel een eigen ‘regering’ in Suriname. Alles was ook import, de kopjes, de Goudse pijpen, de gebruiksartikelen, de drank, het moest allemaal betaald worden van de export van eerst de suiker en later de houthandel. Er is ook een tijd water verkocht aan zeelieden. In die tijd werd het water van de bronnen als zeer zuiver gezien, nu wordt het water van de bron vaak meegenomen naar huis voor een ritueel bad met kruiden”.

artefacten geregistreerd, beeld: Pauline Prior

Sijlbing vervolgt: “op Jodensavanne moet naast een begraafplaats voor gekleurde joden ook een armenbegraafplaats zijn geweest, omdat zij geen grafstenen hadden, weten we ook niet waar ze liggen. Er zijn op Jodensavanne namelijk nergens botten gevonden, die zijn verteerd.”

Van de ruïne van de B’racha v’ Shalom Synagoge zijn de bakstenen resten nog terug te vinden. Het is de oudste synagoge in het land, gebouwd in 1685 op een heuvel. Men gaat er vanuit dat de bakstenen geïmporteerd zijn vanuit Europa, het was het grootste gebouw op de nederzetting. Het gebouw deed dienst als Beit Knesset en als Beit Din tot 1865 toen de nederzetting haar functie verloor.


Alle foto’s: Pauline Prior, kunst- en media-produkties

cover: beeld van ruïne synagoge Jodensavanne

dit artikel is mede mogelijk gemaakt door het Steunfonds voor Freelance Journalisten

Over Pauline Prior 3 Artikelen
Pauline Prior is fotograaf en tekstschrijver voor verschillende media, daarnaast maakt zij kunstproducties. Voor het Joods Cultureel Kwartier ging zij naar Amstelveen, Almere, Israël, Indonesië, Marokko en Suriname. Samen met kunsthistorica Anita Frank volgde zij tien jaar het joodse naoorlogse leven waaruit een boek en een veelgeprezen tentoonstelling voortkwam. Dit jaar (2022) schonk zij 110 foto's aan het Joods Museum.

1 Comment

  1. Interessant artikel. Ook Joden uit Amsterdam vertrokken in de 17 eeuw naar Suriname. De bakstenen werden als ballast meegenomen en op de terugweg vervangen door hout en rietsuiker.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*