Zonder deze hartversterker lukt het mij niet om de vraag van Joseph te beantwoorden

straatbeeld Boro Park, New York

Het verhaal van Professor Zelmanovitch, aflevering 4

Het Congres

‘Professor Zelmanovitch, ik wil u graag spreken. Liefst vandaag. Maar desnoods morgen. Ik neem aan dat u tot morgenavond, tot de afsluitceremonie van het congres, in Seattle blijft?’ ‘Nou nee, dat is niet het geval. Morgenochtend vlieg ik voor een consult door naar Chicago. En vrijdag moet ik terug zijn in New York.’ De man die zich aan mij voorstelt als Dr. Joseph Kahn uit Brussel bestudeert mijn kaartje. Zijn hoofd knikt goedkeurend. De plooien in zijn dubbele kin gaan op en neer. ‘Oké. Vanavond. Heeft u dan tijd? Tijdens het diner? Of misschien daarna?’ ‘Dat zou wel moeten lukken. Nu ik mijn presentatie achter de rug heb, staan er voor vanmiddag behalve de workshop nog een paar ontmoetingen met collega’s op het programma. Vanavond hoef ik bij het diner niet de hele tijd aan tafel te zitten. Zullen we om een uur of negen afspreken? In de lobby van het Marriott?’ ‘Dat zou heel fijn zijn, professor.’

Professor Zelmanovitch is een roman van
Lody B. van de Kamp
Verschijnt in feuilletonvorm in De Vrijdagavond
Aflevering 4

Kahn staat op. Maar ik laat hem nog niet gaan. ‘Nog even. Waar wilt u het met mij over hebben?’ ‘Oh, mag ik nog’? Kahn wijst op zijn stoel. Ik knik. ‘Neemt u plaats. Ik heb nog wel een paar minuten’. Kahn gaat weer zitten. Hij vouwt zijn benen over elkaar en legt zijn handen op de tafelrand.

’Het onderwerp van uw presentatie vanochtend boeide mij. Nog voordat de vragen door al die collega’s op u werden afgevuurd vroeg ik mijzelf één ding af. Waar zou uw interesse voor juist de hals- en hoofdoncologie vandaan komen? Waarom is dat nu juist uw specialisme geworden?’ Ik wijs naar het keppeltje op het hoofd van Dr. Kahn. ‘U bent Joods’? Dr. Kahn glimlacht. ‘Ja, als dit op mijn hoofd zit kunt u wel aannemen dat ik Joods ben. Maar hoezo is dat een antwoord op mijn vraag?’ ‘Ook ik ben Joods. Misschien niet religieus. Maar toch ben ik Joods.’ Kahn’s gezicht is een en al vraagteken. Dat ik ook Joods ben, dat had hij natuurlijk meteen gezien. Vanaf het eerste moment dat hij mij in het gezicht keek moet hij dat geweten hebben. Ons kent ons. Ook met mijn ontblote hoofd druipt het Joods-zijn van alle kanten van mijn ponem af. Ik zie hem denken. Waar wil deze man met zijn ‘Joods zijn’- reactie als antwoord op de vraag over de specialisatie naar toe?

Het is mijn beurt. ‘Dr. Kahn, hoe oud bent u? Welk jaar bent u geboren?’ De stem van Kahn klinkt nu wat onzeker. ‘Mijn geboortejaar is 1947. Twee jaar na de oorlog.’ Ik wrijf over mijn gladde hoofd. ‘Juist. Ik ben toch wel wat jaren ouder dan u. Bijna twintig jaar. Geboren vóór die oorlog.’ Ik sta op en knik hem toe. ‘Vanavond om 9 uur in het Marriott. Dan praten we verder.’ Dr. Khan schudt mijn hand en loopt voor me uit naar de uitgang van het congrescentrum. Het is goed om buiten te zijn. Gisteren een lange conferentiedag en vanochtend een inspannende presentatie. Het is nu, na de lunch, tijd voor wat frisse zeelucht. Een half uurtje wandelen langs het water. Misschien raak ik dan de angst voor weggestopte herinneringen weer kwijt die zich door de vraag van deze Joseph Kahn naar boven duwt.

Nekwervel breekt

We besluiten elkaar te tutoyeren. ‘Kijk’, ik leg mijn hand rond mijn keel. ‘Wat gebeurt er wanneer je mij een strop om de nek legt en ik word opgehangen?’ Joseph Kahn kijkt mij beduusd aan. ‘Hoezo? Wat bedoel je?’ ‘Nou, jij wilt toch weten waarom ik voor hals- en hoofd oncologie heb gekozen? Om jou de reden van mijn beroepskeuze duidelijk te maken stel ik je eerst een wedervraag. Wat gebeurt er als je een strop om je nek krijgt die wordt aangetrokken? Wat zijn de gevolgen voor dit deel van het lichaam?’ De collega tegenover mij reageert beroepsmatig. ‘De vertebra cervicalis, de nekwervel, breekt’. Ik schud mijn hoofd afkeurend. ‘Nee. Ik zie dat deze bovenkant van het lichaam niet jouw specialiteit is. Wat er gebeurt, is namelijk afhankelijk van de externe omstandigheden. Of een of meerdere nekwervels breken heeft alles te maken met de hoogte van de galg en de lengte van het slachtoffer. Is de galg hoog genoeg voor een vrije val van een of twee meter, dan breekt de nek onmiddellijk door het lichaamsgewicht. Maar als de val slechts een paar centimeter bedraagt en het lichaam steunt meteen weer op de voeten op de grond, gebeuren er heel andere dingen.

De nek breekt niet, maar de strop om de nek trekt wel aan. Daardoor stagneert de bloedtoevoer naar de hersenen. En zo krijg je dan Cerebrale Hypoxie. Met alle gevolgen vandien. Dat is wat het hersengedeelte betreft. Duurt die blokkade van bloedtoevoer lang genoeg, dan ontstaan stuwingen. De capillaries van het gezicht en de ogen barsten open. De Nervus Vagus, die zwevende zenuw, komt door de hersenzwelling als gevolg van de verminderde bloedtoevoer onder druk te staan.’ Ik wijs op mijn borst en zijn buik. ‘En dan gaat alles mis met het functioneren van wat hier binnenin allemaal aan organen zit’. Joseph knikt instemmend. Dit laatste van die Nervus Vagus zal hem dus wel bekend zijn. Hij kijkt ongeduldig. Blijkbaar wil hij graag antwoord van mij hebben op zijn vraag. Vanwaar mijn interesse voor juist dit deelgebied van de oncologie? Verveeld kijkt hij langs mij heen, over mijn schouders in de richting van het buitenterras. Waarom deze lange biologieles als inleiding op een hele gebruikelijke vraag bij vakbroeders?

Ik ben nog niet bereid om nu al tekst en uitleg te geven. Ik ben er nog niet klaar voor. ‘Zullen we nog een tweede glas bestellen? Of wil je wat anders drinken?’ ‘Ja, eentje lust ik er nog wel’. Ik wenk de kelner en wijs op onze glazen. ‘Die Balcones Texas smaakt ons goed. Schenkt u nog maar een keer in.’

Ik neem het gesprek over van Joseph. ‘Ik zag op jouw kaartje dat je uroloog bent in het Universitair Ziekenhuis in Brussel. Wat brengt jou naar een congres over hoofd en hals kanker helemaal aan de andere kant van de wereld? Dat is toch echt iets anders dan urologie?’

Specialisatie urologie

Ik krijg de indruk dat Joseph vindt dat ik het gesprek aan het traineren ben. Het gesprek moet wel concreet worden, hij wil ter zake komen. ‘Oké. Mijn verhaal is dat ik na het eerste deel van mijn studie voor gynaecologie ben gegaan. Maar na een aantal jaren, in de periode dat ik aan mijn proefschrift werkte, heb ik als tweede specialisatie urologie gekozen. Direct na mijn promotie ben ik daarin aan het werk gegaan. Dat is mijn achtergrond. En wat ik hier op dit congres kom doen ga ik je zo vertellen. Maar, met jouw uitstapje over de galg en wat er gebeurt bij het ophangen heb je mij nóg nieuwsgieriger gemaakt waarom jij hebt gekozen voor het vakgebied waar jij op opereert, oncologie van hoofd en hals. Dus voor de draad ermee’. De kelner schenkt nog een keer in. ‘Lechaim’.

‘Lechaim, op je gezondheid’. Beiden nemen we een slok.

Het Marriott Hotel, Seattle

‘De Amerikanen zijn nog niet vergeten hoe ze whisky moeten stoken’. ‘Ja Joseph, aan deze kant van de oceaan weten we echt wel wat lekker is.’ Ik zak onderuit. Misschien is het de whisky die het praten over dit onderwerp iets gemakkelijker maakt. Opnieuw zet ik het glas aan mijn mond en wenk de kelner weer om in te schenken. Zonder deze hartversterker, ik voel het, gaat het mij niet lukken om Joseph’s vraag te beantwoorden.

(Wordt vervolgd)


cover: straatbeeld Boro Park, New York, beeld WikiCommons

Over Lody van de Kamp 88 Artikelen
Lody B. van de Kamp is rabbijn, schrijver en publicist. Naast het schrijven van historische romans (thema vooral ‘de Jood in de Tweede Wereldoorlog’) publiceerde hij ‘Over Muren heen’, over de kennismaking tussen de Moslim en de Jood in Nederland. Hij publiceert regelmatig in landelijke dag- en weekbladen en is actief binnen de stichting Said & Lody. Hij is één van de oprichters van Yalla!, een stichting die de beeldvorming in onze samenleving wil doorbreken. Lody is lid van ‘Amsterdam Inclusief’, negen meedenkers over het beleid van deze gemeente.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*