Isaak Babel (1894-1940) Rus, Oekraïner, Jood. Verlangen naar een Internationale van goede mensen

Vermaarde schrijvers over hun Jood-zijn

foto van het Isaak Babel Monument in Odessa

Isaak Emmanoeïlovitsj Babel werd in 1894 geboren in Odessa, de zonnige stad in het zuidwesten van Oekraïne, aan de Zwarte Zee. Zijn ouders waren er terechtgekomen na een massale exodus uit Rusland. Hij was de zoon van een Joodse handelsman. In zijn twee bladzijden tellende Autobiografie schrijft hij:

‘Zoals mijn vader verlangde, studeerde ik tot mijn zestiende levensjaar Hebreeuws, de Bijbel, de Talmoed. Thuis had ik een zwaar leven, ik moest mij met veel wetenschappen bezig houden. Uitrusten deed ik op school.’

Babel werd zo vanzelfsprekend van-huis-uit gevormd tot een Joodse man. Van enige religieuze verbintenis met de synagoge is in zijn werk weinig of niets te vinden.  

duiventil

Toen Isaak net negen jaar was, werd hij na veel tegenwerking als één van de twee Joden – vijf procent was toen de antisemitische numerus clausus – toegelaten tot het Gymnasium van Cherson (onlangs weer bezet door de Russen) waar de familie toen woonde. Men kon niet meer om dat geniale kind heen. ‘Wat een volk, die Joden van jullie,’ had de curator tegen zijn leraar gefluisterd, ‘de duivel zit in hun lijf.’ De toelating werd bescheiden, maar intens gevierd. De oude Liebermann, die Babel onderwees in Tora en Hebreeuws, dronk, toen het nieuws van de toelating bekend werd, sloten Bessarabische wijn en vergeleek Isaak in zijn speech met David die Goliath had verslagen. ‘Ik heb al mijn vijanden overwonnen, de Russische knapen met hun bolle wangen en de zonen van onze hoogmoedige geldzakken.’ Er werd gezongen en gedanst als op een Joodse bruiloft. Zoals zijn vader hem beloofde, krijgt Isaak als beloning de door hem fel begeerde duiventil. Op de dag dat hij op de markt duiven gaat kopen, barst er een door de Russische Tsaar uitgelokte pogrom los, waarbij Isaak op het nippertje wordt gered. Zijn geliefde grootvader wordt vermoord.

Dit vertelt Babel allemaal in Het verhaal van mijn duiventil, dat hij opdroeg aan de de beroemde schrijver Maxim Gorki, die zijn grote schrijftalent onderkende en hem raad gaf. Hij werd na het gymnasium niet toegelaten tot de Universiteit van Odessa en ging in Kiev studeren. 

Isaak Babel

onschuld van het zien

Isaak Babel is een zeer grote schrijver geworden, vooral bekend van zijn Reiterarmee – Cavallerie – waarin hij embedded verslag doet van de Pools-Russische oorlog (1919-1921). De verse Sovjet-Unie probeerde toen zijn communistische Internationale aan Polen op te dringen. Tijdens de Russische Revolutie stond Babel aan de zijde van het Rode leger. Hij diende onder andere als vertaler en als journalist. Hij nam wel een Russische schuilnaam aan, Kirill Vasiljevitsj Ljoetov, om te vermijden dat hij het mikpunt werd van het antisemitisme van zijn eigen divisie. Want ook van de revolutie waren de Joden veelvuldig het slachtoffer. 

Reiterarmee bestaat uit zesendertig korte verhalen, waarin Babel zijn ervaringen aan het front literair vorm gaf. Wat er ‘echt gebeurd’ is, doet er dan allang niet meer toe. De feiten rusten allang op het slagveld, het verhaal blijft. Hij ontwikkelde in die jaren een heel eigen literaire zienswijze.

Elias Canetti, die in de jaren twintig in Berlijn maandenlang met Babel optrok, schreef daarover in Die Fackel im Ohr::

‘Bedoeld is een toestand die ik de onschuld van het zien noem, een toestand waarin verrukking en rouw, blijvendheid en vergankelijkheid onverdeeld worden ervaren. Een toestand van ontsteltenis en vermetelheid, want het is het tweegevecht dat de schrijver voert met de natuur om de zichtbaarheid van het schone.’

Babel laat de schoonheid zien in en temidden van de verschrikkingen, waaronder veel kapot geschoten paarden – zijn geliefde dieren – en dode of doodarme, hongerende en stervende mensen, veel Joden ook. 

gedalja

In het verwoeste en bijna letterlijk uitgestorven stadje Shitomir, middenin Oekraïne (onlangs weer gebombardeerd), ontmoet hij de oude Jood Gedalja in diens armzalige uitdragerij. Hij schrijft: 

‘De oude man verstomde, en wij zien de eerste ster haar loop nemen op de melkweg. ‘De sabbat doet haar intrede,’ zegt Gedalja plechtig. ’De Joden moeten naar de tempel, meneer kameraad,’zegt hij en staat op. ‘Breng een paar goede mensen naar Shitomir. Ach, daar heeft onze stad dringend behoefte aan, er is een schrijnend gebrek aan goede mensen. Breng ze mee. Wij zijn hier heus niet gek. Wij weten ook wel wat de Internationale is – ook ik wil een Internationale van goede mensen. Iedere ziel moet worden geregistreerd en moet het grootst mogelijke voedselrantsoen krijgen. (…)
De Internationale, meneer de kameraad, ik weet niet waar deze Internationale naar smaakt.’
‘Ze smaakt naar buskruit,’ antwoordde ik de oude man, ‘en ze is met bloed gekruid.’ 

En daar trad uit het donkerblauw de jonge sjabbat te voorschijn en ging op Gedalja’s  stoel zitten. Die knoopte zijn jas dicht en ging heen, klein, eenzaam, in zichzelf gekeerd, zwarte cylinderhoed op zijn hoofd en een groot gebedenboek onder de arm. De sjabbat was begonnen, en Gedalja, grondlegger van een onmogelijke Internationale, ging bidden in zijn  tempel.

de onsterfelijke ziel van de moeder

Babel herkende in Gedalja iets van zijn eigen vanzelfsprekende, diep ‘geaarde’ Jood-zijn dat verder nergens een institutioneel ‘religieuze’ invulling krijgt. Gedalja komt nog een keer terug, in het verhaal De rabbi. Daarin spreekt hij plechtig de woorden: ‘Alles is sterfelijk. Alleen de moeder heeft het eeuwige leven. Als de moeder niet meer onder de levenden is, blijft de herinnering aan haar, die niemand waagt te ontwijden. De herinnering aan haar voedt het medeleven in ons, zoals de oceaan, de grenzeloze oceaan gevoed wordt door de rivieren die de aarde doorsnijden.’ Dat doet denken aan het commentaar van Rasji op Genesis 24:67 over de troost die Isaak vindt bij Rebekka ‘na (de dood van) zijn moeder’. De oude Gedalja sprak weemoedig verder: ‘In het lijdenshuis van het chassidisme zijn de ramen en deuren ingeslagen, en toch is het onsterfelijk als de ziel van de moeder. Noch altijd staat het chassidisme met leeg gehuilde ogen aan zijn kruisweg, terwijl de winden van de geschiedenis om hem heen gieren.’ 

geëxecuteerd

Isaak Babel reisde veel, had een turbulent liefdesleven en schreef vele meesterwerken, waaronder een serie humoristische korte verhalen over de (onder)wereld van Odessa. Hij kon zich op den duur niet meer conformeren aan het ‘socialistisch realisme’ en ging steeds minder schrijven. Zijn eerlijke beschrijving van de brutale realiteit van de oorlog, zonder een spoor van revolutionaire propaganda, leverde hem een aantal machtige vijanden op. In mei 1939 werd hij gearresteerd door de geheime politie. De aanklacht luidde: ‘spionage voor de Fransen’. Hij bekende, waarschijnlijk na gemarteld te zijn. Al zijn manuscripten werden in beslag genomen. Op 27 januari 1940 werd hij op bevel van Stalin  doodgeschoten. Zijn lichaam werd gedumpt in een gemeenschappelijk graf.

Pas op 23 december 1954, een jaar na Stalins dood en bijna vijftien jaar na zijn executie, werd Babel postuum officieel in ere hersteld. Zijn in beslag genomen manuscripten zijn niet teruggevonden. Zijn bril is alles wat er van hem is teruggevonden.


coverbeeld uit deze video over het Isaak Babel monument in Odessa:

Over Kees Kok 27 Artikelen
Kees (C.G.) Kok (1948) is onafhankelijk theoloog en sinds 1980 verbonden aan Ekklesia Leerhuis Amsterdam; medewerker, vertaler (Duits) en uitgever van het werk van Huub Oosterhuis; voorzitter van de Stichting Huub Oosterhuis Fonds. Hij is gehuwd, heeft drie kinderen en vijf kleinkinderen.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*