Kennis, motief en gelegenheid

debat Het Verraad

Een jaar of vijf geleden hielp ik een goede kennis, die op zoek was naar de verrader van haar vader, met archiefonderzoek. Zo kwamen wij uiteindelijk terecht bij het Nationaal Archief in Den Haag, waar de dossiers van het Bureau Bijzondere Rechtspleging kunnen worden ingezien. Het was geen sinecure om toegang tot de door ons gevraagde papieren te krijgen. Toen dat gelukt was, mochten wij ze onder streng toezicht inzien: even een foto maken met je mobieltje was uitgesloten. Was het daardoor, dat ik me een voyeur voelde, terwijl ik al die getuigenissen en soms heel persoonlijke smeekbriefjes door mijn vingers liet gaan? 

We vonden niet wat we zochten. Onze verdachten waren beslist fout geweest tijdens de oorlog. Ze hebben daarvoor geboet en zijn streng begeleid bij hun re-integratie in de naoorlogse Nederlandse samenleving. Voor het verraad van de vader van mijn collega onderzoeker was echter geen enkel bewijs. Dat had iets teleurstellends kan ik me nog goed herinneren. En dat het om doorsnee Nederlanders ging, zelfs om ietwat sneue mensen, die in andere omstandigheden wellicht eerder mededogen zouden oproepen, was verwarrend.

Met dit in mijn achterhoofd was ik verbijsterd door de welhaast triomfantelijke aankondiging op de voorpagina van NRC afgelopen maandag.

“Wie verraadde de familie Frank? Een internationaal ‘coldcaseteam’ denkt een van de grootste mysteries van de Tweede Wereldoorlog te hebben opgehelderd.”

De jubeltoon werd in het bijbehorende artikel stug volgehouden, terwijl de inhoud meer vragen opriep dan antwoorden bood. Maar wat me het meest trof, was dat degene die de familie Frank “zeer waarschijnlijk” had verraden, met naam en toenaam werd genoemd. Pas een dag later kwam de krant met kritische geluiden van historici en bleek dat – wat ieder weldenkend mens meteen had kunnen zien – alle bewijs flinterdun was en de uitgebreide speculaties over motief en gelegenheid op vrijwel niets gebaseerd waren.

Alsof je een luchtballon opblaast, die daarna uit je handen glipt en met het geluid van een langgerekte scheet in een grillige boog richting de kamerplanten vliegt. De kat in de vensterbank schrikt zich een ongeluk en tuimelt, samen met een bloeiende begonia, op de net geboende houten vloer.

Zes jaar speurwerk en dan een (goed georganiseerde, dat wel) storm in een glas water. Maar ondertussen is er wel een hoeveelheid schadelijk nepnieuws de wereld in gebracht. De goede naam van Arnold van den Bergh is, zonder enige vorm van proces, te grabbel gegooid. “Is dat familie van je?” durven mensen te vragen aan een naamgenoot. (Echt waar!) Soms lijkt het verleden een jachtterrein, waar iedereen vogelvrij is. Hoe minder kans er bestaat dat een nakomeling verhaal komt halen, hoe vogelvrijer. Natuurlijk is elke eerlijke historicus op zoek naar “hoe het werkelijk was”, en als je na lang zwoegen in de archieven eindelijk gelooft dat je daar voldoende dichtbij bent gekomen, dan wil je dat wereldkundig maken.

Maar op dat moment bestaat, althans dat hoop ik, nog altijd het besef dat het over echte mensen gaat, niet over personages in een fictieve werkelijkheid. Het zou je opa of je oma kunnen zijn. Hoe zou jij willen dat er over diegene gesproken werd? De mortibus nil nisi bene betekent net iets anders dan “van de doden niets dan goeds”: het gaat om de manier waarop de waarheid boven tafel komt, en om de vraag wat voor goed je daarmee doet. Het lijkt erop dat de makers van Het verraad van Anne Frank een gelegenheid hebben gezocht om te pronken met kennis die ze niet hadden, vanuit een motief dat in mijn ogen nooit zal kunnen rechtvaardigen dat zij zonder voldoende grond iemands reputatie hebben beschadigd. Tussen de kritische geluiden van de dag erna viel het woord “immoreel”: daar is alles mee gezegd.

Over Channa Kistemaker 38 Artikelen
Is afgestudeerd (1988) als classica en heeft zich later in het Hebreeuws bekwaamd. Zij doet historisch onderzoek naar de religieus-Joodse boekcultuur in Nederland van 1815 tot nu. Ook houdt zij zich bezig met het documenteren van de grafzerken op de Joodse Begraafplaats Zeeburg, en vertaalt zij poëzie uit het Ivriet.

3 Comments

    • Vooral de
      Luchtballon, daar draait alles om, ze verdraaien de feiten hoe ze willen. Ordinair zou je kunnen zeggen, liegen over een misdaad, die zijn omvang niet kent.

  1. Veel geschreeuw en weinig wol, dit ‘onderzoek’. Gedreven door onzuivere motieven – men moest iemand vinden, het liefst iemand die niet eerder publiekelijk als mogelijke dader was genoemd en alle aannames werden daardoor gekleurd. Van echte historische kennis over de situatie van de Joodse gemeenschap in Nederland tijdens de bezetting blijkt weinig. Het lijkt nog het meest op een grote sensationele marketingcampagne.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*