Zeg mij wie uw adverteerders zijn ..

In het boekje Joodse Pers in de Nederlanden 1674-1940 plaatst Dr. L. Fuks de talloze tijdschriften en -schriftjes die het Nederlandse jodendom ooit heeft voortgebracht graag in hokjes. Meestal zijn dat “zionistisch” of “orthodox”. Onze illustere naamgenoot De Vrijdagavond, dat van 1924 tot 1932 heeft bestaan, was kennelijk niet in dergelijke termen te vangen, want het krijgt als predicaat “familieblad”. De species Hollandica Judaïca (Seeligmann) als grote, kibbelende en nasjende familie, dat spreekt mij wel aan! En werkelijk: de vijftigste verjaardag van “volksredenaar” Rabbijn Dr. de Hond wordt net zo goed met een portretfoto geëerd als de jaartijd van Opperrabbijn Joseph Hirsch Dünner.

Bladerend door oude nummers van De Vrijdagavond valt me echter op dat het blad zichzelf wel degelijk een signatuur toekent: zonder enige gêne prijst het zich aan als het orgaan van het “intellectuele jodendom”. In een soms paginagroot afgedrukte mission statement verklaart het de strijd aan te binden tegen gevoelens van schaamte en minderwaardigheid over hun Joodse afkomst – waaronder vooral jongeren gebukt leken te gaan – door kennis van de rijke Joodse cultuur te bevorderen. Geschiedenis is daarbij het sleutelwoord, maar nadrukkelijk met het oog op de toekomst.

Uiteraard is het vrij eenvoudig om een lijstje samen te stellen van alle auteurs die hieraan hebben bijgedragen, maar heb je dan een idee van wie we onder dat “intellectuele jodendom” moeten verstaan? Een lijst met abonnees heb ik niet kunnen vinden en familie-advertenties kent het blad, in weerwil van de typering door Dr. Fuks, niet. Een blik op het scala aan producten, waarmee geadverteerd wordt, geeft echter een aardig idee van het lezerspubliek van weleer. De Vrijdagavond windt daar zelf trouwens geen doekjes om: de oproep boven mijn stukje is gericht aan ondernemers die hun zaak onder de aandacht willen brengen van “het koopkrachtige Joodsche publiek”!

Daar is niets teveel mee gezegd: ik trof annonces voor Cadillac en Rolls Royce. En voor appartementen aan de Parnassusweg. Men ging op vakantie naar grote hotels in Parijs en Zwitserland. En deed zich tegoed aan bonbons en sigaren. Een reclame voor margarine bracht me even in de war: smeerde men dan geen “echte boter” op het brood? Waarschijnlijk wel, maar uiteraard niet als het met pekelvlees werd belegd, want het kasjroet was nog vanzelfsprekend. Tafelzilver moest er zijn, en tandpasta natuurlijk.

Kom, we gaan De (jarige!) Vrijdagavond van 13 Sjewat 5782 eens trakteren op een slideshow van antieke advertenties, die nog steeds om van te smullen zijn.

Let op: de leukste staat helemaal onderaan!

Over Channa Kistemaker 37 Artikelen
Is afgestudeerd (1988) als classica en heeft zich later in het Hebreeuws bekwaamd. Zij doet historisch onderzoek naar de religieus-Joodse boekcultuur in Nederland van 1815 tot nu. Ook houdt zij zich bezig met het documenteren van de grafzerken op de Joodse Begraafplaats Zeeburg, en vertaalt zij poëzie uit het Ivriet.

1 Comment

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*