Sam en Henny, hoeders van de vrome joodse gemeenschap

Boekbespreking

glas in loodraam Rav Schuster sjoel

Bart Wallet (Amstelveen 1977) heeft in zijn recente boek ‘Sam en Henny’ de levensgeschiedenis van Sam Eisenmann (1905 – 1976) en zijn tweede echtgenote Henny Cohen (1916-1990) op papier gezet aan de hand van de familiearchieven van de familie Eisenmann, de nog levende familie-herinneringen met daarnaast veelvuldige en intensieve raadpleging van openbare archieven van de Europees joodse geschiedenis.

Een van de opvallende kenmerken van deze monografie is dat deze geschiedenis nu eens niet aanvangt met de jodenvervolging in Nederland, of de Tweede Wereldoorlog, of met de moeizame wederopbouw door overlevende joden na 1945.

vroom jodendom

Wallet kiest voor een historisch veel breder perspectief: de gehele twintigste eeuw, Age of Extremes citeert hij in de inleiding. En binnen die eeuw plaatst hij een Amsterdamse familie, met recente wortels in Frankfurt. Een joodse familie, behorend tot de orthodoxie van de stroming van Rabbiner Hirsch, die een sterk vroom jodendom nastreefde met maatschappelijke integratie in een moderne westerse samenleving. Hierbij expliciet de Oost-Europese reactie op de Verlichting afwijzend: de ultra orthodoxie, die de Halacha ‘bevroren’ en zich nadrukkelijk distantieerde van elke innovatie. Evenzeer afwijzend ten opzichte van de joodse Reformbeweging, die een jodendom nastreefde waarin men als Joods vrijwel assimileerde tot Duitser of Hongaar en slechts op religieus (synagogaal) gebied nog het jood-zijn beleefde. Het zionisme blijft zelfs tot ná de oorlog zeker ook nog niet als algemeen geldend ideaal voor deze Joods orthodoxe gemeenschap. 

In het huidige Joods Nederland is er nog maar heel weinig over van deze ooit sterke gemeenschap. Daarin schuilt voor een deel de kracht van dit boek. 

Een vrijwel totaal verdwenen wereld. Bij wie is de uitdrukking ‘oren’ voor het reciteren van de joodse gebeden nog in gebruik? (Afgeleid van het Latijnse ‘orare’. Tegenwoordig heeft de Jiddische term ‘dawwenen’ de plaats ingenomen.)

straatarm proletariaat

In zijn boek verzuimt Wallet het totale beeld van Joods Amsterdam van de eerste veertig jaar van de Twintigste eeuw te schetsen: een aanzienlijk deel van die gemeenschap bestond uit een straatarm proletariaat, dat de religieuze hoop op de komst van de Moshiach (Messias) inwisselde voor een socialistische levensovertuiging. Is dit storend? Dat hangt van het lezerspubliek af… Vele lezers zullen bekend zijn met de publicaties van Salvador Bloemgarten, Evelien Gans en Selma Leydesdorff over de joden in Amsterdam. Het was wellicht voor lezers zonder veel kennis van de Amsterdams-joodse geschiedenis overzichtelijk geweest een sociologisch beeld te geven van de gehele gemeenschap.

pater familias

Om de binnenkant van deze joodse wereld vóór en na de oorlog te begrijpen is Sam Eisenmann als indrukwekkende pater familias een unieke man om postuum kennis mee te maken. Niet alleen is hij gedurende zijn gehele volwassen leven een vader voor zijn familie, hij gebruikt al zijn energie en kracht voor de instandhouding van de vrome joodse gemeenschap, deze te versterken en met geweldig organisatietalent te beschermen tegen assimilatie. 

het echtpaar Henny en Sam Eisenmann
Henny en Sam, uit de archieven van de familie Eisenmann, met dank aan uitgeverij Omniboek

Bij de vroegtijdige dood van zijn vader geeft de Portugese opperrabbijn hem deze opdracht al mee: in 1918 begraaft hij zijn jong gestorven vader Gerson, een immigrant uit Frankfurt am Main, die zich maatschappelijk had opgewerkt én daarnaast of misschien daarboven zich als een van de steunpilaren van de Amsterdamse vrome joodse gemeenschap had ontwikkeld.

Touro, Awoudo en Gemiloes Chasodiem

Wallet beschrijft nauwgezet hoe de Emancipatie het West Europese jodendom zou splijten. En de onbetwiste traditie van zijn Duits-joodse voorouders waarnaar Sam Eisenmann zou leven en handelen. Zonder compromissen te sluiten, die afbreuk zouden doen aan het naleven van deze ‘Touro, Awoudo en Gemiloes Chasodiem’.1

Altijd klaar staan voor anderen: het was niet alleen een mooie gedachte, maar werd ook daadwerkelijk nageleefd in tomeloze hartelijkheid en gastvrijheid. Het dagelijks tijd maken voor Torastudie en het onderwijzen van de jeugd en het dagelijkse Sjoelbezoek om in Minjan de gebedsdiensten bij te wonen. Dit alles met een zwaar verantwoordelijkheidsgevoel voor de gemeenschap en naast het opbouwen van zijn zaak. 

Interessant is te lezen hoe als ‘offensief’ van de Amsterdamse orthodoxie in 1934 de vereniging Toutseous Chajim2 wordt opgericht die met talloze activiteiten voor joodse jongeren, gesteund door verschillende rabbijnen een sterke impuls moet geven tegen de lokroep van assimilatie. Leerzame én sociale bijeenkomsten. Sam Eisenmann is een geboren organisator én docent. Een echte ‘macher’ die in staat is mensen te verbinden en inspireren.

In het boek komen Joods-politieke verschillen en geschillen naar voren, zoals de principiële ideologische verschillen tussen de school van Rabbiner Hirsch en de Nederlandse opperrabbijn Dünner (1833-1911). 

vrome idealist

Ook al bevat dit boek verhalende passages, een romanschrijver is Wallet niet. Het taalgebruik is soms gedragen en komt hier en daar wat verouderd over. Maar omdat hij zijn uitgebreide historische kennis over het Nederlandse Jodendom in een bijzondere familiegeschiedenis vervlecht, komt op de eerste plaats Sam Eisenmann wél tot leven. Een vrome idealist in hart en nieren, een man die door zes dagen in de week hard te werken een positie verwerft op de internationale houtmarkt én een man die je op elk uur van de nacht kunt wakker maken voor ‘de Joodsche zaak’.

Al had hij zo graag rechten willen studeren, zijn joodse verplichtingen zijn de eerste prioriteit. Nog vóór de oorlog treft hem een tragisch lot: zijn eerste vrouw, Annie Davids, verliest hij tijdens haar eerste zwangerschap (1934). In 1936 hertrouwt hij met Henny Cohen, een dochter van een Fries-joodse dynastie. Een heel andere achtergrond, op het eerste gezicht. Maar de tweede vrouw van Sam Eisenmann komt evenals hij uit een orthodoxe familie en daarin kunnen zij elkaar dus geheel vinden. In korte tijd worden er drie kinderen geboren in de particuliere CIZ, aan het Jacob Obtechtplein, vlakbij het ouderlijk huis in de Banstraat. Met hun jonge kinderen Gershon en Ruth was de Obrechtssjoel de ‘huissynagoge’. 

hulp aan Duitse Joden

In de periode voorafgaand aan de bezetting van Nederland door Nazi Duitsland hield de familie zich bezig met hulp aan Duitse Joden die uitgeweken waren naar Nederland en het bestrijden van zending onder Amsterdamse joden. Daarnaast was er het werven van fondsen in heel Europa voor de vrome joden in de Jisjoev, het Brits mandaatgebied Palestina. Deze fondsenwerving had, geheel volgens de ideologie van Hirsch, geen zionistisch oogmerk. De ‘Pekidim en Amacalim’3 hadden tot doel Tora geleerden, hun gezinnen en instellingen financieel te steunen.

Obrechtsjoel

In 1939 werd Sam Eisenmann gabbai van ‘de Obrecht’. Hij werd ook verkiesbaar voor de kerkenraad van de NIHS. Hij was een vurig pleitbezorger voor gesubsidieerd Joods onderwijs maar moest bij de NIHS samenwerken met vertegenwoordigers van liberalere joodse stromingen in Amsterdam. Nooit vergat hij zijn culturele ‘roots’ in Frankfurt maar in de Obrechtsjoel werden de Amsterdamse gebruiken en melodieën gehandhaafd.

Wallet geeft een mooie inkijk in het dynamische religieuze leven vóór de oorlog.

Enerzijds is er al vanaf 1931 een Liberale Joodse Gemeente door voornamelijk Duitse Joden opgezet, anderzijds zet de Agoedas Jisroeil4 zich vanaf 1912 al af tegen het opkomende zionisme.

geen enkele illusie

De familie Eisenmann koestert geen enkele illusie over de plannen van Hitler met de Nederlandse joden na de inval en bezetting vanaf 10 mei 1940. Daarvoor waren zij veel te goed geïnformeerd en in nauw contact met joden in vele Europese landen. Vluchten naar het buitenland was niet hun eerste optie. Waar vele joden rondom het begin van de bezetting nog succesvol naar de Verenigde Staten en Canada vluchtten wilden zij, lijkt het, zo lang mogelijk ‘op hun post’ blijven en redden wat er te redden viel aan de voortgang van het joodse gemeenschapsleven in Amsterdam. Wel verklaart Wallet, dat een eigen uitgekiend, strategisch plan hen behulpzaam is geweest uit de handen van de vijand te blijven. Een enigszins cynisch gegeven is, dat Sam tamelijk lang over een ‘Sperre’ beschikt; een uitstel tot deportatie omdat hij van onmisbare betekenis is voor het joodse doodgravers genootschap. Al bij de arisering (confiscatie) van alle joodse bedrijven raken ook zij hun houthandel, gevestigd op de Banstraat kwijt. Door bij hun verhuizing naar Amsterdam-Oost het nieuwe adres niet door te geven wordt het jonge gezin gespaard voor razzia’s.

Door hun vele contacten, ook met het verzet is het Sam en Henny gelukt de oorlog als gezin te overleven. 

Pas in 1943 (medio dat jaar zijn verreweg de meeste Nederlandse Joden al gedeporteerd) splitst het jonge gezin zich op en duikt onder. Met onvoorstelbare moed en Godsvertrouwen laten zij hun drie jonge kinderen ‘los’. De ouders zelf vinden in Limburg een plek. Henny is notabene zwanger. 

Alleen al deze tegelijkertijd gruwelijke én wonderlijke onderduik-geschiedenis maakt dit boek tot een bijzonder document.

Deze episode wordt zonder onnodige dramatiek zo indringend beschreven, dat het leest als een hartverscheurende en intrigerende ’thriller’, maar dan werkelijk gebeurd… Met vervalste persoonsbewijzen durven de Eisenmann-ouders zich de laatste oorlogsjaren nauwelijks buitenshuis te begeven.

Een jong kind (Gershon, 6 jaar, net hersteld van polio) raakt tussen verschillende adressen ‘kwijt’ en is op het station van Kaatsheuvel moederziel alleen. Een goede onderwijzer neemt hem mee en zorgt dat hij veilig is.

Op 1 mei 1944 bevalt Henny bij een betrouwbare arts in de Vroedvrouwenschool in Heerlen. Hoe moet het voor een moeder van vier kinderen5, met een vals persoonsbewijs, onbedekt geverfd haar zijn geweest niet met haar kinderen samen te zijn en zelfs hun onderduik plek niet te kennen?

onderduikgevers

Wallet geeft hier een aanvulling op de bestaande ‘oral history’ en gepubliceerde literatuur over onderduikgevers. Was in een bepaald dorp of stad de geestelijk leider voorstander van hulp aan de joden, dan werd daar in beperkte mate gevolg aan gegeven. Zowel in het Rooms Katholieke zuiden als in het protestantse Friesland hebben rond de 25.000 joden getracht zich te verbergen. Evenals bij andere onderduikverhalen, speelt ook in het verhaal van de familie Eisenmann een enorme stressfactor mee: de kans op verraad. Acht tot negenduizend joden zijn door verraad van collaborerende Nederlanders vermoord door de Nazi’s.

Ook hebben zij opvang en hulp (die overigens kostbaar was) van uiteenlopende kwaliteit meegemaakt: van liefdevolle mensen, die tot vrienden werden tot akelige mensen die dochtertje Ruth mishandelden. Kortom: het hele spectrum. Maar nooit verloren zij de moed. 

raad en daad

Als het zuiden van Nederland bevrijd is gaat het echtpaar onmiddellijk hard aan de slag om ‘opduikende’ joden met raad en daad bij te staan in Heerlen. Zelfs worden er zo snel mogelijk weer religieuze bijeenkomsten georganiseerd. Het terugvinden van de drie oudste kinderen, wat gruwelijk zenuwslopend moet zijn geweest. Eén kind (David) heeft in het noorden zelfs de hongerwinter meegemaakt. Een Joods gezin dat in 1945 intact is behoort tot de uitzonderingen. En in die uitzonderlijk gelukkige positie hebben zij vele slachtoffers willen en kunnen bijstaan.

De grote emotionele intelligentie van moeder Henny is zó indrukwekkend.

Een kind, dat zeer gehecht is geraakt aan de onderduikfamilie laat zij gefaseerd terugkeren naar het eigen nest. Een kind dat voor het slapen gaan Weesgegroetjes bidt, geknield voor zijn bedje, laat zij nog rustige enige tijd hiermee doorgaan. Dit was immers de normale opvoeding geworden voor deze joodse kinderen. Er is zelfs sprake van het slaan van een kruisje bij het bensjen! 

Na de oorlog met al het joodse leed, was het verlaten van hun jodendom, de Hollandse orthodoxie absoluut geen optie. Integendeel, hun huis werd een opvangplek voor vele vervolgden, die de hel hadden overleefd.

Vanzelfsprekend ging Sam Eisenmann een rol spelen in de Joodse Coördinatie Commissie. Aangezien alle joodse instellingen opgeheven waren, had de JCC, met zionistische inslag, tot taak Joods Nederland weer enigszins op te bouwen. Aanvankelijk vanuit Eindhoven.

Uiteraard komt ook in dit boek de bijzonder onverkwikkelijke zaak rondom de joodse onderduikkinderen weer ter sprake. 

Tenslotte: ná de oorlog zet de familie zich met hart en ziel in voor de wederopbouw van een gedecimeerde joodse gemeenschap. Pragmatisch in joods-politieke zaken en met een onverminderd warm hart voor de Joodse traditie. Wallet merkt fijntjes op dat zij eigenlijk door de oorlog pas in de leefwereld van niet-joden zijn gekomen en dat de contacten met de onderduikfamilies onderhouden werden. 

Sam bouwt zijn bedrijf weer op en bekleedt talloze bestuursfuncties in Joods Nederland. Er worden oorlogswezen in huis genomen en waar Henny eerst een huishouden en een gezin had gerund, fungeerde zij na de oorlog als het kloppend hart van een Joods gezinshuis.

Henny heeft zich ook in geschrifte uitgelaten over het antisemitisme in Nederland ná 1945.  In 1976 overlijdt Sam Eisenmann. De joodse orthodoxie van Amsterdam is doordrongen van het feit dat zij een groot man hebben verloren. De rouwstoet passeert de openstaande deuren van de Obrechtsjoel. 

Zijn weduwe Henny, altijd al iets positiever ten opzichte van het zionisme, leeft tot haar dood in Israël.

eerbetoon

Met dit boek heeft professor Wallet, hoogleraar Joodse Studies aan de Universiteit van Amsterdam, een interessant en overzichtelijk beeld gegeven van de Amsterdamse joodse orthodoxe gemeenschap, bloei, ondergang en wederopbouw. Geheel terecht is de familie Eisenmann voorgesteld één van de spinnen in dat web. 

Het prachtige eerbetoon aan Sam en Henny זצ”ל is een blijvend, mooi gedenkteken voor de familie. Voor elke lezer met interesse in joodse geschiedenis heeft het boek meer te bieden dan hier kan worden samengevat.


Sam en Henny door Bart Wallet, Uitgeverij Omniboek

Met als bijzonderheid: beknopte stambomen van de families, kaart van Amsterdam met de genoemde adressen. Zeer uitgebreid notenapparaat.


1 De drie rabbijnse waarden zoals geformuleerd in de eerste schriftelijke weerslag van de Mondelinge Leer, de Misjna:
Touro Torastudie, het leven volgens de Tora
Awoudo   Joodse gebedsdienst
Gemilous Chasodim Daden van menslievendheid

2Toutseous Chajim Orthodox joodse jongerenvereniging, letterlijk ‘uitingen des Levens’. Studie, ontspanning én huwelijksmarkt

3Pekidim en Amarcalim: (lett. Ambtenaren en Oversten)Negentiende eeuwse fondsenwerving voor het Heilige Land.  Stichting ten bate van het vrome joodse leven in het Brits Mandaatgebied Palestina.(niet-zionistisch)

4Agoedas Jisroeil: In 1912 opgerichte orthodoxe vereniging waarin de religieus-joodse opposanten van het zionisme zich verenigden. Wallet spreekt van de ‘Orthodoxe Internationale’.Chassidische groeperingen én tegenstanders van het Chassidisme (Mitnagdim) bundelden zich in hun strijd tegen het zionisme

5De kinderen van Sam en Henny: 
Gershon (1937), Ruth (1939), David (1940), Ephraim 1944 (tijdens onderduik geboren), Awraham (1947)


cover illustratie: fragment glas-in-loodraam Rav Schuster synagoge (Obrechtsjoel)

Over Aviva Pels 18 Artikelen
Aviva Pels (61) studeerde af aan de UvA, Semitische talen. Ze heeft voor vele joodse organisaties in Nederland gewerkt en is sinds een jaar woonachtig in Londen. Honden- én kattenmens. Is oppas-oma en leest. Verslingerd aan politiek, koffie en de Nederlandse kranten. Orthodox? Meestal wel.

1 Comment

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*