Joodse jongeren op de podia van de AJC

poster AJC met rode vlag
Print Friendly, PDF & Email

Ook ik ben blij dat het Namenmonument aan de Weesperstraat er eindelijk is en ben meteen gaan kijken naar de vier steentjes, die ik geadopteerd heb. Ze waren gemakkelijk te vinden, al bevreemdde het mij een beetje dat Andries, Annie, Anneke en Nanda niet als gezin bij elkaar waren gebleven.

Vier jaar geleden heb ik voor de serie Joodse Huizen een – zo bleek al snel – wat onrijp stuk geschreven over Andries van der Hoeden (1905-1944), die de laatste tien jaar van zijn leven met vrouw en kinderen in het huis woonde, waar ik nu al 23 jaar woon.

Op 23 juli 1943 is hij met vrouw en kinderen onvrijwillig uit dit huis vertrokken, misschien in de hoop dat hij er ooit terug zou keren. Daarom voelde ik de behoefte om zijn nagedachtenis te eren. De tijd was kort (deadline!) en de ruimte beperkt (max 2000 woorden!), en in mij was zijn verhaal nog onvoldoende gerijpt. Wel had ik het stadsarchief uitgekamd en mijn net vele malen uitgeworpen op verschillende plaatsen langs het strand van Delpher. Ik had contact gelegd met de laatste overlevenden uit zijn familie en met hun kinderen en bracht sommigen van hen met elkaar in contact. Zo ontstond een levendige uitwisseling van beelden, documenten en herinneringen. 

Wat ontbrak en bleef ontbreken, was een foto van Andries zelf. Onlangs heb ik die bij toeval toch gevonden, in een boek dat ik aantrof in de gratis ‘buurtbiep’ bij mij om de hoek. Op bladzijde 279 van Een wereld licht en vrij, de monografie die Jan Meilof wijdde aan het culturele werk van de Arbeiders Jeugd Centrale, prijkt een groepsfoto, getiteld: “Groep Hollandse AJC’ers op culturele propagandatocht in België. Hier in de ‘Vooruit’ te Gent, maart 1923.” Zittend vooraan Andries van der Hoeden en Bep Sarfatij:

Andries van der Hoeden was de tweede van vijf kinderen uit een onfortuinlijk arbeidersgezin, dat in de Vrolikstraat woonde. Op deze foto was Andries nog 17, toen hij in de nazomer 18 werd, was de wereld rondom hem van alle kanten ingestort. Zijn vader, een diamantwerker, raakte voor de zoveelste keer werkloos en werd daarom als lid van de ANDB geroyeerd. In overspannen toestand vertrok hij naar Antwerpen, waarschijnlijk op zoek naar werk, maar verdween na korte tijd geheel van de radar. Toen hij weer opdook, was hij er dusdanig slecht aan toe, dat hij werd opgenomen in het psychiatrisch ziekenhuis in Medemblik, waar hij 6 jaar later stierf. 

Al snel raakte het gezin zover achterop dat de moeder zich uit de ouderlijke macht liet ontzetten en de kinderen, voor zover ze niet al zelfstandig waren, over de familie werden verdeeld. Andries ging inwonen bij Jan Stoovelaar, een soort jeugdleider binnen de AJC. En hij vond een solide baan als badhuisknecht: misschien geen vetpot, maar je was gemeente-ambtenaar en bouwde een pensioen op. Zijn vrije tijd bleef hij, tot aan zijn huwelijk – in 1933 – met Anna Blom (1907-1943), in het socialistische culturele werk steken. Daarin was hij even veelzijdig als bevlogen: we zien hem op het toneel, als begeleidend muzikant en vooral als ‘declamator’. Maar hij voelde zich blijkbaar ook niet te gewichtig om voorleesavonden voor kinderen te faciliteren en leidde zelfs een zanggroepje bij Haboniem. In maart 1933 trad hij nog op als “conférencier en voordrachtskunstenaar”, in zaal “De Uitkijk” te Nieuwer-Amstel. Daarna wordt het stil: als zorgzame man en vader haal je nu eenmaal de krant niet meer, alleen misschien nog de rubriek familieberichten.

Naast Andries op deze foto zit iemand met wie hij vaak in één adem genoemd werd: Bep Sarfatij (1904-1943). Ook zij was gespecialiseerd in het voordragen van gedichten. We vernemen bijvoorbeeld dat zij haar publiek keer op keer wist te ontroeren met haar vertolking van een destijds beroemd gedicht van de (ook al Joodse en socialistische) dichter Abraham van Collem (1858-1933): “Gebed te Waalwijk“.

Rebecca “Bep” Sarfatij kwam ook uit een diamantslijpersgezin en heeft een deel van haar jeugd in Antwerpen doorgebracht. Haar inspanningen voor de AJC brachten haar, behalve ontwikkelingskansen op cultureel gebied, ook de liefde van haar leven, Alex Baune (1907-1942), met wie zij in 1931 trouwde. Ze kregen samen twee kinderen en woonden in Hilversum, waarschijnlijk omdat Alex als violist veel voor de radio werkte. Ook dit jonge gezin is weggevoerd en omgebracht. Van Alex Baune zal misschien nog hier of daar een opname zijn bewaard. Er staat een foto van hem op het Digitaal Joods Monument, maar hij staat ook op de groepsfoto die aanleiding was voor dit stukje. Heel bescheiden, zonder instrument, de handen steken losjes uit de mouwen van zijn zwarte ‘manchester’ jasje. Daar staat hij, de enige met een bril, vlak achter Andries. O ja, en helemaal links, met mandoline, Veronica Woudhuijsen (1905-1943).

Vrolijke jonge musici, hoopvol uitziend naar een “wereld licht en vrij”:

Over Channa Kistemaker 30 Artikelen
Is afgestudeerd (1988) als classica en heeft zich later in het Hebreeuws bekwaamd. Zij doet historisch onderzoek naar de religieus-Joodse boekcultuur in Nederland van 1815 tot nu. Ook houdt zij zich bezig met het documenteren van de grafzerken op de Joodse Begraafplaats Zeeburg, en vertaalt zij poëzie uit het Ivriet.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*