‘Chacham Ricardo, ook ik wens u een Poeriem Alegre. Met een waardige groet aan mevrouw Ricardo.’

Mokum aan de gracht
tekst: Lody van de Kamp
Print Friendly, PDF & Email

Mokum op de Gracht is een roman van Lody B. van de Kamp die in feuilletonvorm verschijnt op De Vrijdagavond

Deel 25

24 maart 1940

Papa oefent ook dit jaar thuis met Jaap en Brammetje. Met zijn tallis1 om, de zilveren jad2 in zijn hand, zingt hij zachtjes uit de megille die voor hem op tafel ligt.  Mijn broertjes staan naast hem met hun houten ratels klaar in hun hand. ‘Jongens, luister, daar komt het. “Achar hadeworim ho’eilee… Het was na deze gebeurtenissen dat Koning Ahasverus Haman groot maakte”. Bij het lezen van de naam Haman stampt papa met zijn voet op de grond.

Megilla (Foto: World of Judaica)

De broertjes draaien heftig hun ratels in het rond. Papa leest een stukje verder. Nadat de naam van die booswicht nog drie keer heeft geklonken en de ratels hun werk hebben gedaan, rolt papa de megille3 dicht en legt hij de jad terug in het blauw fluwelen doosje. ‘Zo. En dan gaan we  moutse sjabbos in sjoel verder’. Brammetje is niet tevreden. Ook Jaap protesteert. ‘Pappa, verder. Nog een stukje verder! ‘Nee, heren nu is het genoeg. Over twee dagen is het echt Poeriem en dan mogen jullie zo veel lawaai maken als je wilt tegen die slechte Haman.’ De jongsten van het gezin zijn het hier duidelijk niet mee eens. Al ratelend marcheren zij door de kamer. Pas wanneer papa dreigt hun ratels af te pakken en dat ze op Poeriem niet mee naar sjoel mogen bedaren ze.

Poeriem ratel (Foto: JCK)

Voor mijn  broertjes bestaat Poeriem uit heel veel lawaai maken in sjoel met hun ratels en te veel kiesjelies eten.  Met mijn 16 jaar heb ik ook al andere verplichtingen. Papa stuurt mij voordat sjabbes begint, naar de Rapenburgersjoel om daar alvast zijn megille neer te leggen. Op sjabbes zelf mogen we deze immers niet meenemen. En ook moet ik elke Poeriem de mitswe doen van het betalen van de “Halve Sjekel”, elf cent, voor tsedoke. Dat moet gebeuren voordat we de megille lezen.

Bij de ingang van de sjoel zit meneer Salomons achter het tafeltje met een mooi wit laken er overheen. Ik overhandig hem eerst elf cent voor papa en daarna nog een keer elf cent voor mezelf. ‘Keurig jongeheer’. Meneer Salomons schrijft in het boekje naast het zilveren schaaltje waar ik het geld op moet leggen “2 keer machatsies hasjekel. Eén voor de heer H. van Gelder sr. en één voor de heer S. van Gelder jr.”.

Vanavond is het dan zo ver. Eén keer per jaar klimmen we de trap op, helemaal naar de bovenste verdieping van de Rapenburgersjoel. Papa is hier op Poeriem al jaren vaste bezoeker. Hij is degene die uit de megille laaient. Er zijn maar weinig mensen die dat kunnen. Het hele verhaal staat op de rol geschreven, maar dan zonder zangtekens en zonder klinkers. Net als in het seifer Touro. Uit de Touro heb ik dit moeten leren voor mijn barmitswe-parsje. Dat vond ik al een hele klus. Maar megille laaienen is nog wel iets anders.

Kinderen rennen met hun ratels door de sjoel. Een paar oudere mannen proberen de orde wat te handhaven. Dat lukt maar voor een deel. Mama heeft mijn broertjes voor we uit huis gingen bars toegesproken. ‘Als papa begint te laaienen zitten jullie netjes naast Simon op de bank. En daar blijven jullie de hele tijd zitten! Hebben jullie dat goed gehoord?’ De kindertjes Van Gelder knikken braaf. ‘En wat zeggen jullie dan?’ Schuchter klinkt het uit Jaaps’ mond. ‘Ja, mama’. ‘En jij Brammetje?’ ‘Ja mamma’. Mama kan soms best streng zijn. ‘Jullie luisteren goed naar Simon. Als hij zegt dat je op moet houden met ratelen, stoppen jullie meteen. Is dat duidelijk?’ Weer klinkt het ‘Ja, mama’.

En zo zitten we met ons drietjes naast elkaar op een van de banken. Na de beroches over de megille gaan we zitten.  Pappa begint. Ik probeer Brammetje en Jaaps’ aandacht er bij te houden. Maar ze kunnen nauwelijks wachten tot papa voor het eerst de naam van Haman door de sjoel laat galmen. Het lawaai is oorverdovend. Nadat het geluid van de stampende voeten en het geratel weer is bedaard gaat het lezen verder. Tot de volgende Haman.

En dan weer tot de volgende Haman. Voor mij is dat wel genoeg nu. Ik voel mij nu wel een heel stuk ouder dan de kinderen om me heen.  Eindelijk klinken de laatste woorden van de megille “……we douwer sjoloum lechol zarngou, Mordechai, de Joodse held van het verhaal sprak voor het welzijn van geheel het volk”. Papa rolt de megille weer terug naar het begin. Ik knoop Brammetje zijn jas dicht. We lopen vast de trap af. Buiten op de stoep wachten we op papa. Iedereen wenst elkaar “Goed Poeriem”. ‘Dat is toch jullie vader, die gelaaiend heeft? ‘Ja, ja’. Ik knik. ‘Man, man wat doet die dat goed!’ ‘Ja, vond u het mooi?’ ‘Prachtig! Ik kan zelf nog geen twee woorden Hebreeuws lezen. Maar jouw vader doet het geweldig goed’. ‘Dank u wel voor het compliment’. Ik zorg er voor dat ik Brammetjes hand en ook die van Jaap stevig vasthou en draai me om. Wat een sukkel is die man. Ik lach in mezelf. De man zegt dat hij “geen ollef voor een beis” kent, maar hij weet wel dat papa de megille héél goed heeft gelaaiend.

Op de Muidergracht klinkt het “Goed Poeriem. Nog vele jaren”. Voor de ingang van de Snoge wensen de “Portegiezen” die  ook net naar buiten komen elkaar “Poeriem alegre, vrolijk Poeriem”.  Wij doen gewoon mee. “Poeriem alegre, Poeriem alegre”.

Papa loopt samen op met de rabbijn van de Portugezen. Rabbijn Ricardo woont op de Nieuwe Keizersgracht. Met Jaap aan de ene kant en Brammetje aan de andere kant loop ik achter papa aan. Voor het huis met nummer 22 geeft papa de rabbijn een hand. ‘Heer van Gelder, wij zitten in hetzelfde schuitje. U mag niet zingen in het koor van onze Asjkenazische overburen omdat u wekelijks nu eenmaal niet meer genoeg pecunia binnenbrengt. Ik mag mijzelf geen Chacham, opperrabbijn, noemen bij uw Portugese geloofsgenoten. Dit omdat ik er voor kies het zionisme uit te dragen. Maar de collega-rabbijnen, onder druk van de parnassijn, vinden dat dat niet kan. Ja, zij maken de dienst uit. Heer van Gelder, ik wens u een vrolijke Poeriem. Nog vele jaren.’ Vader neemt eerbiedig zijn hoed af. ‘Chacham Ricardo, ook ik wens u Poeriem Alegre. Met een waardige groet aan mevrouw Ricardo.’

Rabbijn en mevrouw Ricardo. Rabbijn van de Portugees-Israelietische gemeente (Foto Geni)

Papa wacht tot de rabbijn achter de zware voordeur is verdwenen. ‘Kom jongens, nu gauw naar huis. Mama wacht vast op ons’. Papa staat toch weer even stil. ‘Papa, laten we naar huis gaan. Waarom stop je nu weer?’ ‘Simon, Kodousj Boroech Hoe heeft lieve mensen geschapen op deze wereld. De Ricardo’s zijn van die lieve mensen, weet je dat?’ ‘Lieve mensen? Hij is een rabbijn, heel deftig. Ik heb nog nooit met hem gesproken’. Papa legt zijn hand op mijn schouder. ‘Chacham Ricardo is een heel geleerde man. Hij is niet alleen naar het Seminarium geweest maar ook naar de universiteit. Hij is doctor. Niet een dokter om je pols te voelen of om een receptje te schrijven voor de apotheek. Nee, zo een echte doctor in iets heel geleerds. ‘k Weet niet precies wat. Maar hij is toch, net als mevrouw Ricardo, heel gewoon. Weet je nog een paar jaar geleden toen ik niet meteen met het behang aan de gang kon en mama nog geen betrekking had in de confectie?’ Ik knik. ‘Ja, en toen’? ‘Toen zorgden de Ricardo’s dat wij elke week een envelop met wat geld kregen zodat we sjabbes konden maken.’ ‘Echt waar? Zoals ik nu de briefjes en pakketjes bij de mensen uit Duitsland breng?’ ‘Ja Simon, zo ongeveer. En dat weet je vast ook nog wel, de werkster van mevrouw Ricardo kwam één keer in de week mama helpen om het huis schoon te maken. En daar hoefden we niet voor te betalen. Dat konden we ook niet. Ja, Simon, de Ricardo’s zijn hele brave mensen. O ja, niet te vergeten, op vrijdagmiddag bracht mevrouw Ricardo altijd haar verse boterkoek.’ ‘Papa, ja, Hakodousj Boroech Hoe heeft echt niet alleen slechte mensen gemaakt’.


Het recept voor Kiesjelies uit het Kookboek van Malvine Glück (1932)

Het is heel gezellig thuis. Midden op tafel, op het gehaakte Jomtof kleed, staat de grote schotel met kiesjelies. Tante Selma gooit vanuit de strooibus nog een extra laag poedersuiker op de platte Hamansoren, zoals wij de kiesjelies noemen. Papa deelt kleine glaasjes uit. En dan komt de fles tevoorschijn. Heftig schudt papa de fles advocaat heen en weer. Eén glaasje komt deze keer ook mijn kant uit. ‘Simon’, mijn naam klinkt ineens heel erg plechtig, ‘jij bent nu onderhand zestien. Dus krijg jij dit jaar voor het eerst ook een glaasje advocaat. Lekowed Poeriem.’ ‘Niet te vol Herman, je maakt dat kind sjikker’, kraait tante Selma. Voor Jaap, Brammetje en mijn neefje en nichtjes van Tante Selma brengt mama een dienblad met glazen ranja uit de keuken. En dan worden de kiesjelies uitgedeeld.

Oom Levie mocht voor Poeriem niet weg van het leger. ‘Je oom is opgeleid voor officier. En dan moet hij langer gemobiliseerd zijn. Hij komt gelukkig wel voor Pesach naar huis. Daarna gaat hij nog één keer terug. Hij zit niet meer in de Polder maar ergens achter Utrecht, om een of andere berg te bewaken. Maar dan komt hij begin mei, ik geloof rond de 10e of zo, naar huis. Eindelijk.’

Papa tilt zijn glaasje op. ‘Lechajim allemaal, op jullie gezondheid!’ ‘Lechajim, lechajim’ roepen we. ‘Vanavond vieren we dat Haman, die ellendeling is opgehangen. Laten we hopen dat die ellendelingen in Moffrika ook gauw aan hun einde komen’, zucht mama. Eventjes dringen met deze woorden de sombere gebeurtenissen van de afgelopen tijd ons gezellige Poeriemfeest binnen. Papa roept nog een keer ‘lechajim’.

(Wordt vervolgd)

  1. Gebedskleed
  2. Aanwijsstokje
  3. Perkamentenrol met het boek Esther
Over Lody van de Kamp 36 Artikelen
Lody B. van de Kamp is rabbijn, schrijver en publicist. Naast het schrijven van historische romans (thema vooral ‘de Jood in de Tweede Wereldoorlog’) publiceerde hij ‘Over Muren heen’, over de kennismaking tussen de Moslim en de Jood in Nederland. Hij publiceert regelmatig in landelijke dag- en weekbladen en is actief binnen de stichting Said & Lody. Hij is één van de oprichters van Yalla!, een stichting die de beeldvorming in onze samenleving wil doorbreken. Lody is lid van ‘Amsterdam Inclusief’, negen meedenkers over het beleid van deze gemeente.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*