De meerduidigheid van het Masjieach-concept binnen het Jodendom

beeldmerk Masjieach
tekst: Kyra Gerber
Print Friendly, PDF & Email

De komst van de Masjieach is al sinds de oudheid een veel bediscussieerd onderwerp binnen het Jodendom. Hij zal een afstammeling van koning David zijn, en dus zelf ook tot koning uitgeroepen worden. In de oudheid werden koningen gezalfd, en daarom zal de Masjieach, de Gezalfde, letterlijk en figuurlijk aan zijn titel voldoen. Bovendien zal de Masjieach het volk Israël verlossen. Op de vraag “Wanneer komt de Masjieach ons verlossen?” antwoordde God volgens Midrash Tehillim op Psalm 45:3 al persoonlijk: “Als je tot de laagste staat bent gezonken, dan ga ik jullie verlossen.”Hoe de verlosser er precies moet uitzien, wat hij precies gaat doen en wanneer een voldoend nederig moment bereikt is om hem tot werk te brengen, blijft echter vaag en meerduidig. Zo concludeert de Talmoed in Sahendrin 98a, dat drie dingen zonder enige aankondiging opduiken: De Masjieach, een gevonden voorwerp en een schorpioen. Misschien kom je liever de Masjieach tegen dan een schorpioen, maar denk er even twee keer over na: van een schorpioen weet je tenminste wat je kunt verwachten. Wat kunnen we dus van de Masjieach verwachten en wie is deze precies? Een kijkje in de Joodse denkwereld zal het verhaal rond de Joodse verlosser verhelderen. 

Volgens Gerschom Scholem, de welbekende historicus van wie gezegd wordt dat hij het academische veld van de Joodse mystiek leven heeft ingeblazen, zijn er in de oudheid twee types van de Joodse Masjieach te vinden. Al bestaan er zeker uitzonderingen op dit schema – zoals bijvoorbeeld de Qumran-gemeenschap die wel aan twee Masjieachs geloofde – geeft Scholems theorie een fijne indruk van de meerduidige Masjieach-concepten in de oudheid. Hij stelt de door de profeten Hosea, Isaiah en Amos geproclameerde profetische Masjieach tegenover de apocalyptische Masjieach, die zowel in de boeken Daniel en Ezechiël als ook in bronnen buiten Tenach, zoals de Apocalyps van Baruch, en in de boeken van Enoch terug te vinden is. De profetische Masjieach is door nationale en reconstructieve trends gekenmerkt. Bij de aankomst van de Masjieach zal het volk Israel naar Jerusalem terugkeren, de tempel opnieuw opgebouwd worden en het koninkrijk van David hersteld worden. De profetische Masjieach initieert een periode van vrede op aarde en reconstrueert een geïdealiseerd stereotype van het antieke Jodendom. In tegenstelling tot deze Masjieachverbeelding, waarbij het leven op aarde misschien wat leuker en aardiger wordt maar we steeds nog gewoon een kopje koffie kunnen drinken, luid de apocalyptische Masjieach radicale veranderingen in het kader van een nieuw tijdperk in. Door de apocalyptische Masjieach wordt het herleven van de doden, dat we ook vandaag nog in de sidoer door de zinsnede »mechaye ha-metiem« terug kunnen zien, ingeluid. Bovendien zal hij een eind aan het aardse tijdperk maken en mystieke kennis overdragen. Het leven na de komst van de Joodse Masjieach is geheel anders dan het leven voor zijn komst en leidt tot en radicale breuk tussen de pre-messiaanse en post-messiaanse tijd. Een kopje koffie met de buurman is dus misschien niet meer mogelijk. Of het wordt, in het geval dat je je slecht hebt gedragen, door de vlammen van het Gehinom verwarmd of, in het geval dat je je wel goed gedroeg, door een engel geserveerd. 

Deze bijna antithetische voorstellingen van de Joodse Masjieach werden in latere tijden door de Rabbijnen overgenomen en in het klassieke Joodse tekstcorpus verder bediscussieerd. Een belangrijk onderwerp van de Rabbijnse discussie rond de Masjieach was de vraag naar het Wanneer? De komst van de Masjieach wordt vaak als een gebeurtenis beschreven, die men niet kan zien aankomen. Toch proberen sommige Rabbijnen zijn komst met behulp van gematria en zelfs sterrenconstellaties te berekenen. Dit bracht ook het idee voort, dat de Masjieach in stapjes kan komen. De profetische en apocalyptische narratieven worden daarbij ook met elkaar verzoend door te concluderen dat het profetische stadia een voorloper van het apocalyptische tijdperk en het einde der tijden is. (Zie: Midrash Shir ha-Shirim Raba VI, 10)

apocalyptische dimensie

Toch was niet iedereen blij met de Rabbijnse adaptie van beide Masjieach-concepten. Al vanaf de Middeleeuwen werd de apocalyptische Masjieach door Joodse denkers aan het Christendom toegewezen en het doorleven van de apocalyptische traditie binnen het Jodendom bestreden. Het meest prominente voorbeeld van de Middeleeuwse constructie tegen het apocalyptische en voor het profetische Masjieach-narratief wordt door Maimonides, de RaMBaM, in zijn werk Mishnei Torah, gegeven. Hier behandelt Maimonides de Masjieach onder de sectie Melachim uMilchamot (= koningen en oorlog), hoofstuk 11, en voorspelt hij dat de Messiaanse koning in de toekomst voor Israël zal opkomen, het volk opnieuw bij elkaar zal brengen en de tempeldienst opnieuw tot leven zal wekken – Maimonides herhaalt hier bewust het profetische narratief, dat volgens hem tot het standaard Joodse narratief moet worden gemaakt. Sterker nog, hij noemt in de derde paragraaf dat »je er niet van moet uitgaan dat de Messiaanse koning wonderen en mirakelen zal verrichten, nieuwe fenomenen uitvoert, de doden tot leven verwekt, of dit soort andere dingen verricht. Dit is definitief niet juist.« De duidelijke agenda van Maimonides wordt ook door de eerste pioniers van de academische, Joodse geschiedschrijving opgevolgd, die in de 19e eeuw onder invloed van de opbloeiende geesteswetenschappen in Europa tot stand komt. Deze historici behoorden vaak tot de eerste generatie die een universiteit bezocht en de daar verworven methodiek op het bestuderen van het Jodendom toepaste. De agenda van deze academici, van wie een deel de Duitse beweging Wissenschaft des Judenthums vormde, was dus om het Jodendom zo rationeel mogelijk te verbeelden, zodat het binnen de conventies van hun tijd paste. Dr. Isaac M. Jost, een van de bekendste Joodse historici uit de 19e eeuw, wijdde bijvoorbeeld in zijn Allgemeine Geschichte des Israelitischen Volkes maar een korte alinea aan de Masjieach. »Het Jodendom had dus geen eigen, uit zichzelf bewegend lichaam; dit verwacht het te krijgen door het optreden van de door de profeten vaak genoemde Gezalfde (Masjieach), die de godsstaat (lees: Joodse natie) in zijn oorspronkelijke idee zal herstellen (zie: Band 1, 513). Jost volgt hier het profetisch narratief en zwijgt bewust over de apocalyptische dimensie. Dit is aan de ene kant een erg bewuste keuze, maar toont aan de andere kant ook de geringe interesse die Jost voor de Masjieach heeft. Bovendien zal zijn uitgever waarschijnlijk niet erg blij zijn geweest met een complexe analyse van het profetische en apocalyptische Messiaanse verhaal: een apocalyptische, mystieke verlossing paste simpelweg niet in het beeld van een verlicht, rationeel Jodendom.

niet in mijn buurt

Tot op de dag van vandaag wordt het imago van de Joodse Masjieach door de narratieven van historische acteurs zoals de RaMBaM en Jost beïnvloed. Het pluralistisch narratief wordt dus bewust versimpeld en door de auteur zo geplaatst als het op dat moment voordelig lijkt. Een niet polemisch antwoord op hoe de Joodse Masjieach er moet zijn en wanneer hij gaat komen, kan ik dus uiteindelijk niet geven. Vooral, omdat er eigenlijk geen antwoord op te geven is. Maar tot de Masjieach er aankomt en wij het misschien (of misschien ook niet) zelf beleven, volg ik een ouwe maar gouwen traditie, namelijk: de Masjieach mag komen, als het maar niet morgen gebeurt en hij niet in mijn buurt komt. En tot dat de tijd rijp is, ga ik snel weer lekker een kopje koffie doen. Wie weet uiteindelijk, wanneer het einde der tijden er is en hoe lang we dat dus nog kunnen doen.


Deel dit artikel.
Over Kyra Gerber 1 Artikel
Kyra Gerber studeert Joodse studies, Geschiedenis en Westerse Hermetiek aan de Universiteit van Amsterdam. Haar interesse ligt bij de intellectuele Joodse geschiedenis van de negentiende eeuw, de alchemie, en de Duits-Joodse schrijver Heinrich Heine. Ze is verbonden aan het Nederlands Genootschap voor Joodse Studiën en werkt als Honorary Researcher bij de Ritman Bibliotheek.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*