Zoektocht naar De Naam

beeldmerk Joodse Vernieuwing in NL
tekst: Bloom
Print Friendly, PDF & Email

Afgelopen seder gebruikten we tijdens een kleine familieseder de hagada die Anna de Voogt en Steve Schwartz maakten voor de eerste community seder van Beit Ha’Chidush in de Uilenburgersjoel. Het was voorjaar 1998 en een vrolijk groen boekje lag naast ieders bord. Ondanks het geringe formaat, dubbelgevouwen A4-tjes met een nietje erdoor, stond de hele seder (orde) erin, inclusief Nederlandse vertaling en de nodige Pesach songs. Vrolijk geïllustreerd door Louise Vines. Anna en Steve waren de eerste lekenleiders van BHC, zelf opgeleid en beiden bekwaam in de chazzanoet, waar Anna later zich professioneel in zou scholen. Ik herinner me vooral hoe mooi de gospeluitvoering klonk van Let Our People Go onder het houten gewelf van de Uilenburgersjoel, pas een jaar eerder teruggeclaimd – later daarover meer. Het was een historisch moment deze joodse bevrijdingsdag in de achttiende eeuwse sjoel in wat ooit het hart was van de arme Amsterdamse jodenbuurt.

Het viel me op dat in de hagada de naam Beit ha’Chidush stond geschreven met een kleine letter h. Tijdens het voorlezen van het pesachverhaal dwaalden mijn gedachten af naar de worsteling om een naam te vinden voor het ding dat in december 1995 werd geconcipieerd. Het ‘ding’ moest een community worden, een moderne joodse plek waar velen zich thuis zouden voelen. Mijn hele leven ben ik op zoek naar ‘community’, een warme plek met mensen van alle leeftijden die dezelfde passie/traditie/levensstijl delen. Community was toen nog een ongebruikelijk woord. Het werd in de Verenigde Staten voor alle soorten groepen/losse of hechte gemeenschappen/buurten en nog zo wat gebruikt. Ik zocht naar een goed Nederlands woord. ‘Gemeenschap’ klinkt zo dubbelzinning. Enerzijds tuttig ouderwets, anderzijds sexueel. ‘Laten we gemeenschap hebben’ is toch echt iets anders dan ‘laten we een gemeenschap zijn’. 

Aantrekkelijke Joodse Jongemannen

De voorgeschiedenis van BHC was kort. In december 1995 organiseerde ik met m’n nieuwe vrienden François Spiero en Ken Gould een roze sjoeldienst. Ik ontmoette hen op de Rosh Hashana-receptie van Sjalhomo eerder dat jaar. Een roze sjoeldienst was de wens van de heren, jongemannen eigenlijk, beiden waren net dertig. Ken was kort daarvoor vanuit Los Angeles naar Amsterdam verhuisd om zang te studeren bij een befaamde barokdocent. Hij was daar recent gestart als voorzanger in zijn Gay/Lesbian Reform Gemeente in Los Angeles. François kwam uit een behoorlijk traditioneel levende joodse familie uit Straatsburg. Hij woonde al een tijdje in Amsterdam (de plaats waar hij zichzelf kon zijn) en werkte als woordvoerder bij de ESA, European Space Agency in Noordwijk. Beiden waren charmante, aardige kerels met wie iedereen wel sjabbat wilde vieren, zo vermoedde ik.

In François’ huiskamer op de Leidsestraat kwamen die eerste december 1995 tien mannen bijeen, plus de Amerikaans-Amsterdamse Sauci Bosner die de dienst leidde. Ken verzorgde de chazzanoet en een vertegenwoordiger van de World Union of Gay and Lesbian Jews uit Londen verwelkomde ons initiatief in de gay/lesbian joodse wereld. 

Ik keek om me heen en zag een minjan aantrekkelijke joodse mannen om me heen. Ik vermoedde dat dit het publiek zou zijn van een roze sjoel in Amsterdam. Mannen die openlijk gay wilden zijn, want mannen onder elkaar die davvenen en sjmoezen kon in elke orthodoxe sjoel. Maar openlijk flirten en een stel-zijn, neen dat was absoluut taboe in de joodse wereld anno 1995, ook bij de liberalen.

Razendsnel

Daags na afloop liet ik Ken en François weten dat een roze sjoel voor mij geen optie was. Ze lieten me begaan met het bedenken van een ander concept, want ik was de enige van ons drieën met kennis en een netwerk in de Nederlands-joodse wereld. En toen moest ik haast maken. Want structuur en een vast ritme is belangrijk, zo zei ik, voor een nieuw intatief. En zelf had ik echt behoefte aan tenminste één erev shabbat per maand. Het werd de eerste vrijdag omdat die gemakkelijker is te onthouden dan de tweede of de laatste. Het moest en zou elke eerste vrijdag doorgaan wat er verder ook gebeurde zo’n dag. Koninginnedag, een jomtov, midden in de vakantie, er waren altijd wel redenen om te schuiven met de datum, maar ik hield vast aan doorgaan. Dus ook die eerste vrijdag 5 januari 1996. Het ding moest razendsnel een naam hebben zodat ik folders kon uitdelen op het Chanoekaconcert in december in het Concertgebouw. Een naam met nieuw erin en ik pikte van de spirituele rabbijn Michael Lerner het begrip renewal van zijn boek Jewish Renewal1. ‘Een plek’ of een ‘community’ werd al snel een ‘huis’. Bet of Beth lag voor de hand. Zo heette in NL wel meer joodse plekken, met Beth Shalom als bekendste. Maar Bet klonk zo oubollig zoiets als ‘tante Betje’. De Engelse fonetische schrijfwijze Beit van het Hebreeuwse bayit (huis) klonk beter, mits uitgesproken als beet. Zodat Amerikaanse expats de stijl zouden herkennen van hun Reform, Reconstructionist en Renewal clubs, want zij waren in het begin een belangrijke doelgroep. Beit Chadash, verder kwam ik niet met m’n beperkte Hebreeuws. 

Ik legde het voor aan mijn beste vriend op dat moment, de ruim tweemaal zo oude Herman Cohen die ik een jaar eerder leerde kennen in het café van New Age-centrum Oibibio. Hij zat daar tussen spirituele vrouwen, waaronder de vriendin van mijn vader, die, in hun mooie zwierige gewaden praatten over kristallen en ingestraalde kaarten van Jomanda, als ik het mij goed herinner. Binnen de kortste keren zaten Herman en ik intens te praten over heel aardse zaken en vooral heel joodse zaken. Herman schreef die jaren zijn memoires die werden gepubliceerd onder de licht provocerende titel ‘Jood in Palestina’2.. Zijn vader, oud-voorzitter David Cohen, had zijn zoon tijdig naar Palestina gestuurd waar Herman ging werken bij een architectenbureau en de bloemetjes buitenzette terwijl zijn vader in een steeds duistere wereld terechtkwam. Herman kon daar mooi over vertellen. Over die bloemetjes, zijn onbezorgde leven in het opkomende Tel Aviv vol boeiende immigranten. Over zijn vader was hij minder spraakzaam. 

Aan Herman vroeg ik ‘hoe zou jij in hebreeuwse spreektaal Huis van Vernieuwing zeggen? En zo kwamen we, na vele varianten, op het woord chidush. Het werd Beit ha Chidush met die ha van ‘de’ erbij. Ik had moeite met die ha want dan haperde de uitspraak, maar dat moest echt zei Herman anders klopt het taalkundig niet. Die verdomde h schreef ik met een kleine letter om de nadruk op Chidush te leggen. Later kwam er een apostrof bij om de woorden met elkaar te verbinden. Tenslotte werd het Beit Ha’Chidush zodat de afkorting BHC vanzelfsprekend werd. In de spreektaal gebruikte ik al snel beetchidoesj

Later prees een gastrabbijn het woord ‘chidush’ omdat de Talmoed sprak van een chidush als er een nieuw argument werd geïntroduceerd. Pas toen was ik blij met die wat lastig uit te spreken naam. Chidushim, zoals ons blad ging heette, was veel gemakkelijk uit te spreken. Tot mijn verbazing was Chidushim door iemand bedacht als naam voor een joods nieuws- of nieuwtjesblad. Zoals die gastrabbijn verbaasd was dat geen enkele Amerikaanse noch een Israëlische gemeente op deze variant van chadash (nieuw) was gekomen. Ik glimlachte bescheiden want ik wist dat noch de seculiere Herman Cohen noch ikzelf enig benul had zo’n passende variant van chadash te hebben bedacht. 

1 Jewish Renewal: A Path to Healing and Transformation door Michael Lerner, oprichter van het blad Tikkun Magazine, destijds leidend voor allen die een ander soort jodendom zochten. Een jodendom met progressieve politieke en sociale issues, en verschillende spirituele en psychologische inzichten. Putman publishers, 1994

2 Herman Cohen, Jood in Palestina – Herinneringen 1939-1948. Meulenhoff, A’dam; 351 blz., 1996

Deel dit artikel.
Over Bloom 21 Artikelen
Achter Bloom gaat Wanda F Bloemgarten schuil. Socioloog en publicist. Creator van Beit Ha'Chidush. Projectmanager van Villa Mazzelsteijn. Mede-oprichter Cohen&Co. Liefhebber van Carlebach-stijl diensten en mooie drashot. Lid van NIHS/Amos en van drie tennisclubs. Eindredacteur van dit online magazine. Neem gerust contact op Bloemgartenadvies@gmail.com

4 Comments

  1. Anna zong en Steve did the rabbinical thing–zijn woorden–dat was rond lopen en met elke aanwezige een praatje maken.

    • Steve introduceerde de gospel Let My People Go die iedereen direct mee kon zingen. En hij was inderdaad een charmante gastheer. Anna was vele jaren de rots en de branding van BHC, de meest deskundige leidinggevende die je je kan wensen.

  2. Erg leuk deze Time Machine Bloom, vooral omdat het er ook allemaal echt gekomen is. Wie had dat kunnen bedenken toen wij nog vele jaren eerder over een community a la de 92street Y aan het fantaseren waren. Kol hakavod.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*