Seidertafel – 5703 en 5781

Hagada kaft
Print Friendly, PDF & Email

Toen ik vier jaar geleden bij JMW Thuiszorg werkte, kwam ik regelmatig bij een cliënt die ernstig beperkt werd door de ziekte van Parkinson, om hem te helpen met douchen en aankleden. Als ik hem dan helemaal had ingezeept (met zijn lievelingszeep) en afgespoeld, vroeg ik altijd: “Nog even voor de lekkerte?” Het antwoord was steevast: “Mijn moeder zou zeggen: jij weet wat een goed mens toekomt.” Op een keer – ik strikte net de veters van zijn bruine jogging schoenen vast – begon hij te vertellen, dat hij zijn moeder verloren had door de oorlog. Ze was vermoord in Sobibor. “Maar ik heb een theorietje,” vervolgde hij, “dat zij, iedere keer als ik over haar praat, een beetje hoger en beter komt te zitten, waar ze nu is.” En nog voordat ik daar iets op kon zeggen: “Gek, dat ik dit zomaar aan jou vertel, want ik heb het nog nooit aan iemand anders verteld.”

Hoe het precies zit aan gene zijde van de dood, weten we niet. Hebben onze geliefde doden iets aan onze cultuur van herinneren en gedenken? We weten het niet, maar ik voel wel sympathie voor het “theorietje” van die cliënt van mij, zichrono livracha. En anders: laat het maar een mitswe zijn, een “zegen brengende religieuze verplichting” (Tamarah Benima in: Een schaap vangen), zonder dat we hoeven te weten hoe en waar die zegen precies neer zal dalen. 

De Sjechina (Goddelijke Aanwezigheid) rust niet op ons door droefheid, noch door laksheid, noch door grappenmakerij, noch door oppervlakkigheid, noch door druk gepraat, noch door ijdele ambities, maar slechts door de vreugdevolle bezigheid van het vervullen van de mitswot.

Babylonische Talmoed, Sjabbat 30b

Door een toeval van het soort, waardoor sommige mensen zeggen dat toeval niet bestaat, kwamen vlak voor Pesach dit jaar drie hagadot bij mij terecht – in De Mokumse Geniza. Er stonden namen in en degene die ze mij overhandigde, zei: “Tja, die mensen zijn er niet meer.” We weten wat dat betekent. Wie zij waren, is (dankzij het digitaal Joods Monument) eenvoudig te traceren en de sporen van gebruik in de boekjes brengen hen bijna tastbaar dichtbij. Er ligt een gedroogd blaadje van radijs op de plek waar de tien plagen met royale spatten wijn zijn bespat. Matsekruimels hebben zich verstopt in het bindwerk. Een briefje van een kind, versierd met een poesieplaatje, is vanaf 1922 tussen de achterste schutbladen bewaard.

Nu is het net alsof deze mensen straks bij mij aan de seidertafel komen zitten. Als een stel oude bekenden, want vanwege mijn historisch onderzoek loop ik regelmatig in de voetstappen van de vader van het gezin, die vanaf 1914 beheerder was van de Joodse Begraafplaats Zeeburg. Tot in oktober 1943 woonde hij met zijn drie dochters, een schoonzoon en twee kleinkinderen in de beheerderswoning aan de Zeeburgerdijk 226. Daar moeten deze hagadot op 14 Niesan 5703 voor het laatst zijn gebruikt. 

Graag zou ik deze mensen aan u voorstellen. Hartog de Vries werd in 1881 geboren in Hoorn. Toen Mozes Verduin nog het beheer over Zeeburg had, was hij al werkzaam als osek  (lijkbezorger). In 1914 was de begraafplaats vol en vertrok Verduin naar Diemen, waar een nieuwe dodenakker was ingewijd. Hartog de Vries heeft het in de drie decennia dat hij de verantwoordelijke was op Zeeburg niet zo druk gehad als zijn voorganger, maar moet zich vaak machteloos hebben gevoeld. Door ophoging en bebouwing van de Indische Buurt werd het terrein steeds drassiger. Zerken vielen om, voor verbetering en onderhoud was geen geld, en de straatschoffies uit de nabijgelegen wijk maakten al voor de oorlog een speelplaats van deze laatste rustplaats van het armere deel der Amsterdamse Joodse bevolking. 

Ondertussen bracht hij daar, samen met zijn vrouw Gesiena de Beer drie dochters groot. Het gezin nam actief deel aan het Joodse leven in de nieuwe wijk, waar de buurtvereniging Rechouwous sjoeldiensten verzorgde in een woonhuis en waar op zeker moment 150 kinderen Joodse les volgden. Beide oudste dochters, Reina en Eva, bleven ongehuwd. De jongste, Elisabeth, trouwde in 1935 met Benjamin Denneboom, die al in 1931 als knecht van haar vader werkzaam was: in één van de drie hagadot heeft hij aangetekend dat hij het boekje van Hartog de Vries heeft gekregen, “voor mijn geboortedatum 5 Maart 1931”.

Elisabeth en Benjamin kregen twee kinderen: Sara Gesiena en Hartog. Volgens het digitaal Joods Monument woonden zij (samen met zus Reina) aan de Plantage Kerklaan 13hs, maar uit hun archiefkaarten in het Stadsarchief blijkt dat zij in september 1941 bij vader Hartog en zus Eva zijn ingetrokken, aan de Zeeburgerdijk 226. Ik stel mij voor dat zij daar, op 19 april 1943, voor het laatst met elkaar aan de seidertafel hebben gezeten. Ongetwijfeld zullen zij vol zorg zijn geweest over de toekomst en zich ontheemd hebben gevoeld in hun eigen stad en straat, omdat bijna alle mensen die zij kenden al weg waren, naar Polen. Toch hebben zij elkaar het verhaal van de Uittocht uit het slavenhuis naar de vrijheid verteld. 

Toen ook zij uiteindelijk moesten vertrekken, hebben ze – in de hoop dat ze ooit terug zouden keren? – hun boeken in een kist gedaan en aan iemand in bewaring gegeven. Die kist is na de oorlog ergens op een zolder teruggevonden en de hagadot zijn – zoals veel Joodse “kerkbenodigdheden” – door “de weinigen die ontkwamen” gered, opnieuw gebruikt en uiteindelijk in De Mokumse Geniza terecht gekomen. Daar blijven ze staan, als matseiwes voor de mensen van wier bestaan ze getuigen:

Hartog de Vries – Hoorn, 18 maart 1881 – Auschwitz, 27 augustus 1943

Gesiena de Vries-de Beer – Winschoten, 8 september 1878 – Amsterdam, 26 juli 1941

Reina de Vries – Amsterdam, 29 maart 1905 – Sobibor, 28 mei 1943

Eva de Vries – Amsterdam, 17 juli 1906 – Sobibor, 28 mei 1943

Elisabeth Denneboom-de Vries – Amsterdam, 14 september 1912 – Auschwitz, 27 augustus 1943

Benjamin Denneboom – Amsterdam, 5 maart 1908 – Auschwitz, 29 februari 1944

Sara Gesiena Denneboom – Amsterdam, 6 december 1939 – Auschwitz, 27 augustus 1943

Hartog Denneboom – Amsterdam, 5 maart 1941 – Auschwitz, 27 augustus 1943

Over Channa Kistemaker 27 Artikelen
Is afgestudeerd (1988) als classica en heeft zich later in het Hebreeuws bekwaamd. Zij doet historisch onderzoek naar de religieus-Joodse boekcultuur in Nederland van 1815 tot nu. Ook houdt zij zich bezig met het documenteren van de grafzerken op de Joodse Begraafplaats Zeeburg, en vertaalt zij poëzie uit het Ivriet.

1 Comment

  1. Wat een indrukwekkende manier om zo het heel persoonlijke verhaal van Hartog de Vries en zijn familie, dat de teksten van de Haggada vele malen overstijgt, uit de geschiedenis het heden binnen te halen. Veel dank hiervoor Channa.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*