Igor Cornelissen tegellichter, vriend en paradijsvogel

Print Friendly, PDF & Email

Op 13 maart overleed Igor Cornelissen, een kleurrijke figuur binnen de Joodse gemeenschap. Joel Cahen leerde hem veertig jaar geleden kennen en blikt terug.

Igor Cornelissen was een gedreven speurder, kritisch journalist en beschrijver
van zijn eigen linkse milieu. Hij was een man met veel gevoel voor humor. Zijn
interessegebied strekte zich uit zoals de titel van het eerste deel van zijn in 1983 reeds verschenen memoires luidde: Van Zwolle tot Brest Litowsk, onstuimige herinneringen (1983). Terecht zag hij in veel van zijn onderwerpen een relatie tot de joodse geschiedenis ook al stonden de mensen die hij behandelde soms ver van enige religieuze band met dat jodendom.

Igor Cornelissen, foto Anke Manschot

Igor begreep als kleinkind van socialistische grootouders dat de band met de joodse gemeenschap, ook al was het religieuze element dun geworden, bleef bestaan.
Net als zijn broer Wil, wiens ziekte hij roerend beschreef in het vijfde deel van zijn memoires (Mijn opa rookte ook een pijp, Joodse wortels en ander
(on)gemak, 2020), behoorde hij tot de Zwolse Kille. In dat boek beschrijft hij ook kort het verhaal van zijn tante Clara Groenheim-Jacobs die Auschwitz
overlevende op een dag in 1945 lopend op pantoffels in Zwolle bij de Cornelissens aankwam. De schok van haar plotselinge verschijnen en haar verhaal hield hem steeds bezig, maar pas in dit laatste boek heeft hij haar overleven en dat van haar man beschreven.

Trompet
Op latere leeftijd verwisselde hij Amsterdam weer voor Zwolle waar hij in zijn ouderlijk huis aan de Zwolse Vondelkade ging wonen en waar hij zijn archief verder uitbouwde en bleef publiceren. Toen hij er opgroeide woonden er meerjoden aan die Vondelkade, zoals bijvoorbeeld Karel en Julia Denneboom-Zilverberg, wier kleinzoon mij vertelde over Igors voorliefde voor Jazz. Hij speelde prachtig trompet, waarmee hij de buurt geregeld uit de slaap hield. Hij werd een kenner van jazzmuziek, een goede jazzmuzikant en droeg zijn enorme kennis ook over dit onderwerp graag uit.

Mijn vriendschap met hem besloeg een periode van veertig jaar. Ik leerde hem kennen toen het Joods Historisch Museum in 1983/4 een tentoonstelling over het werk van Roman Vishniac organiseerde. De kennismaking met hem kwam tot stand nadat Vrij Nederland de geëxposeerde foto’s in de beroemde kleurenbijlage van het weekblad publiceerde. Mede daardoor werd de expositie een succes. Toen Vishniac zelf ook nog overkwam uit New York, heeft Igor hem geïnterviewd.
Tijdens dat interview vroeg Igor aan Vishniac of hij nog jeugdherinneringen aan Rusland had, waarop deze opstond en door het restaurant een Moskouse ijsjesverkoper nadeed en luid riep: Morozhenoe, Morozhenoe (spreek uit Morozjnoj) ijs! Lekker ijs! Dat werd dan ook de titel van het interview in VN. Cornelissen interviewde vele anderen zoals Hartog Beem en Jaap Meijer.

Matzeballen en kippensoep
Cornelissen bracht een groot knipselarchief bijeen. Velen kwamen dat in de afgelopen jaren bij hem raadplegen en zo’n bezoek bleef je bij, want zijn
werkkamer was het archief en daar serveerde hij, indien je op het juiste moment kwam zijn zelfgemaakte joodse gerechten.
In 1987 reisde ik met een groep geschiedenisstudenten naar Polen en vertelde Igor daarover, waarop hij me gul en dringend aanraadde ook naar Lodz te gaan en te proberen Marek Edelman, een van de leiders van de opstand
van het Ghetto in Warschau, te interviewen. Ik deed het, Igor hielp me vervolgens bij het redigeren en in VN van 20 juni 1987 verscheen het stuk: “Vergeet vooral niet dat het antisemitisme geen Poolse uitvinding is. Een gesprek met Marek Edelman over de joodse cultuur tussen Vistula en Dnjepr”.

CPN
Igor, die politieke en sociale wetenschappen (de ‘zevende faculteit’) had gestudeerd, een studie die na de oorlog ontstond en grote populariteit kreeg, werd specialist op het gebied van de geschiedenis van het socialisme en had een grote belangstelling voor en kennis over het reilen en zeilen van de CPN en de communistische beweging in Nederland. Die interesse blijkt o.a. uit zijn biografie over ‘Mathilde (Tilly) Visser, Tussen Lenin en Lucebert. Mathilde Visser, kunstcritica (1900-1985)’.

Zij was de dochter van L.E. Visser, de joodse en daarom in 1941 ontslagen president van de Hoge Raad. Igor was een speurder van klasse. Zijn scherpe oog en de ervaring van een onderzoek journalist kwam tot uiting in zijn zoektocht naar de hoofdrolspeler van Gerard van het Reves novelle ‘De ondergang van de familie Boslowitz’, een novelle over de oorlog. Dankzij die zoektocht publiceerde hij in 2014: ‘Wie was Hans Boslowits? Gerard Reve’s debuut ontrafeld’. Hierdoor weten we dat voor de hoofdpersoon van het verhaal, een joodse communist, Alphons Bobrownitzki (1893-1943) model stond en dat voor dit geval van zelfmoord voordat de nazi-moordenaars hem konden pakken, in 1957 tenminste een Matseiwa kon worden geplaatst op de begraafplaats in Diemen.

Zoen
Toen ik Cornelissen afgelopen zomer een portret zond van de familie van mijn grootouders, omdat daaruit bleek dat een van mijn oudooms met een Wijnkoop was gehuwd, schreef hij me: (…) Schitterend. Als je met de Wijnkoops ooit verder wilt, kan ik je helpen. David Wijnkoop kreeg een uiterst slechte want hagiografische biografie van A.J. Koejemans. Hij verdient, ondanks zijn rottige kanten (Stalin in zakformaat) een betere levensbeschrijving. (…) Ik hoop dat zijn emailserver goed wordt bewaard, want zo heeft hij vast met velen gecorrespondeerd en zo had hij het geluk om tot het laatst helder te zijn en sliep hij in zijn eigen bed. Een zoen van Hakadosj Baroech Hoe voor een linkse intellectuele jazz spelende Mediene sjtamper.

met dank aan Etienne Denneboom

photo Igor Cornelissen in zijn werkkamer door Ronit Palache

Deel dit artikel.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*