Het Emanuel Verduinplantsoen

De beheerderswoning van de Joodse begraafplaats Zeeburg (bron: beeldbank Stadsarchief Amsterdam)
Print Friendly, PDF & Email

Terwijl ik in de avond hun steunkousen uittrek, vertel ik mijn cliënten wel eens wat ik overdag heb gedaan, dan beleven ze ook weer eens wat anders. Ik vertel bijvoorbeeld dat ik naar Zeeburg ben geweest, om me daar bezig te houden met de Hebreeuwse grafschriften op de oude zerken die door vrijwilligers aan het licht worden gebracht. Steevast is dan de reactie: “Wij zeiden vroeger altijd Jodenmanussie.” “Haha,” zeg ik dan, “wij zeggen gewoon Zeeburg.” Jodenmanussie, zo heet de begraafplaats in de niet-Joodse volksmond, sinds mensenheugenis.

Niemand weet meer hoe die naam is ontstaan, maar ik heb wel een “theorette“. Daarvoor nemen we het woord en hakken het in drie stukken. Vervolgens kijken we eens goed naar het middelste stuk: “-manus-“, of liever “Manus”. Manus is de doordeweekse variant van Emanuel, toch? Dat voert ons naar Emanuel Verduin, de man die van 1859 tot 1888 beheerder van de begraafplaats was. Misschien was hij klein van stuk, maar ik denk dat het uitgangsdiminutief, samen met het voorvoegsel “Jode(n)-” eerder duiden op “die gebensjte risjes (gezegend klein-antisemitisme)”, zoals Siegfried van Praag dat noemde, daarmee doelend op de sfeer van voor de oorlog.

In de tijd dat Emanuel Verduin (1833-1904) zijn niet zo benijdenswaardige scepter zwaaide over de begraafplaats, lag de stad nog ver weg en was hij zo ongeveer de enige die daar woonde, in die drassige uithoek aan de Zuiderzee. Het is daarom niet ondenkbaar dat zijn naam – gemoedelijk-neerbuigend verhaspeld – ongemerkt op de plek waar hij woonde en werkte is overgegaan. 

Veel aanzien en respect heeft Emanuel Verduin ook tijdens zijn leven niet genoten. Van de kwajongens uit de oprukkende stad niet, maar ook van de bestuurders van het Israelietisch Kerkgenootschap niet. Daarom: wanneer in de buurt van waar vroeger zijn huis stond weer eens een fiets- of wandelpad te vernoemen is, dan wordt dat – wat mij betreft – het Emanuel Verduinpad. Of: als die strook groen tussen de Kramatweg en de begraafplaats nog geen naam heeft, moet die misschien maar het Emanuel Verduinplantsoen gaan heten.

Graag uw bijval in de reacties onder dit bericht!

Over Channa Kistemaker 30 Artikelen
Is afgestudeerd (1988) als classica en heeft zich later in het Hebreeuws bekwaamd. Zij doet historisch onderzoek naar de religieus-Joodse boekcultuur in Nederland van 1815 tot nu. Ook houdt zij zich bezig met het documenteren van de grafzerken op de Joodse Begraafplaats Zeeburg, en vertaalt zij poëzie uit het Ivriet.

6 Comments

  1. Goed plan! En prachtige naam Emanuel Verduin, alleen al daarom zou ik willen voorstellen ‘Zeeburg’ te wijzigen in Emanuel Verduin Eeuwige Rustplaats.
    Tijdens een corona-verkenning-van-eigen-stad-wandeling ben ik er doorheen gelopen. Van de Valentijnkade tot aan het Nieuwe Diep. Indrukwekkende sluip-door kruipdoorroute door menshoog gras. En ja, kol a’koved aan alle vrijwilligers voor het mooie onderhoudswerk aan de voet van de Emanuel Verduin Eeuwige Rustplaats.

  2. Dank voor je bijval, Simone! Of het wat worden zal? Ik heb mijn berichtje ook naar Ons Amsterdam gestuurd. Ze hebben het op hun site gezet, maar er een stevig stuk nostalgie naar toen de begraafplaats nog een speelterrein voor kwajongens was doorheen geklutst. Het resultaat zou zomaar kunnen zijn dat de “gemoedelijk-neerbuigende naam” juist aan populariteit gaat winnen.

1 Trackback / Pingback

  1. Seidertafel – 5703 en 5781

Laat een antwoord achter aan Joel cahen Antwoord annuleren

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*