Handtraining

Print Friendly, PDF & Email

Gisterenavond, terwijl ik aan het koken was, ging de telefoon. Een 070-nummer dat ik niet kende, floepte op het scherm van mijn mobiel. Omdat ik het nummer herkende als eentje dat al geruime tijd contact met mij zocht en ik nieuwsgierig werd naar de vasthoudende, onbekende beller, nam ik op.

Het bleek een meneer te zijn van Stichting X die mij eraan herinnerde dat ik vorig jaar een x-bedrag aan deze stichting had gegeven, waarvoor hij mij uiteraard zeer dankbaar was. Zijn vraag nu was: zou ik willen overwegen om opnieuw aan Stichting X te geven, maar nu in de vorm van een maandelijkse periodieke bijdrage, door mij qua hoogte zelf in te vullen? Een soort abonnement, legde hij uit. Voor mij financieel te behappen, voor Stichting X een manier om een steady cashflow te hebben voor al de goede projecten die ze doen.

Ik had er eigenlijk geen zin in. Ben niet zo van de abonnementen, meer iemand die een paar keer per jaar, als het zo uitkomt, een bedrag overmaakt aan goede doelen van mijn keuze.

Terwijl ik met de telefoon in mijn ene hand en met een houten lepel in de andere in mijn eten roerde en hierover met de meneer van Stichting X delibereerde, riep hij plotseling: “Mevrouw! U bent een gever! Ik ben zelf ook een gever en ik ben een gelovige. Ik geloof dat God wil dat we vaak en regelmatig geven.”

Deze onverwachte wending bracht mij als een flits de Lubavitcher Rebbe, Menachem Mendel Schneerson, in gedachten. Van hem is bekend dat hij voor het Chabad-hoofdkwartier in Brooklyn, New York, urenlang in weer en wind kon staan om iedereen die voor zijn deur verscheen (en dat waren er op dat soort dagen enige honderden) één dollar te geven. Eén dollar waarvan het de bedoeling was dat de ontvanger die op zijn beurt weer zou geven aan een ander. Niet alleen wilde de Rebbe hiermee de ‘chesed’ en ‘tsedaka’ van zijn volgelingen stimuleren, hij was ook een grote aanhanger van een gedachte die al in de 12e eeuw door Maimonides was geformuleerd: bij het geven is ‘hoe vaak’ belangrijker dan ‘hoeveel’. In de woorden van de Rebbe: “Give a dollar (or a penny) every day, and your hand becomes a giving hand.”

Train je hand om te geven!

U begrijpt het al: het abonnement om gedurende een paar maanden een y-bedrag te geven aan Stichting X werd afgesloten. Met een bonus. De meneer van Stichting X bleek aan het eind van het telefoongesprek Quincy te heten. Hij sloot het gesprek af met het woord ‘bendishón’ = Papiamentu  voor ‘ik zegen u’. Had ik al die tijd, zonder het te weten, met een eilandgenoot, een mede Yu di Kòrsou aan de telefoon gezeten.

Deel dit artikel.
Over Maria Cuartas 8 Artikelen
Geboren in Havana, Cuba, opgegroeid op Curacao. Familie met Cubaanse, Spaanse, Curaçaosche en Sefardische wortels. Studeerde Nederlands Recht aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. Woont en werkt in Amsterdam sinds 1985. Thema’s: het leven in brede zin met aandacht voor het Joodse daarin - maar niet alleen dát.

1 Comment

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*