Een onhandig praktisch vernuft

Print Friendly, PDF & Email

Een valse geest zou kunnen fluisteren dat het Nobelprijscomité angejiddeld oftewel judeofiel is, gezien het buitenproportionele aantal Joodse winnaars in alle categorieën: bijna een kwart.

Arthur van Amerongen in De Volkskrant

Een kwart! Dat is vijfentwintig procent! Wat is het toch lekker om even plaatsvervangend trots te kunnen zijn. Nobelprijswinnaars zijn natuurlijk niet te evenaren, maar het is niet de enige mogelijkheid. Iemand gaf me ooit de volgende gouden tip: blijf even zitten bij de aftiteling van een Amerikaanse film. Je krijgt bijna de neiging om telkens even te zwaaien als er weer zo’n nobele naam voorbij komt, die begint met Silber– of met Gold-, of die eindigt op –berg of op –stein. Onlangs ontdekte ik dat ik mijn eigen favoriete type beroemdheid heb om mij aan op te trekken. Ik raakte gefascineerd door wat ik maar de “mercator et autodidactus“* noem: de eenvoudige man (helaas zijn het meestal mannen, maar ik doe zelf heus mijn best), die naast zijn nederige werk zomaar een prachtig gedicht schrijft, of een heel boek, of die een verrassende uitvinding doet.

Afgelopen week viel mijn oog op Arnold(t) van Emden (1879-1943), de man achter “Van Emden’s Patent Spalk ten dienste van de E.H.B.O.”. Misschien kent u hem al, want ik ben zeker niet de eerste die zich met hem heeft beziggehouden. Het is vrij eenvoudig om al struinend over het internet een profiel van hem op te stellen, zoals dat tegenwoordig heet. (Is ook al gedaan.) Daar gaan we: Arnold werd geboren in Tilburg, als zoon van Hijman van Emden en Susanne de Vries. Van beroep was hij oorspronkelijk slager, vermoedelijk in het bedrijf van zijn vader. Later verdiende hij de kost als poelier. Na een paar faillissementen in de vleesbranche waagde hij het als constructeur van draadwerken en hij heeft ook nog een poosje in de jute zakkenhandel gezeten. 

In 1905 trouwde hij met Truida Hakker, die 14 jaar ouder was dan hij. Ze kregen vier kinderen, van wie één gemengd gehuwd raakte en daardoor de oorlog overleefde. Men zegt dat het huwelijk gearrangeerd was, en adresgegevens uit de archieven wijzen erop dat het echtpaar vaak langere tijd gescheiden woonde. In 1923 wist hij – overigens niet zonder slag of stoot – het patent te verwerven op een lichtgewicht en gemakkelijk monteerbare spalk, uitermate geschikt voor de acute behandeling van botbreuken in situaties waarin niet direct een arts voorhanden was. Hij ging daarmee internationaal de markt op, kennelijk met enig succes.

Wie een poging waagt tussen de regels door te lezen, kan af en toe een glimp opvangen van ’s mans karakter. Hij was een vroom mens, misschien op een wat principiële manier. Betrokken als hij was bij de Joodse gemeenschap, zag hij graag dat ook de anderen die principes hoog hielden. Hij was geen voorstander van bestuurders die zelf klokvrij waren. Ze zullen hem wel eens lastig gevonden hebben. Aan de andere kant: als de Nieuwe Tilburgsche Courant op 16 november 1939 vol trots zijn 60ste verjaardag aankondigt, spreekt men van een “eenvoudig man, die bij zijn personeel door zijn vertrouwelijken omgang en zijn groote humaniteit als werkgever in hoog aanzien staat”.

Op dat moment is er te Amsterdam, op nummer 229 in de Govert Flinckstraat, een fabriek gevestigd, waar “de van Emden’s patenten worden vervaardigd”. Precies een jaar later gaat die fabriek failliet, dit keer naar alle waarschijnlijkheid niet vanwege een feilen aan de kant van Arnold van Emden. Het zijn troosteloze tijden voor iedereen, maar zeker voor deze man. Zijn vrouw sterft 6 augustus 1940 in het Israëlitisch Oude Liedengesticht te Rotterdam. Op 30 juli 1942 hertrouwt hij, met Anna de Jong (1874-1943). In november van dat jaar worden zij samen naar Westerbork gedeporteerd en op 19 februari 1943 samen in Auschwitz vermoord.

Nu doet op het internet het verhaal de ronde dat Arnold van Emden ook de uitvinder was van het welbekende “Tomado droogrek”. Als onderzoeker ben ik niet helemaal tevreden dat ik de vooroorlogse bron van dit verhaal nergens geciteerd zie, maar in dit geval zeg ik: never let the truth interfere with a good story. Hij is er niet rijk van geworden in deze wereld, maar in de olam haba krijgt hij vanaf vandaag een paar keer per week iets op zijn rekening bijgeschreven. Het ophangen van de was aan het rekje aan mijn badkamerdeur wás al een moment van mindfulness, maar voortaan is het een soort kaddiesj voor een onhandig praktisch vernuft. 

  • mercator et autodidactus‘ is een stukje van de titel van een boek van A.M. Vaz Dias over Spinoza. In Het verdwenen ghetto paste Jaap Meijer de term – met een goed gevoel voor ironie – toe op Benzion J. Hirsch, die in 1932 betoogde dat we onszelf beter niet rijk kunnen rekenen met Spinoza als ambassadeur van het jodendom.
Deel dit artikel.
Over Channa Kistemaker 21 Artikelen
Is afgestudeerd (1988) als classica en heeft zich later in het Hebreeuws bekwaamd. Zij doet historisch onderzoek naar de religieus-Joodse boekcultuur in Nederland van 1815 tot nu. Ook houdt zij zich bezig met het documenteren van de grafzerken op de Joodse Begraafplaats Zeeburg, en vertaalt zij poëzie uit het Ivriet.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*